De uitrol van wind op zee gaat goed, omdat de Nederlandse aanpak werkt. Dit schrijft minister Jetten in een brief aan de Tweede Kamer. Hij beschrijft de huidige situatie en schetst de uitdagingen voor de toekomst. ‘We liggen op koers om eind dit jaar ruimschoots op tijd en binnen het gestelde budget de doelstelling van 4,5 GW opgesteld vermogen voor wind op zee uit het Energieakkoord van 2013 te halen.’ 

In 2030 groeit Nederland door naar 21 GW opgesteld vermogen op de Noordzee en de minister bekijkt wat nodig is om 50 GW in 2040 en 70 GW in 2050 te halen, maar voor de toekomst is er onzekerheid en liggen een aantal grote uitdagingen. De minister heeft besloten te gaan vergunnen met financieel bod en hij omarmt standaardisatie nog niet. De kosten voor de netten op zee gaan flink stijgen en de kosten lijken nu dubbel bij bedrijven en burgers te worden neergelegd. 

Vergunnen met een financieel bod

De minister heeft besloten de windparken IJmuiden Ver kavels Alpha en Beta met de procedure van een vergelijkende toets met financieel bod te vergunnen. Het kabinet vindt het belangrijk dat de resterende marktwaarde aan de staat wordt betaald. Recent zijn vergunningsverleningsprocedures in het buitenland mislukt, maar dit komt volgens de minister door de krapte in de toeleveringsketen en de daardoor gestegen kosten voor het bouwen van windparken op zee.  

De kans dat het ook in Nederland mislukt achter de minister klein. ‘Windparken worden vooral beloond voor het investeren in maatschappelijke doelstellingen. Bij het doen van een financieel bod kunnen ze voldoende rekening houden met hun business case. De eventuele opbrengsten uit het financieel bod komen ten gunste van de staat.’  NWEA-voorzitter Jan Vos vindt deze redenering van de minister wat overmoedig gezien de internationale ontwikkelingen. ‘Iedereen kan nalezen dat je ook in Nederland tot ruim 30 miljard euro kunt bieden als ontwikkelaar van windparken. Ga dat maar eens terug verdienen.’ 

De financiële opbrengsten uit toekomstige vergunningverleningsprocedures kunnen volgens de minister mogelijk worden ingezet voor het betaalbaar houden van de energietransitie of andere maatschappelijke doeleinden. Vos vraagt zich af of op deze manier de energietransitie niet minder in plaats van meer betaalbaar zal worden. ‘Die opbrengsten vloeien volgens de Nederlandse begrotingssystematiek gewoon naar de schatkist, daar wordt echt geen uitzondering op gemaakt. Tegelijkertijd worden de kosten van de tenders uiteindelijk gewoon in rekening gebracht bij burgers en bedrijven: die krijgen een hogere energierekening.’

Minister omarmt standaardisatie nog niet

De minister gaat in zijn brief kort in op de North Seas Standard van NWEA: standaardisatie als oplossing voor een gezondere toeleveringsketen. In de aanloop naar de vergunningverleningsprocedures voor IJmuiden Ver Gamma en Nederwiek I is de minister hierover met de sector in gesprek en onderzoekt of standaardisatie het beoogde effect heeft. Begin 2024 komt hier meer duidelijkheid over. Vos vraagt zich af waarom de minister dit voorstel niet gewoon onderschrijft. ‘De sector heeft hier een concreet voorstel gedaan dat al weer enige tijd op tafel ligt. Wat gaat er gebeuren in de komende vier maanden dat dit uitstel rechtvaardigt? We moeten doorpakken en aanpakken.’ 

Kosten voor het net op zee gaan flink stijgen 

Tennet heeft de minister een geactualiseerde kostenraming gegeven voor de geplande  en al gedeeltelijk gerealiseerde netverbindingen voor 21 GW aan productiecapaciteit van wind op zee en de kosten zijn flink gestegen ten opzichte van de raming vorig jaar.  Toen werden de totale kosten voor de periode 2032-2057 geraamd op gemiddeld ruim 2 miljard per jaar. Nu komen de kosten uit op 3,6 miljard per jaar. Dit komt neer op gemiddeld 0,038 euro per getransporteerde kilowattuur (kWh) over het net op zee. Na 2057 nemen de kosten substantieel af in de periode tot 2062, omdat het net op zee dan geheel is afgeschreven.  

De stijging heeft volgens de minister een aantal oorzaken. Denk aan grondstoffenprijzen, personeelskosten en het uitsluiten van leveranciers uit risicolanden. De totale investeringskosten worden nu geraamd op 35,5 miljard in plaats van 26 miljard. Ook de kosten van de financiering worden fors hoger ingeschat als gevolg van hogere rentes en de operationele kosten zullen ook stijgen door elektriciteitsprijzen en gestegen inflatie.  

NWEA-voorzitter Vos: ‘De kosten van windparken op zee stijgen op dit moment soms met wel 40 procent en dat is veel. De kosten van de netwerken op zee zijn nog forser; ze verdubbelen bijna. Hoe is dit verschil te verklaren? Ik constateer dat marktpartijen kennelijk efficiënter omgaan met de veranderende marktomstandigheden dan de netwerkbedrijven van de overheid.’  

Betalen burgers en bedrijven straks dubbel? 

Het kabinet is nog voorzichtig en onderzoekt of wind op zee kan doorgroeien naar 50 GW opgesteld vermogen in 2040 en 70 GW in 2050. De minister benadrukt dat het belangrijk is dat de aanleg van het net op zee voor Nederland betaalbaar blijft en wil de kosten drukken van het net op zee. Dit wil hij onder andere doen door de levensduur van de netten te verlengen, hybride verbindingen te stimuleren en door het mogelijk maken van elektriciteitsproductie uit zonne-energie bij windparken op zee. Daarnaast wil hij onnodige hoge schadevergoedingen beperken door het besluit schadevergoeding op zee aan te passen en de opbrengsten van wind op zee inzetten om het net op zee te bekostigen.  

Vos: ‘Het inzetten van de opbrengsten van wind op zee voor de netten treft burgers dubbel. Eerst betalen ze via de energierekening door middel van een hogere energieprijs voor de extra tenderkosten die ontwikkelaars van windparken moeten maken. Vervolgens zouden de opbrengsten van de tenders via de staatskas naar netwerkbedrijven moeten gaan. Dat is begroting-technisch niet gebruikelijk in Nederland, ik zie het niet gebeuren. Maar het is ook om een andere reden merkwaardig: burgers en bedrijven betalen de netwerkkosten immers al via de energierekening. Dubbel betalen dus? Deze ministeriële vlieger gaat niet op.’