Locatiestudie offshore windenergie

NWEA en de strategiegroep Transitie Offshore Wind (TOW) bepleiten de tot standkoming van een locatiestudie wind op zee. Deze is bedoeld voor de zogenaamde 'derde ronde' offshore windenergieparken. NWEA en TOW vragen het Ministerie van Economische Zaken daarnaast om duidelijkheid op korte termijn voor de projecten uit de 'tweede ronde'.

Voor een gestage ontwikkeling van windenergie op zee is het van belang dat er windparken worden gebouwd en dat deze tweede ronde niet wordt opgehouden door de derde ronde.

Ministerie van Economische Zaken
Interdepartementale Programmadirectie Energietransitie (IPE)
T.a.v. Drs. H.E. Brouwer
Postbus 20101
2500 EL DEN HAAG

Plaats en datum Utrecht, 13 juli 2007
Ons kenmerk Br-secr.103N

Geachte Heer Brouwer,

In Transitie Offshore Wind (TOW) verband wordt er op dit moment gewerkt aan de opzet voor een locatiestudie voor offshore windenergieprojecten. Deze locatiestudie moet het startpunt gaan vormen voor de zogenaamde derde ronde offshore windprojecten. De selectie van gebieden waar offshore windparken kunnen worden ontwikkeld is de fundatie voor de noodzakelijke versnelling van de ontwikkeling van offshore wind en daarmee van de invulling van de kabinetsdoelstellingen voor duurzame energie en klimaatbeleid.
Aan TOW wordt meegewerkt door de bij offshore wind betrokken leden van NWEA (NWEA commissie offshore).

Deze notitie is een initiatief van NWEA wat door TOW wordt ondersteund. Hij is aan u gericht omdat deze locatiestudie de werkterreinen van meerdere ministeries overlapt, hetgeen om vroegtijdige interne afstemming binnen de overheid vraagt voor een voorspoedig verloop van de studie. De betrokken ministeries zijn EZ, V & W, VROM, LNV en Defensie.

NWEA ondersteunt de voorgestane aanpak voor de locatiestudie en dringt aan op een belangrijke rol voor NWEA bij het formuleren van de opdracht, de begeleiding van de studie en het beoordelen van de resultaten. Voorts stelt NWEA voor de locatiestudie uit te laten voeren door het samenwerkingsverband We@Sea. Binnen We@Sea is veel kennis en ervaring aanwezig om een dergelijke studie efficiënt uit te voeren, in samenwerking met de betrokken overheden en NWEA. Op deze wijze kan de door de leden van NWEA in de MER trajecten opgedane specifieke kennis over locaties en effecten relatief snel en kostenefficiënt worden vertaald in een locatiestudie. Met de resultaten van deze studie kan de overheid de volgende stappen zetten zoals de planologische verankering van de locaties.
De inbreng van de sector is cruciaal om dit proces te laten slagen en realistische uitkomsten te verkrijgen. Uiteindelijk doel is de bouw van duurzame elektriciteitscentrales op zee in de vorm van windparken. De locatieselectie moet dan ook gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat deze windparken technisch en economisch haalbaar zijn. Daarnaast is het ook in het belang van de leden van NWEA om locaties te selecteren die voldoende rekening houden met andere belangen en gebruikers om de noodzakelijke versnelling van de ontwikkeling in gang te kunnen zetten. De leden van NWEA hebben vanuit hun dagelijkse werkzaamheden, ook in andere landen, goed inzicht in deze belangen.

TOW ziet belangrijke voordelen in het uitvoeren van de studie op bovenstaande wijze, niet in het minst omdat We@Sea door zowel overheid en bedrijfsleven wordt gesteund en inmiddels brede kennis en inzicht in veel van de betroffen materie heeft opgebouwd. Dit biedt belangrijke voordelen voor kwaliteit en snelheid van de studie. Wat betreft de uitvoering is TOW , als publiek/private combinatie, beschikbaar voor aansturing en begeleiding.

Om de vaart in de ontwikkeling van offshore wind te houden verzoekt NWEA daarnaast om duidelijkheid op korte termijn over de verdere invulling van de tweede ronde (initiatieven onder de huidige beleidsregels). Voor een gestage ontwikkeling van offshore wind is het nodig dat er in deze ronde windparken worden gebouwd en dat deze tweede ronde niet wordt opgehouden door de derde ronde. Hoewel dit buiten de directe scope van TOW lijkt te liggen is deze duidelijkheid wel degelijk van belang voor de “derde ronde” en dus voor TOW. De ministeries van V & W en EZ als prominente partijen in deze materie worden dan ook verzocht zo spoedig mogelijk de gevraagde duidelijkheid te verschaffen.

IPE kan in hoge mate bijdragen aan het beoogde succes van de locatiestudie, ten eerste door het verzekeren van interne afstemming binnen de overheid, ten tweede door in te stemmen met de voorgestelde uitvoerder.


Wij zijn gaarne bereid deze brief mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groet,

Joop Lasseur,

Namens de Strategiegroep Transitie Offshore Wind en de
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA.