Wind op zee is een enorm succesverhaal. Dat weet iedereen inmiddels wel. Zelfs de grootste politieke tegenstanders hoor je hier nauwelijks meer over. Succes heeft vele vaders en moeders. Als lobbyist heb ik menig discussie op de achtergrond meegemaakt en dat levert mooie inzichten op in hoe processen lopen, resultaten tot stand komen en dat alles ook maar mensenwerk is. Lobbywerk is toch altijd een beetje vaag en moeilijk meetbaar, en de kunst is dat werk achter de schermen zichtbaar te maken. Nu ik NWEA ga verlaten, na vijf jaar werken in wind, is het een mooi moment om die lessen met jullie te delen. Van een toch wel betrouwbare overheid, kleine stapjes vooruit en de discussies voor de toekomst. Mijn drie belangrijkste lessen van vijf jaar werken in de wind.

Les 1: De overheid bleek best wel betrouwbaar

Een betrouwbare overheid is voor een sector het fundament om te durven investeren. Als ik ervan op aan kan dat de overheid doet wat hij zegt, dan durf ik mijn geld te investeren. Voor wind op zee kwam die zekerheid met name door de langetermijnplannen: in 2013 werd toegezegd om vijf windparken van 700 MW te gaan bouwen op zee. Dat is de basis geweest voor het succes van wind op zee. Ik weet nog dat toen ik eind 2015 begon bij NWEA, er al veel optimisme was over deze routekaart. Eindelijk hadden we in Nederland degelijk WOZ-beleid, inclusief een grote pot subsidie! De laatste hobbel was toen de nieuwe Wet windenergie op zee, die de basis vormde om de tenders uit te kunnen schrijven.

Maar de start bleek stroef. Het wetsvoorstel werd vanwege een heel ander onderwerp (splitsing netbeheer) met één stem te weinig, weggestemd in de Eerste Kamer. Dus voor we waren begonnen was er alweer uitstel, terwijl juist één van de pijlers van het beleid een stabiele langjarige uitrol moest zijn. Wat mij toen al opviel was het belang dat de overheid zag in wind op zee, want de wet werd in no-time herschreven en drie maanden laten lag er een nieuw wetsvoorstel en kon de eerste tender alsnog snel van start. Het succes daarvan is bekend. De overheid liet toen al zien veel over te hebben voor wind op zee, terwijl wij als sector echt nog wel vertrouwen moesten krijgen. Die had immers in de jaren daarvoor best een aantal deuken opgelopen, bijvoorbeeld door te kiezen voor een ander (het huidige) uitgiftesysteem waardoor al afgegeven vergunningen niets meer waard bleken.

Ook in de jaren daarna liep echt niet altijd alles even soepel. Tender twee was nog netjes op tijd maar ook de derde, vierde en vijfde liepen allen vertraging op. En tegelijk werkte de overheid wel verder aan een vervolgroutekaart, die bijna dubbel zo groot (6 GW) was als de eerste. Van de vertraging van tenders was de overheid zelf de oorzaak, met name door in te zetten op subsidievrije tenders waar de wetgeving eigenlijk niet op was voorbereid. Dus ze nam ook risico’s, waar wij als sector kritisch op waren. Maar toch, als je nu terugkijkt naar wat er in vijf jaar is gebeurd, dan zie je een overheid die tot op de dag van vandaag blijft vasthouden aan de uitrol van wind op zee. Uitvoeren wat ze beloven en doorgroeien waar dat kan. En nu is wind op zee de enige duurzame bron die wel haar doelen blijft halen. Die commitment van de overheid om de tenders te blijven uitschrijven, is wat mij betreft de belangrijkste zekerheid die we als sector nodig hebben.

Les 2: Met kleine stappen ga je ook vooruit

Wat ik ook altijd fascinerend heb gevonden is dat je als lobbyist altijd teveel moet willen. Een goed voorbeeld was onze inzet als NWEA om na het Energieakkoord door te groeien met 1 GW per jaar. Al gauw bleek dat de overheid het daar mee eens was en werd het in het regeerakkoord vastgelegd. Reden voor ons om te pleiten voor 2 GW per jaar. Ik sta daar nog steeds achter, want de cijfers laten zien dat we met nog meer moeten groeien om de fossiele vraag uit de industrie te kunnen vergroenen. Maar mijn ervaring is dat andere tactieken uiteindelijk beter werken.

