Ronkende cijfers voor offshore windenergie in 2023: in 2023 kwam een recordaantal van 4,2 GW aan nieuwe offshore windparken in bedrijf, een stijging van 40% ten opzichte van 2022. Als alle Europese landen hun plannen voor 2024 uitvoeren zoals gepland, wordt dit jaar minimaal 40 GW getenderd. Duitsland, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland vormen de top vijf van landen van te veilen capaciteit voor de komende twee jaar. Ook de toeleveringsketen kent een ommekeer, met nieuwe fabrieken in Polen, Denemarken, Duitsland, Nederland en Spanje. Toch zijn er ook risico’s.

Opschalen en investeren

Duitsland zal alleen al in 2024 8 GW tenderen. Ter vergelijking: in 2023 heeft Europa 13,5 GW aan nieuwe offshore windcapaciteit geveild. Europa zal de komende drie jaar jaarlijks ongeveer 5 GW aan offshore wind bouwen. Toch is dit niet voldoende om de Europese doelstellingen op het gebied van klimaat- en energiezekerheid te halen. Europese landen zullen in de periode 2027-2030 24 GW per jaar moeten bouwen om de doelstellingen voor 2030 te halen. Maar de huidige toeleveringsketen voor offshore windenergie kan slechts ongeveer 7 GW per jaar produceren.

Investeringen in uitgebreide en nieuwe fabrieken, zoals die nu door Vestas worden aangekondigd, zijn dus onmisbaar. Tegelijkertijd moet Europa ervoor zorgen dat de ondersteunende infrastructuur voor offshore-windenergie aanwezig is. Dit betekent investeren in netten, havens en schepen. Hier zijn inmiddels de eerste voortekenen van te zien. Europa’s toonaangevende fabrikanten van offshore stroomkabels breiden allemaal hun fabrieken uit, wat ervoor moet zorgen dat ze kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar kabels om offshore windparken in Europa aan te sluiten. Zo bouwt Bladt Industries in Denemarken een nieuwe fabriek voor offshore substations. Smulders en Neptun Werft bouwen een nieuwe faciliteit in Rostock (Duitsland) om converterplatforms te maken. En Dragados breidt de productie van offshore-onderstationplatforms in Cadiz (Spanje) uit.

Risico’s

Naast de mooie cijfers zijn er ook risico’s. Maar liefst 70% van alle veilingen in 2023 maakte gebruik van onbeperkte negatieve biedingen, waarbij ontwikkelaars van windenergie werd gevraagd te betalen voor het recht om een offshore windpark te bouwen.

Onbeperkt negatief bieden brengt een aantal grote risico’s met zich mee die de realisatie van projecten in gevaar kunnen brengen:

  • Ontwikkelaars moeten de extra kosten van negatieve biedingen dekken. Die kunnen ze of doorberekenen aan de elektriciteitsverbruikers, die al te lijden hebben onder hoge prijzen, of aan de toeleveringsketen van windenergie, die al worstelt met inflatie en kostenstijgingen.
  • Negatieve biedingen dragen ook bij aan het totale projectrisico, wat de kapitaalkosten opdrijft. Dit is vooral een uitdaging met de hogere rentetarieven nu.

In Duitsland blijkt bijvoorbeeld dat bij geen van de grote projecten die in 2023 met onbeperkte negatieve biedveilingen zijn gegund, tot nu toe een definitieve investeringsbeslissing is genomen.