TKI Wind op Zee heeft een rapport uitgebracht waarin een analyse is gemaakt van mogelijke kostenbesparingen in de offshore windsector tot 2030 en daarna. Het eindrapport “Pathways to potential cost reductions for offshore wind energy” is in opdracht van TKI Wind op Zee en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geschreven door TNO en NWEA-lid BLIX Consultancy.

Een van de conclusies van het rapport is dat door ‘simpelweg’ schaalvergroting van turbines en windparken, gecombineerd met het effect van learning curves, de kosten in 2030 met bijna een kwart kunnen worden verlaagd. Het rapport identificeert een aantal incrementele innovaties, op technisch vlak maar ook gericht op financiële- en marktcondities. Qua technische innovaties lijkt ‘Design for lifetime extension to 40 years’ de grootste bijdrage te leveren aan kostenreductie. In totaliteit zouden de kosten in 2030 door voornoemde ontwikkelingen met circa 35 % kunnen dalen.

Het rapport bevat tevens een analyse van de mogelijke kostenbesparing als gevolg van disruptieve en opkomende innovaties, die na 2030 kunnen worden geïmplementeerd. De zes meest veelbelovende innovaties zijn:

  • Robuuste, zichzelf diagnosticerende en herstellende windturbines;
  • Alternatieve windturbineconcepten (inclusief drijvende wind);
  • Controle van de turbinebelasting/levensduurverlenging;
  • Slimme windenergie;
  • Geoptimaliseerde windturbines inclusief smart turbine-design;
  • Windenergie en P2X b.v. Waterstof.

Bij uitvoering van deze innovaties, gevoegd bij de hiervoor al genoemde ontwikkelingen in de periode tot 2030, zouden de kosten na 2030 ca 50 % lager kunnen liggen dan in 2020.

Het rapport is hier te bekijken. Afgelopen 2 februari, tijdens TKI Wind op Zee Live, waren Imke Maassen van den Brink (BLIX Consultancy) en Bernard Bulder (TNO) online te gast om de belangrijkste conclusies van het rapport te bespreken.