Met het huidige beleid van de Nederlandse overheid gaan we de klimaatdoelen niet halen. Dat blijkt uit de vandaag verschenen Klimaat- en Energieverkenning 2020 (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In deze jaarlijkse verkenning kijkt het PBL naar de impact van het vastgestelde beleid van de overheid op het klimaat. De editie van dit jaar laat zien dat de gestelde doelen in het klimaatakkoord nog heel ver uit zicht liggen. En het gaat al helemaal niet goed met de extra hoge doelen die nu zijn voorgesteld in EU-verband. NWEA maakt zich zorgen over deze resultaten en ziet zeven quick wins waarmee de overheid ervoor kan zorgen dat deze doelen alsnog haalbaar zouden moeten zijn.

  1. Help de industrie met het elektrificeren van hun processen. De industrie verduurzamen levert potentieel een grote CO2 besparing op. De industrie heeft aangegeven wel te willen, maar nog tegen vele barrières aan te lopen, zoals inflexibele productieprocessen, hogere marktprijzen voor elektriciteit dan gas en verouderde wetgeving waardoor niet duurzame opties goedkoper zijn. Daarom moet er snelheid gemaakt worden en dat vraagt overheidsregie. Daarbij is voor wind de extra vraag naar duurzame elektronen goed voor de businesscase. Zorg er dus voor dat deze drempels zo snel mogelijk worden weggewerkt om twee vliegen in een klap te slaan; én meer groene windstroom én minder uitstoot bij de industrie. De windsector en industrie werken hier vanuit hun kant al bij samen in de coalitie Wind meets Industry.
  2. Zorg voor een terugvaloptie mocht de vraag niet snel genoeg groeien. De timing in de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit laat zich slecht voorspellen. Men voorspelt een flinke groei in de elektrificatiegraad de komende jaren, maar wanneer deze projecten online komen is niet bekend. Het koppelen van extra aanbod aan extra vraag betekent dan ook dat de uitrol van meer windenergie kan stagneren. Dat is simpel op te lossen als de overheid zorgt voor een terugvalsysteem voor ontwikkelaars zodat de uitrol gewoon doorgaat. Er zijn meerdere oplossingen die als terugvalsysteem kunnen dienen. Met zo’n systeem groeit het aanbod gestaag vanwege de langjarige zekerheid die het geeft voor ontwikkelaars en financiers. Bijkomend voordeel is dat die zekerheid de financieringskosten heel laag houdt, en daarmee de prijs van Offshore Windenergie, WindEurope legt simpel uit hoe dat werkt. Een voorbeeld hiervan is Contract for Difference, wat al succesvol wordt ingezet in grotere markten als het Verenigd Koninkrijk, maar ook Denemarken, Polen en Frankrijk. Dit geeft niet zozeer een versnelling, eerder voorkomt het verdere vertraging die nu in het uitrolpad voor Wind op Zee binnensluipt door het huidige achterblijven van de elektrificatie van de industrie.
  3. Zet hoge doelen voor de komende jaren. De afgelopen 30 jaar heeft Nederland 17% CO2-reductie bereikt (t.o.v. 1990). De komende 10 jaar moeten wij nog 32% dalen om ons doel van 49% CO2-reductie te halen in 2030. Dit betekent dat wij enorm moeten versnellen. Hoge langetermijndoelen zetten voor duurzame energie helpt hierbij. Deze geven veel zekerheid aan de marktpartijen zodat zij durven te investeren. Het Verenigd Koninkrijk doet dit met hun doel voor 40 GW wind op zee in 2030. Als NWEA doen wij vast de voorzet voor de doelen die Nederland zich zou kunnen stellen: wat ons betreft wordt dat 22,5 GW wind op zee en 15 GW wind op land in 2030.
  4. Zorg voor een evenwichtige wind/zon verhouding in de RESsen. In de Regionale Energie Strategieën lijkt nu een sterke voorkeur te zijn voor zonnepanelen. Vanuit een systeemperspectief is het echter beter om een gelijke verdeling van de opwekcapaciteit Wind-Zon in te zetten. Zon en wind vullen elkaar qua opwek namelijk goed aan. Hiermee kunnen de schaarse ruimte en de elektriciteitsnetten optimaal worden ingezet voor de laagste maatschappelijke kosten. Zo wordt de energietransitie voor iedereen goedkoper.
  5. Zorg sneller voor meer tenders op Rijksgronden. In het Rijksprogramma OER worden uit 80 zoekgebieden 40 tenderlocaties die binnen de Ruimtelijke visies van de RESsen passen gereed gemaakt tussen nu en 2023. Als de RESsen dit actief oppakken kan dit een significante versnelling van de invulling van de RES-opgave van 35 TWh opleveren (of meer als het doel verhoogd wordt).
  6. Laat netbeheerders nu vast beginnen met investeren in duurzame infrastructuur. Het aanbod van duurzame energie zal de komende jaren sterk groeien. Zorg ervoor dat het elektriciteitsnet hier alvast op wordt voorbereid. Dat kan door netbeheerders meer ruimte te geven om proactief te investeren op locaties waar zij de kans groot achten dat een netuitbreiding nodig gaat zijn. Bijvoorbeeld door TenneT nu vast opdracht te geven om het net op zee uit te breiden met 6 GW extra. En door op land vast de hoofdinfrastructuur te versterken.
  7. Zorg ervoor dat het stikstof-dossier onze bouw niet stopt. De Nederlandse bodem heeft last van een te grote hoeveelheid stikstofneerslag. Alleen tijdens de bouw van een windmolen stoten de kranen en machines een kleine hoeveelheid uit. Als de windmolens eenmaal draaien stoten zij echter geen extra stikstof meer uit. Door de huidige problemen met de wetgeving rondom stikstof in Nederland lopen diverse projecten nu echter vertraging op of mogen überhaupt niet bouwen. Dit werkt averechts op het halen van de klimaatdoelen. Voor de overheid zou het oplossen van de problemen voor duurzame energieprojecten dan ook prioriteit moeten krijgen.

Door de aanpak van deze zeven punten kan de windsector de komende jaren grote stappen zetten. De windsector werkt aan innovatie, efficiency en gedegen businesscases. Echter, het is een schakel in het grotere systeem waarbij het essentieel is dat de overheid helpt om deze transitie te faciliteren en regisseren. Alleen dan blijft het tempo erin en komen de doelen van het klimaatakkoord de komende jaren in zicht, en kunnen we ook gaan kijken naar de extra vraag die nodig is vanuit Europa.