Reactie op structuurschema elektriciteitsvoorziening (SEV III)

Een mogelijk stopcontact op zee wordt jammer genoeg niet als mogelijkheid genoemd in het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III), schrijft NWEA in een zienswijze naar aanleiding van het verschijnen van het kabinetsstandpunt (PKB 3). Ook de noodzakelijke hoogspanningsverbindingen tussen zo'n aansluitpunt voor toekomstige offshore windparken en de kust staan niet in de stukken. Die omissie dient wat NWEA betreft goedgemaakt te worden.

Daarnaast kaart NWEA nog enkele onduidelijkheden en omissies aan. Zo wordt in het SEV III nog geen rekening gehouden met de concentratiegebieden op land waaraan vanuit de Landelijke Uitwerking Windenergie wordt gewerkt.

De Vaste Commissie voor Economische Zaken
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
t.a.v. mevrouw A.J. Timmer, voorzitter
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Plaats en datum Utrecht, 6 mei 2009
Ons kenmerk Br-secr.181N -

Onderwerp:
PKB deel 3, kabinetsstandpunt: Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening

Geachte Commissie, geachte voorzitter,

Hierbij maakt de Nederlandse Wind Energie Associatie graag haar zienswijze aan u kenbaar naar aanleiding van de bekendmaking van PKB deel 3, het kabinetsstandpunt, Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III).

Relatie SEV II en SEV III
(Punt 1.2 t/m punt 1.5)
Het SEV III vervangt het SEV II.
Het SEV III is volledig geactualiseerd en betreft de gehele elektriciteits-voorziening, c.q. het landelijke hoogspanningsnet met een spanningsniveau van 220 kV of hoger en de vestigingsplaatsen voor grootschalige productie.
Het is dan ook ongewenst en draagt niet bij aan een duidelijk, inzichtelijk en volledig structuurschema dat naast het SEV III enkele partiële herzieningen van het SEV II als zelfstandige besluiten van kracht blijven. Het betreft hier herzieningen met betrekking tot het Near Shore Windpark (tegenwoordig Offshore windpark Egmond aan Zee), de BritNed kabel en de Randstad 380 kV-verbinding. Deze partiële herzieningen zijn, zoals de naam zegt, herzieningen cq wijzigingen van het SEV II en moeten dus gelezen worden in samenhang met en in de context van het SEV II. Dat deze besluiten als zelfstandige besluiten van kracht blijven naast het SEVIII is verwarrend en leidt tot onduidelijkheden.

NWEA pleit ervoor de partiële herzieningen van het SEV II integraal op te nemen in de tekst van het SEV III. Daarbij is het geenszins onze bedoeling de besluiten ten aanzien van deze projecten opnieuw ter discussie te stellen. NWEA beoogt hiermee slechts te bevorderen dat het SEV III een duidelijk, onderling samenhangend en de gehele elektriciteitsvoorziening omvattend document wordt.

Vestigingsplaatsen: Windturbines op zee
Op grond van punt 3.1 betreft het SEV III globale ruimtereserveringen voor grootschalige vestigingsplaatsen waar tenminste 500 MW elektriciteit kan worden geproduceerd.
Op grond van punt 4.3 vormt het ruimtelijk beleid van het kabinet zoals weergegeven in de Nota Ruimte en in het bijzonder paragraaf 4.8.3.1 betreffende de elektriciteitsvoorziening het ruimtelijk kader voor het SEV III.

De Nota Ruimte stelt dat de realisatie van windparken op zee tot een totaal vermogen van 6.000 MW in de Exclusieve Economische Zone geschiedt om dwingende redenen van groot openbaar belang. Vestigingsplaatsen voor windparken op zee zijn niet globaal aangegeven in het SEV III.
Indien dit betekent dat windparken op zee van 500 MW of meer tot 2020 niet zijn toegestaan of slechts nadat een partiële herziening van het SEV III heeft plaatsgevonden, acht NWEA dit ongewenst. Dit gemis kan worden opgevuld door te verwijzen naar het Nationaal Waterplan.

Vestigingsplaatsen: Concentratiegebieden (Landelijke Uitwerking Windenergie)
Het Ministerie van VROM overweegt in het toekomstige ruimtelijk beleid voor de plaatsing van grote windturbines uit te gaan van concentratiegebieden. In het kader van de Landelijke Uitwerking Windenergie (op land) worden mogelijke locaties voor concentratiegebieden onderzocht. Deze gebieden moeten voldoende plaatsingsmogelijkheden voor windenergie op land kunnen bieden om de doelstelling tot 2020 te kunnen realiseren.
Dit is de periode die door het SEV III bestreken wordt.
In het SEV III wordt nog geen rekening met dergelijke concentratiegebieden.

De aanwijzing van concentratiegebieden heeft echter uitsluitend zin wanneer ook het SEV III hierop is of zal worden aangepast. Bij de partiële herziening, die in dat geval nodig is, moeten de concentratiegebieden worden aangewezen als vestigingsplaatsen voor grootschalig productievermogen dat gebruik maakt van windenergie, en tevens moeten de hoogspanningsverbindingen, die nodig zijn om dit productievermogen aan te sluiten op het landelijk hoogspanningsnet, worden aangewezen.

Het is van belang concentratiegebieden zorgvuldig te selecteren en aan te wijzen. Indien wordt besloten concentratiegebieden aan te wijzen, moet rekening worden gehouden met de daarbij behorende partiële herziening van het SEV III.

Hoogspanningsverbindingen: Aansluiting van windparken op zee
NWEA heeft verheugd vastgesteld dat de aanleg van hoogspannings-verbindingen, dienodig zijn om windparken op zee aan te sluiten, wordt geacht te geschieden om dwingende redenen van groot openbaar belang.

Hoogspanningsverbindingen: Stopcontact op zee
De locaties Beverwijk, Maasvlakte en Borssele zijn locaties waar op grootschalige wijze windparken op zee kunnen worden aangesloten op het landelijk 380 kV-hoogspanningsnet.
Het SEV III bestrijkt de periode tot 2020. Het kabinet streeft in die periode de realisatie van 6.000 MW windenergie productievermogen op zee na. Bij realisatie van meerdere windparken op zee zijn vanuit efficiënt ruimtegebruik (bundeling van kabels) en kosteneffectiviteit één of meer stopcontacten op zee gewenst en nodig.
In het SEV III ontbreekt echter een uitspraak over een stopcontact op zee en/of de hoogspanningsverbinding tussen genoemde aansluitpunten op de kust en een of meer stopcontacten op zee. Deze omissie dient naar oordeel van NWEA te worden aangevuld.

Wij zijn gaarne bereid onze zienswijze nader mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Jaap Warners, voorzitter