Gemiddeld aantal vollasturen voor alle bestaande en toekomstige windparken samen stijgt naar bijna 3900 op land en ruim 4900 op zee in 2050

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) en de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA) hebben samen een rekentool ontwikkeld om de toekomstige opbrengst van windturbines op land en op zee beter in te schatten. De tool geeft het gemiddelde aantal vollasturen voor de gehele toekomstige populatie aan windparken op zee en op land. Dit cijfer speelt een cruciale rol in inschatting van de benodigde netbelasting voor scenario’s over het toekomstige energiesysteem, waarin windenergie het grootste werkpaard zal zijn. Het is algemeen bekend dat het aantal vollasturen van nieuwe turbines nog steeds toeneemt, maar de onderbouwing van de effectinschatting op alle turbines samen was tot nu toe vaak vrij mager.

Marc Londo, inhoudelijk directeur van de NVDE: “We hebben een simpel cohortenmodel gemaakt, waarin de gebruiker een aantal aannames kan invoeren over de groei van het windvermogen en de ‘nameplate’ capaciteitsfactor van nieuwe turbines (de opbrengst volgens het ‘garantiebewijs’). Ook aannames over bijvoorbeeld zog-effecten (vermindering van windsnelheid als windturbines en windparken in elkaars windstroom staan) en plaatsing op minder windrijke locaties kan de gebruiker invoeren. Onze bedoeling is vooral om het gesprek over het aantal vollasturen (gehele opbrengst vertaald naar aantal uren dat een windturbine op vol vermogen draait) en de veronderstellingen daarbij op een meer feitelijke basis te voeren. Dat lijkt hiermee al goed te kunnen, al zijn natuurlijk nog talloze verfijningen mogelijk.”

Karen Kooi, branche-specialist windenergie op land en zee bij NWEA: “Op basis van bestaande literatuur en praktijkinformatie hebben we de tool al kunnen vullen. De vollasturen die er voor de korte termijn uitkomen, stemmen goed overeen met praktijkcijfers van dit moment, al is zo’n vergelijking vanwege jaar-op-jaarvariaties altijd lastig. Tegelijk valt de raming voor toekomstige gemiddelde vollasturen waarschijnlijk hoger uit dan menig scenario-bouwer vandaag de dag verwacht, omdat windturbines steeds verder innoveren.” De analyse komt nu op gemiddeld bijna 3900 vollasturen op land en ruim 4900 uur op zee in 2050. Dat is veel hoger dan wat gemiddeld in 2020 gehaald werd volgens het CBS: ruim 2500 uur op land en ruim 3600 uur op zee. En het is beduidend hoger dan de respectievelijk 3000 en 4500 uur waar in de II3050-scenario’s voor 2050 mee is gerekend. Kooi: “Als mensen er twijfels over hebben zijn we benieuwd welke onderliggende aannames er dan niet kloppen. Daar gaan we graag over in gesprek.”

De tool is vrij beschikbaar op de website van NWEA. De auteurs verwelkomen alle inhoudelijke feedback.