Op vrijdag 16 september is het eindrapport ‘Policy options offshore wind 2040” door de minister van EZK aangeboden aan de Tweede Kamer tezamen met een Kamerbrief over de verdere uitrol van Wind op Zee na 2030. Deze studie van Guidehouse is veelomvattend en biedt een breed inzicht in de verwachte ontwikkelingen, impact en handelingsperspectieven van wind op zee. NWEA ziet veel waardevolle aanknopingspunten in het rapport om tot een gedegen routekaart Wind op Zee 2040 én parallel een Routekaart Waterstof op zee te komen en is blij dat het ministerie van EZK hier al in dit stadium een eerste aanzet voor geeft. 

NWEA is positief over het door rapport voorgestelde Masterplan. Het centrale regime vanuit de rijksoverheid, zoals we dit de laatste jaren in Nederland kennen, moet niet worden losgelaten in de extra opgave en verdere uitrol na 2030. Hiermee worden grip op doorlooptijden verzekerd en blijven die ook liggen bij degene die primair verantwoordelijk is voor het halen van de klimaatdoelen. Zo houdt de overheid ook grip op het behalen van klimaatdoelen en kan ze (doorlooptijden van) vraag en aanbod gelijk op laten gaan. Dat is essentieel voor een stabiele subsidievrije businesscase voor wind op zee en geeft ontwikkelaars zekerheid over de nodige energie-infrastructuur (on- en offshore). Het is niet zozeer dat de markt deze rol niet kan invullen, maar het geeft meer en langetermijnzekerheid aan de uitrol van Wind op Zee – en in een later stadium waterstof op zee als grootste toekomstige leverancier van energie aan de Nederlandse industrie en samenleving.  

Concreet beleid vraag en aanbod nodig 

Met dit rapport in handen is het van belang om in het vervolgproces naar concreet beleid toe te werken. Het zou goed zijn als op korte termijn via eenzelfde proces een routekaart op gang komt. Inclusief bijbehorend instrumentarium aan de vraagkant en met concrete volumedoelstellingen voor zowel directe als indirecte elektrificatie per jaar. Ook is het wezenlijk om een methodiek te ontwikkelen waardoor beide routekaarten op jaarbasis gelijk op blijven lopen. Nu minister Jetten in 2026 een afnameverplichting voor groene waterstof wil invoeren, is het extra belangrijk dat de opzet voor gecoördineerde tenders met waterstof vóór 2026 klaar is. Voor de tenders op de korte termijn komt dit te laat, daar is de oplossing om tenders uit te zetten met een vergelijkende toets op systeemintegratie voor het samenbrengen van vraag en aanbod.  

Additionele routekaart Elektrolyse op zee na 2030 nodig 

Voor elektrolyse op zee zijn er voor 2030 verschillende acties nodig (zie ook rapport UO E subwg Offshore elektrolyse). Deze 2GW opwekvermogen voor elektrolyse is aanvullend en loopt parallel aan de 21,5 GW doelstelling en als voorbereiding om na 2030 (additioneel) waterstof op zee grootschalig uit te kunnen rollen. Daarnaast kijkt NWEA uit naar de uitkomsten van de lopende marktordeninganalyse voor waterstoftransport op de Noordzee. Dat is nodig opdat met kennis gekozen kan worden tussen het publiek-private samenwerkingsmodel zoals dat nu gehanteerd wordt voor gastransport op de Noordzee enerzijds en een TSO-model zoals dat nu gehanteerd wordt voor aanlanding van elektronen uit Windparken op zee anderzijds (of wellicht een combinatievorm van beide). Ook daar wil NWEA graag in meedenken, zodat we de opgave die voorligt gezamenlijk met de sector zo snel als mogelijk, zo kosteneffectief als mogelijk en met een zo min mogelijke effect op natuur en milieu mogelijk uitgevoerd wordt.