Tweede Kamer pleit voor meer windturbines op zee

Warme woorden voor windenergie op zee tijdens een overleg van de Tweede Kamer. Meer turbines op de Noordzee, TenneT moet de elektrciteitskabel daarvoor aanleggen en duurzame energie moet voorrang krijgen bij toegang tot het elektriciteitsnet.

Tijdens een Algemeen Overleg van de Vaste commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer met minister Van der Hoeven (Economische Zaken) en staatssecretaris Huizinga (Verkeer & Waterstaat) op 6 oktober 2008 braken meerdere fracties een lans voor windenergie op zee. Het overleg ging naast de Energienota onder meer over brieven van het kabinet over offshore wind en de aansluitproblematiek.

Verschillende sprekers vonden dat zo snel mogelijk geregeld moet worden dat TenneT zorgt voor de infrastructuur op zee: de kabels waarmee de door windparken opgewekte elektriciteit getransporteerd wordt. Door 'stopcontacten' op zee aan te leggen, ontstaan er aansluitpunten waar meerdere windparken gebruik van kunnen maken. Zo gaf kamerlid Jos Hessels aan dat zijn CDA-fractie niet langer wil wachten met de besluitvorming rond het 'stopcontact' op zee, maar wenst dat daar snel mee begonnen wordt. Het tempo van de besluitvorming rond windenergie op zee mag van hem in het algemeen omhoog: 'Het moet allemaal veel sneller en veel duidelijker en de vergunningsprocedures moeten sterk bekort worden.'

Het 'stopcontact' op zee mag er niet alleen snel komen, maar door de kosten te socialiseren, omstaat er meer financiële ruimte voor windenergie op zee, meenden meerdere kamerleden. Zo kan er meer dan de voor 2011 geplande 450 MW gebouwd worden, rekende Diederik Samsom (PvdA) voor: 'Snel omgerekend zou je tot 600 megawatt kunnen komen als je de investeringskosten voor een kabel weghaalt bij de projectontwikkelaar en dus ook weghaalt uit de gelden van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE). Dat is dubbel winst.' De PvdA-er wil eventueel nog wel een stap verder, door bijvoorbeeld ook de fundering te socialiseren.

De komst van kolencentrales en/of nieuwe kerncentrales is niet goed voor de ontwikkeling van duurzame energie, vonden verschillende kamerleden. 'Het zijn centrales die dag en nacht op vol vermogen draaien. Dat is dodelijk voor de ambities in Schoon en Zuinig. Niet alleen windenergie wordt zo uit de markt gedrukt, maar ook industriële warmtekrachtinstallaties', aldus Paulus Janssen (SP).

Vendrik (GroenLinks) noemde het feit dat in 2011 slechts 450 MW is vergeven 'onaanvaardbaar'. Hij hekelde ook dat dan pas besluitvorming plaatsvindt over de resterende 5.500 MW om in 2020 aan 6.000 MW te komen. Vendrik: 'In 2002 is al kamerbreed een motie aangenomen om tot 6.000 MW te komen op zee. Nu moeten we nog wachten tot 2011. Dan hebben we 9 jaar verloren laten gaan.'

Het pleidooi om, in navolging van Europese regelgeving, te regelen dat duurzame energie altijd voorrang heeft bij toegang tot het elektriciteitsnet, werd door meerdere fracties herhaald.

Voorafgaand aan de bijeenkomst had NWEA de kamerleden nog een brief gestuurd met de belangrijkste punten betreffende windenergie op zee en het aansluitbeleid. NWEA pleitte onder meer voor een heldere regie bij de Rijkoverheid en een volwaardig plan van aanpak voor offshore wind. Deze kabinetsperiode zou voor 900 MW wind op zee mogelijk gemaakt moeten worden, meent NWEA, twee keer zoveel als de kabinetsplannen nu zijn. Anders wordt de opgave in de jaren daarna veel te fors, waardoor het moelijk wordt 6.000 MW in 2020 te halen.

Wat betreft het aansluitbeleid wees NWEA er op al herhaaldelijk te hebben aangegeven dat 'congestiemanagement' geen oplossing biedt voor niet-regelbare bronnen als wind en zon. NWEA bepleit daarom een systeem waarbij duurzame energie in alle gevallen voorrang kriigt.

De brief van NWEA aan de kamerleden is hieronder als pdf op te vragen.

Utrecht, 3 oktober 2008

Brief windenergie ten behoeve van AO 6 oktober

Geachte leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer,

Aanstaande maandag 6 oktober bespreekt u tijdens een Algemeen Overleg onder meer de ontwikkelingen rond offshore windenergie, het aansluitbeleid en de Energienota.
NWEA, de Nederlandse WindEnergie Associatie, vraagt uw aandacht voor het volgende.

Wind op zee

NWEA deelt het standpunt in het Energierapport dat in 2020 minstens 6.000 MW windenergie op zee moet zijn gerealiseerd. Wij blijven benadrukken dat wind op zee een essentieel element is voor leveringszekerheid en klimaatdoelstellingen en het verschuiven van export van kapitaal naar werkgelegenheid en economische activiteit in Nederland. NWEA ziet de inspanningen die momenteel worden gepleegd om de voorbereidingen daarvoor te treffen.
Wil wind op zee een substantiële bijdrage gaan leveren aan de energievoorziening, dan is meer dan ooit een krachtige en gecoördineerde aanpak nodig, met een forsere ambtelijke inzet.