En de basis daarvan ligt in vertrouwen tussen ons en de ambtenaren van EZK. Dat betekent altijd eerlijk zijn en luisteren naar elkaar. Zeker in tijden van druk en spanning betaalt zich dat uit. Een goed voorbeeld is het Klimaatakkoord. Om de paragraaf over wind op zee te schrijven hebben we vele middagen en avonduren in een kaal zaaltje bij de SER gezeten. Wij wilden meer zekerheid, want we zagen toen al dat subsidievrij niet haalbaar was op de lange termijn. Maar EZK was daar nog niet van overtuigd juist omdat ze zo blij zijn dat windmolens eindelijk niet meer op subsidie draaien. Dan toch terugvallen op een systeem van garanties was op dat moment een stap te ver.

Dan komt het eropaan of je vertrouwen hebt dat een afspraak die klein lijkt, uiteindelijk wel tot het juiste resultaat gaat leiden. Daarom is opgeschreven dat het doel blijft subsidievrij tenderen maar dat er ook een onderzoek komt of dit haalbaar blijft. Op dat moment beetje teleurstellend resultaat voor ons. Toch leidde later in de tijd het beloofde onderzoek (AFRY) tot het besef bij EZK dat er inderdaad een probleem is. Ook al zijn we er nog lang niet uit hoe we dat probleem gaan tackelen, ik zie dat we hier wel met kleine stapjes vooruitkomen. En dat kan echt alleen als je vertrouwen in elkaar hebt en oog voor ieders belang.

Les 3: Moeilijke punten komen altijd terug

Met de komst van energie uit duurzame bronnen verandert ons landschap, onze manier waarop we energie maken en gebruiken. Ook al zie je ze op zee niet zo snel staan, de lessen van wind en zon op land laten zien dat we ook voor wind op zee vroeg of laat weerstand kunnen verwachten. Nu hebben we alleen de vissers die tegen wind op zee zijn en blijft de politiek groot voorstander. Tegelijk kan je op je vingers natellen dat we ergens een keer tegen een muur oplopen. Ik denk zelf dat we dat vooral gaan zien in de discussie over de ruimte, natuur en inclusiviteit. Want er zal altijd ruimte voor alle functies moeten blijven en die gaan simpelweg niet allemaal samen.

Windenergie is belangrijk, maar niet alleen. Dus zullen ook wij water bij de wijn moeten doen. Ik denk dat de windsector daarin veelmeer zelf het initiatief moet nemen dan we nu soms doen. Altijd maar roepen dat extra maatregelen geld kosten werkt niet meer. Het beeld is dat we zonder subsidie zijn en dus veel verdienen. Dat beeld ga je niet veranderen. Ik denk juist dat je er gebruik van moet maken en laten zien dat je nu je verantwoordelijkheid neemt. Dat werkt beter dan te blijven roepen dat onze businesscase zo slecht is.

We hebben immers die overheid mee, die er alle belang bij heeft die businesscase overeind te houden. Vertrouw daar dan ook op. Waar anders moet zij haar energie vandaan halen? Dus zelf met voorstellen komen hoe we natuur gaan versterken, zelf doelen stellen over recycling van turbinebladen en hoe we medegebruik in windparken wel kunnen toestaan. Doe je dat niet, dan wordt het je vroeg of laat opgelegd.

Tot slot

Ik wil iedereen bedanken voor de ontzettend leuke jaren die ik dankzij jullie heb gehad bij NWEA. Je doet je werk vóór leden, en met een bureau vol enthousiasme, expertise en vooral hart voor onze mooie windenergie sector. Vooral ook die drive dat we het ook écht ergens voor doen: voor een beter klimaat op onze mooie wereld. Dat was mijn drijfveer en die zag ik bij velen waarmee ik samenwerkte ook terug. Met dezelfde drijfveer als mijzelf en met het belang van de leden voorop, hebben zij zich altijd vrolijk en met volle enthousiasme uit de naad gewerkt. Toch zal ik niet helemaal uit deze wereld verdwijnen, ik ga namelijk bij TenneT aan de slag in het Team Klimaatakkoord. Ik hoop veel van jullie dus nog regelmatig tegen te komen, maar dan vanuit een andere rol.