Om de onderwaternatuur te stimuleren, zijn voor de Zeeuwse kust bij windpark Borssele 1&2 kunstriffen aangelegd. Doormiddel van zenderonderzoek bestuderen onderzoekers van Wageningen Marine Research (WMR) het gedrag van kreeft en kabeljauw onder water. Het onderzoek toont aan dat kabeljauwen veel te vinden zijn bij de kunstriffen en deze gebruiken als basis. Het gedrag van de kreeften laat een minder concreet beeld zien.

De onderzoekers vinden de eerste resultaten al ‘veelbelovend’. Windparkontwikkelaar Ørsted en partner De Rijke Noordzee, zijn blij met deze nieuwe natuurontwikkeling. Uit de ambitie om windmolenpark Borssele 1&2 natuurinclusief in te richten, heeft Ørsted vier kunstmatige riffen in het windpark aangelegd. Jan Vos, voorzitter van NWEA: “De uitrol van Wind op Zee kan alleen slagen als we gelijktijdig onze ecologie versterken. Ørsted en Stichting de Rijke Noordzee tonen aan dat dit kan. We feliciteren de initiatiefnemers van harte met hun succes. Maandag zal ik in Oostende het belang van natuurversterking vooropstellen in onze gesprekken met regeringsleiders en de Europese Commissie op de top in Oostende.”

Kabeljauw als sleutelsoort

Er is gekozen om het gedrag van Atlantische kabeljauw te bestuderen. Kabeljauw is namelijk een sleutelsoort, oftewel een cruciale soort in het functioneren van het plaatselijke ecosysteem. Wanneer de kabeljauwen zich aangetrokken voelen tot het rif, is dat een teken dat het rif ook een geschikt leefgebied is voor andere soorten vis, zee- en bodemleven.

Doormiddel van akoestische zenders (tags) werden de bewegingen van vijfenveertig Atlantische kabeljauwen gevolgd. De verzamelde data van de tags geven gps-coördinaten door de tijd heen. Hiermee werd het effect van de kunstmatige riffen op de kabeljauwen duidelijk: de kabeljauwen verblijven graag in de omgeving van de riffen en voelen zich aangetrokken tot de riffen.

Kreeft is kieskeurig

Naast de kabeljauwen, zijn in opdracht van de Rijke Noordzee ook twaalf Europese zeekreeften voorzien van een zender en uitgezet in de omgeving van de riffen. Slechts een enkeling van deze kreeften gebruikte het rif en de directe omgeving voor een aantal dagen, maar migreerde na korte tijd weer verder. Het merendeel van de kreeften was binnen een dag al vertrokken. Volgens onderzoeker Marcel Rozemeijer heeft dat te maken met het feit dat kreeften hoge eisen stellen aan hun omgeving. Kreeften hebben veel voedsel nodig en hebben een sterke voorkeur voor goede holletjes om zichzelf te verschuilen.

Nieuwe gegevens

In mei 2022 zijn nog eens negentien lokaal gevangen kabeljauwen en twaalf nieuwe kreeften gezenderd en uitgezet in het gebied rondom de riffen. Deze nieuwe gegevens zijn begin dit jaar uitgelezen en worden momenteel geanalyseerd. Het onderzoek zal eind dit jaar worden afgerond.

(Bron: Ørsted)