Vandaag verschijnt de Wijziging van de Wet windenergie op zee van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Met deze wet regelt de minister de uitrol van windenergie op zee tot 2030. De windsector bouwt op dit moment windparken op zee zonder subsidie, en wil dit graag blijven doen. Cruciaal daarbij is langjarige zekerheid over de ontwikkeling van de vraag. Dat vraagt om strakke overheidsregie. NWEA heeft drie suggesties om de wet sterker te maken. De windsector waarschuwt voor het risico dat de uitrol van wind op zee vroeg of laat stagneert. Daarmee komt ook de cruciale bijdrage van windenergie op zee aan het halen van de klimaatdoelstellingen in gevaar. Laat staan dat met deze wet de sector zou kunnen versnellen om de 55% reductiedoelstelling te halen.

NWEA is blij dat de minister in de nota van wijzigingen de optie opneemt om kavels voor 40 jaar te tenderen. Dat maakt de businesscase van windparken op zee rendabeler en zorgt voor goedkopere groene stroom. Ook ziet de minister in dat het cruciaal is dat de vraag en het aanbod (met name in de industrie) beter aan elkaar wordt gekoppeld. Dat blijkt onder meer uit het AFRY rapport en het recente rapport van InvestNL.

Tegelijk houdt NWEA nog wel grote zorgen over de ontwikkeling van de vraag met name in relatie tot de gekozen tendermethode. Dat legt de risico’s volledig bij de windsector terwijl juist de onzekerheid over de ontwikkeling van de vraag sterk bepaald wordt door overheidsbeslissingen. De windsector heeft afgelopen jaren laten zien voor steeds lagere kostprijs te kunnen bouwen. Dat maakt wind de meest goedkope groene bron. Tegelijkertijd is de potentie voor die vraag enorm, immers nog steeds is ongeveer 90% van de Nederlandse energievoorziening op fossiele energie gebaseerd. Met de in de wet voorgestelde aanpak gaat de overheid voorbij aan het principe dat de risico’s het beste kunnen worden neergelegd bij de partij die ze het meeste kan beïnvloeden. NWEA vraagt de overheid strakker te sturen op de vraagontwikkeling en hier meer regie op te pakken. Dat kan en dat moet ook om het tempo erin te houden.

Voorgestelde wijzigingen in de wet

Daarom adviseert NWEA om het wetsvoorstel op drie punten te wijzigen. Ten eerste door het inbouwen van de optie ‘contract for difference’. Door de lage risico’s zijn de maatschappelijke kosten van dit systeem laag en tegelijk worden eventuele overwinsten teruggegeven aan de overheid. Verschillende andere landen zetten dit systeem wel in. Dat zorgt voor de verstoring van het level playing field in deze internationale markt.

Ten tweede door een optie aan de wet toe te voegen waarmee een veiling gecombineerd wordt met een minimumprijs. Hiermee wordt de ontwikkeling van offshore windparken verzekerd en wanneer op voorhand hoge rendementen worden verwacht, vertalen deze zich in hogere biedingen in de veiling. Deze vloeien daarmee naar de Staat.

Ten derde door de monitoring van de marktomstandigheden wettelijk te verankeren. Daarmee wordt verzekerd dat voorafgaand aan de keuze voor een tenderinstrument, goed gekeken wordt naar de actuele marktomstandigheden op basis van onafhankelijk onderzoek.

Tenslotte vraagt de windsector om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met de combinatie van tenders met elektrificatie. Basisidee is dat een tender in de markt wordt gezet waarbij partijen die een voorstel indienen zowel het windproject als de afname van de elektronen of waterstof in hun bieding meenemen.

Lees hier de volledige brief van NWEA aan de Commissie EZK in de Tweede Kamer.