NWEA bepleit daarom:

- Regie. Heldere regie en krachtige trekkers bij de Rijksoverheid. Onder andere samen met de sector, verenigd in NWEA, wordt momenteel hard gewerkt aan de ruimtelijke inpassing tot 2020. Nu komt de belangenafweging tussen bestaande gebruikers en wind op zee aan de orde: een kwalitatief goede afweging is noodzakelijk om te voorkomen dat in een later stadium bezwaarmakers de gewenste versnelling tegenhouden.
- Plan van aanpak. Opstellen van een volwaardig, compleet plan van aanpak, meer dan alleen een ruimtelijk plan. Naast een Plan-MER en locatiestudie behoren daarbij ook de aansluiting op het landelijk hoogspanningsnet, het vergunningsstelsel, het financiële ondersteuningssysteem en innovatieplannen. Dit plan van aanpak moet door het huidige kabinet verankerd worden voor de toekomst (na deze kabinetsperiode) net als dat bij andere lange termijn (infrastructurele) plannen gebruikelijk is om de gewenste investeringszekerheid te garanderen.
- Forsere inzet op korte termijn. Voor deze kabinetsperiode is een forsere inzet van 900 MW gewenst, omdat de opgave in de jaren daarna anders moeilijk, zo niet onmogelijk wordt.
- Stopcontacten. Aanleg van ‘stopcontacten op zee’: punten waar meerdere windparken op het landelijk hoogspanningsnet kunnen worden aangesloten. NWEA bepleit dat deze stopcontacten door TenneT worden aangelegd, vergelijkbaar met wat op land gebeurt. Ook voor de ‘korte termijn’ (de nu lopende aanvragen). TenneT doet daarmee kennis op en er ontstaat extra ruimte in de SDE die benut kan worden voor windturbines.
- Tender. NWEA is voor de verdere ontwikkeling van wind op zee na de 2e ronde geen voorstander van het systeem van tenders. Een tender werkt in een uitontwikkelde markt waarbij gemakkelijk op prijs vergeleken kan worden. Wind op zee is nog niet in die mate uitontwikkeld.
- Ruimtelijk beeld. Het vrijgeven van (een deel van) het gebied dat Defensie in gebruik heeft ten noorden van de Waddenzee.
- Urgentie! Het realiseren van 6000 MW op zee is een enorme uitdaging die alleen slaagt als we snel van start kunnen gaan. Nederland kan met dit programma de leidende positie innemen in offshore constructie en exploitatie van windenergie, een rol die onze industrie op het lijf is geschreven.

Aansluitbeleid

Om de problemen met het tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet op te lossen, wordt onder meer gedacht aan congestiemanagement. Nadat een voorstel van TenneT voor congestiemanagement door de marktpartijen werd afgewezen, heeft EnergieNed – dat een steeds kleiner deel van de energiemarkt vertegenwoordigt - een voorstel gedaan dat evenmin steun heeft gekregen.
NWEA heeft al herhaaldelijk benadrukt dat congestiemanagement voor niet-regelbare bronnen geen oplossing biedt. NWEA heeft voorgesteld voor niet-regelbare energiebronnen (wind en zon) een uitzondering te maken, net zoals deze zijn uitgezonderd van de verplichting tot het beschikbaar stellen van regel- en reservevemogen.

NWEA bepleit:

- Voorrang duurzame energie. Haast maken met de wetgeving die bepaalt, in navolging van de Europese richtlijn, dat duurzame energie bij voorrang wordt aangesloten en getranspor-teerd. Ingeval congestie wordt duurzame energie dan altijd als eerste getransporteerd.
- Uitzondering bij congestie. Bij invoering van een systeem van congestiemanagement geldt een uitzondering voor niet-regelbare duurzame energiebronnen (wind en zon).
- Capaciteitsplannen. De Energiekamer beter toezicht te laten houden op de capaciteitsplannen van TenneT en de andere netbeheerders. In deze plannen niet alleen rekening houden met grootschalig vermogen, maar ook met ruimtelijke reserveringen voor windenergie en WKK, zoals deze uit streek- en bestemmingsplannen naar voren komen. Nu vindt netverzwaring veelal niet tijdig genoeg plaats.
- Smart grids. Analyse van de toekomstige knelpunten in het transportnet. Uitwerking van innovatieve technische, juridische en organisatorische oplossingen (smart grids).

Windenergie: kansen en mogelijkheden

Windenergie op land en op zee kunnen een forse bijdrage leveren aan de energietransitie als hoofdbestanddeel van een mix aan (duurzame) vormen van energie. Als in 2020 20% van de energievoorziening uit hernieuwbare bronnen komt; kan windenergie daar de helft van leveren, in de vorm van elektriciteit. In 2050 kan windenergie voorzien in 40% tot 50% van de totale Nederlandse elektriciteitsbehoefte.

Meer informatie

Natuurlijk zijn wij graag bereid een nadere toelichting te geven op de punten in deze brief.

Met vriendelijke groet,

Jaap Warners, Ton Hirdes
Voorzitter NWEA, Directeur NWEA