Op 19 november presenteerde de Europese Commissie hun Offshore Renewable Energy Strategy (ORES). Daarin zit veel ruimte voor wind op zee en overige duurzame energiebronnen, voor alle Europese landen met een kustlijn. De benodigde opschaling van offshore windenergie volgt uit de verhoogde reductiedoelstelling voor broeikasgassen voor 2030 (55% t.o.v. 1990). Hiermee wordt wind op zee de nummer 1 elektriciteitsleverancier van Europa in 2040. De Europese windsector staat er klaar voor, maar kan dit niet alleen. Dat vraagt grootschalige investeringen in zowel netinfrastructuur, havens als de toeleveringsketen om dit ook echt te bereiken.

In de opgestelde strategie kijkt men naar de mogelijkheden op Europees niveau. Op dit moment staat er 12 GW aan wind op zee in Europa, waarvan 2,5 GW in Nederland. Dit moet voor heel Europa doorgroeien naar 60 GW in 2030 en 300 GW in 2050. Dit voornemen geldt voor alle EU-zeeën en zegt niks over het Nederlandse deel van de Noordzee. NWEA praat binnenkort hierover door met WindEurope en diens andere leden om gezamenlijk meningen en eventuele acties te bespreken.

Grote investeringen nodig

De Europese Commissie geeft terecht aan dat voor deze hoeveelheden wind op zee de netinfrastructuur nog lang niet klaar is. Zowel op zee als op land zullen er grote investeringen moeten plaatsvinden in de uitbreiding van bestaande netten en in nieuwe netten. Daarnaast moet er ook in Europa tot 2030 6,5 miljard euro worden geïnvesteerd in de havens. Tijdens de bouw voor het verschepen van de steeds maar grotere onderdelen, en daarna als uitvalsbasis voor operatie en onderhoud. Deze onderwerpen lenen zich beide bij uitstek voor het EU Recovery Fund, waarmee de EU de coronacrisis te boven wil komen.

Daarnaast ziet de Commissie dat er grote investeringen in de toeleveringsketen nodig zijn. Op dit moment bouwen de Europese fabrikanten 3 GW aan windturbines per jaar. Dit zal echter moeten doorgroeien naar 18 GW per jaar om deze strategie succesvol uit te voeren. Daarnaast zijn er ook nog opkomende markten in Azië en Noord-Amerika die extra kansen bieden voor de export. Daarom is er zowel innovatie als handelsbeleid nodig om dit voor elkaar te krijgen.

Ruimte en risico’s delen

De benodigde opschaling van wind op zee heeft naar schatting minder dan 3% van de Europese maritieme ruimte nodig en kan daarom verenigbaar zijn met de doelstellingen van de EU-biodiversiteitsstrategie. Net als in de Nederlandse Noordzee is in de rest van Europa al veel ruimte verdeeld van de zeeën. De visie van de Commissie heeft dan ook speciale aandacht hiervoor, waarbij er vooral wordt gekeken naar multifunctioneel ruimtegebruik. In Nederland werken we hier ook al aan in de Community of Practice. Dat biedt in de toekomst met het gebiedspaspoort medegebruikers inzicht in de mogelijkheden binnen de windparken. Ook kijkt de de Commissie in haar nieuwe visie naar het combineren van interconnectoren met windparkaansluitingen; hybride oplossingen en naar het slimmer inzetten van de platforms die de stroom aan land brengen.

Als laatste roept de Commissie haar landen op om goed te kijken naar de financiering. Door de hoge investeringen vooraf is het van belang dat de financieringskosten zo laag mogelijk blijven. Hiervoor verlangen investeerders zekerheid over de inkomsten, die het beste kan worden gegeven door een tweezijdige CfD (Contract for Difference). Vele landen in Europa, behalve vooralsnog Nederland, zetten hier al op in, aangezien deze de risico’s deelt tussen de ontwikkelaar en de overheid. Als de elektriciteitsprijs onder een afgesproken bedrag uitkomt dan ontvangt de ontwikkelaar een vergoeding, en als deze erboven komt betaalt zij een vergoeding aan de overheid.