In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart 2021 vragen wij een aantal kandidaten naar hun visie op windenergie. Wat wordt de rol van wind in de toekomst? wat zou de overheid moeten doen om dit te stimuleren? En, welk advies hebben zij voor de windsector?

Vandaag trappen we de serie af met Henri Bontenbal, kandidaat voor het CDA.

Kunt u zichzelf even voorstellen?

Henri Bontenbal, kandidaat voor het CDA, plek 17. Ik ben (en blijf) een Rotterdammer en werkte de afgelopen 13 jaar in de energiesector. Mijn passie is werken aan de verduurzaming van Nederland. Dat doe ik graag door mijn kennis van en visie op de energietransitie te delen en in effectief beleid om te zetten. Als natuurkundige vind ik het belangrijk dat we de discussie over het klimaatbeleid voeren op basis van kennis van de feiten en cijfers. Dat heb ik gemist de afgelopen in de Tweede Kamer.

Wat vindt u van windenergie?

Voor mij is windenergie een van de pijlers van de duurzame energievoorziening van de toekomst. Wind op zee is een van de successen van het Nederlandse klimaatbeleid. Niet alleen als het gaat om CO2-reductie en kostprijsdaling, maar ook omdat het een mooie bijdrage levert aan werkgelegenheid in Nederland. Tegelijkertijd geldt ook dat we alle technologieën nodig zullen hebben in de strijd tegen klimaatverandering. Dus naast windenergie hebben we ook zonne-energie, aardwarmte, biomassa, kernenergie en CO2-opslag nodig.

Stelling 1: Windenergie zal de komende jaren zowel op land als op zee moeten groeien om het Parijsakkoord te halen

Eens, maar we moeten dan wel kiezen voor slimme groei. Wind op zee kan nog een tijd verder doorgroeien, ook al zullen we moeten nadenken over conversie in waterstof of het versterken van het elektriciteitsnet. Voor wind op land geldt dat er een grens zit aan de groei. Ik vind het wel inspirerend wat Denemarken doet: met minder windmolens meer windstroom produceren. Door de kleinere windmolens te saneren en te vervangen door minder, maar grotere windmolens. Op die manier kunnen we wind op laten groeien, maar ook het draagvlak behouden.

Stelling 2: Windenergie kan alleen floreren als overheid zorgt dat vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd

Ja, maar dat geldt voor de andere technologieën ook. Als je iets breder kijkt, zou je moeten zeggen: het wordt hoog tijd dat de overheid veel meer vanuit een systeemperspectief naar de energievoorziening kijkt. Waar zit de vraag en het aanbod? Hoe stemmen we dat af? Welke energie-infrastructuur is op de lange termijn nodig? Wat is vanuit een systeemperspectief een slimme warmtetransitie? Hoe afhankelijk willen we zijn van import van energie uit het buitenland, ook als het gaat over waterstof? Dat soort vragen komen wat mij betreft veel te weinig aan bod.

Stelling 3: Windenergie is de belangrijkste energiebron in 2050

Ik heb geen glazen bol en ik ben ook niet van plan als Kamerlid te gaan doen alsof ik die dan opeens wel heb. Windenergie zal onmiskenbaar een belangrijke bron zijn. Maar nogmaals: het wordt een mix van energiebronnen die – als een soort swingende jazzband – elkaar aanvullen, elkaar soms de ruimte geven om even te soleren, maar wel altijd samen de muziek maken.

Afsluitend, wat zou u nog willen meegeven aan de windsector?

Krijg en houd aandacht voor het systeemperspectief. In het verleden waren het de kolen- en gascentrales die voor de stabiliteit in de elektriciteitsproductie zorgden (op meerdere manieren). Als die rol wegvalt, komt die verantwoordelijkheid bij de duurzame energiebronnen te liggen. Ik zou, met een tamelijk slecht gekozen parafrase, bijna zeggen: ask not what your energy system can do for you; ask what you can do for the energy system of the future.

Meer weten over Henri? Volg hem via zijn persoonlijke CDA-pagina hier, of hier op Twitter.