Anterieure grondexploitatie overeenkomst

Beschrijving
In een anterieure overeenkomst spreekt de overheid (gemeente of provincie) met een ontwikkelaar af dat hij investeert in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving van een windpark, om zo het verlies van omgevingskwaliteit – door het windpark – te compenseren. De investering kan van financiële aard zijn (bijvoorbeeld: een storting in een omgevings- of gebiedsfonds) of van feitelijke aard (bijvoorbeeld: de aanleg van een groenvoorziening). In ruil daarvoor heeft de overheid een inspanningsverplichting voor het planologisch inpassen van het windpark. Een anterieure overeenkomst komt tot stand voordat het bestemmings- of inpassingsplan wordt vastgesteld maar nadat de overheid een structuurvisie heeft vastgesteld (dat laatste is wettelijk vereist). In die structuurvisie moet zowel het windpark als de investering in de omgeving worden onderbouwd.
Nakoming van een anterieure overeenkomst kan bij de (civiele) rechter worden afgedwongen. Een anterieure overeenkomst wordt gesloten als de overheid geen grondeigenaar is. Indien de overheid wel grondeigenaar is, zal een bijdrage aan de omgeving worden ondergebracht in de gronduitgifteprijs.
Uit de wet volgt dat de overheid en de ontwikkelaar partij zijn bij een anterieure overeenkomst. De omgeving kan geen directe partij zijn bij een anterieure overeenkomst. De omgeving kan wel begunstigde zijn, omdat er geld vrijkomt voor investeringen in de omgevingskwaliteit.

Aandachtspunten

  • De overheid kan met een anterieure overeenkomst een ontwikkelaar niet verplichten tot financiële participatie (zie richtsnoer 6).
  • Een investering in de ruimtelijke omgeving van een windpark mitigeert de negatieve impact van een windpark en kan daarom bijdragen aan de acceptatie door de omgeving.
  • De financiële bijdrage verlaagt het rendement van een ontwikkelaar en kan daarom de haalbaarheid van een windpark in gevaar brengen. Een bijdrage aan de omgevingskwaliteit moet daarom altijd worden afgestemd op andere instrumenten die het rendement kunnen verlagen (zoals: planschade en financiële participatie).
  • De bevoegdheid van de overheid tot het sluiten van een anterieure overeenkomst is wettelijk begrensd. De belangrijkste begrenzing is dat de overheid geen vergoeding mag vragen in ruil voor het wijzigen van het bestemmingsplan.
  • De structuurvisie moet onderbouwen dat de investering van de ontwikkelaar nodig is voor een goede omgevingskwaliteit. Als een ontwikkelaar uitsluitend wordt verplicht tot een storting in een (algemeen) gemeentelijk (of provinciaal) omgevings- of gebiedsfonds, dan bestaat het risico dat een anterieure overeenkomst nietig is. In dat geval kan geen nakoming van de anterieure overeenkomst worden afgedwongen.

Wetgeving
Art. 6.24 lid 1 onder a Wet ruimtelijke ordening

Volgende