Inspraakreactie Waterplan en Beleidsnota Noordzee

Met het Nationaal Waterplan en de Beleidsnota Noordzee moet onder meer de ruimte voor de 6.000 MW offshore windenergie gevonden worden die tot 2020 wordt ingepland. NWEA heeft op de concept-stukken ingesproken. NWEA vindt onder meer dat wind gelijk behandeld moet worden als andere, al langer bestaande activiteiten op de Noordzee.

Nu krijgt windenergie met extra zware eisen te maken. NWEA ondersteunt een hoog ambitieniveau voor windenergie op de Noordzee, waarbij de lat nog aanzienlijk hoger zou mogen liggen dan 6.000 MW. Er is ook nog een aparte reactie opgesteld over het zoekgebied Hollandse Kust.

In het Nationaal Waterplan zijn twee windenergiegebieden aangewezen: Borssele en IJmuiden. Er wordt nog gekeken op basis van een nadere afweging ander gebruik en mogelijke effecten op de natuur hoeveel ruimte de gebieden echt bieden. Daarnaast zijn twee ‘zoekgebieden’ aangewezen: Hollandse Kust en het gebied ten noorden van de Waddeneilanden. Juist hier zou vóór 2020 een aanzienlijk windvermogen moeten komen; minimaal 1.000 MW ten Noorden van de Waddeneilanden en 3.000 MW relatief dicht onder de kust tussen Hoek van Holland en Texel. Voor de zoekgebieden volgt een brede maatschappelijke kosteneffectiviteitanalyse, waarbij gekeken wordt naar al bestaand gebruik en het mariene ecosysteem. Naar het oordeel van NWEA lijkt de tijd tot 2020 erg krap om die brede maatschappelijke analyse uit te voeren en vervolgens nog op tijd het gewenste windvermogen te realiseren.
Het gebied Hollandse kust tussen Hoek van Holland en Texel is het meest kosteneffectief voor windenergie, omdat op een relatief ondiepe plek gebouwd kan worden, dichtbij aanlandingspunten waar de komende jaren voldoende capaciteit op het hoogspanningsnet beschikbaar komt. Het windenergiegebied IJmuiden biedt eveneens goede inpassing van windenergie. Inpassing en aansluiting van voldoende vermogen vanaf 2014 is ook alleen mogelijk op die twee locaties. Op de beide andere locaties is dat pas vanaf 2018 mogelijk.

Gelijkwaardig beoordelingskader

NWEA constateert dat windenergie op de Noordzee als ‘new-kid-on-the-block’ helaas de sluitpost is bij de verdeling van de beperkte ruimte. Bestaand gebruik, met name olie- en gaswinning en de scheepvaart gaan voor. Bij bestaand gebruik wordt voorbij gegaan aan de duidelijke effecten die deze activiteiten kunnen hebben op het mariene ecosysteem en natuurwaarden. Bij wind op zee worden daarentegen juist wél zware eisen gesteld aan natuur- en milieuonderzoek. NWEA vindt dat windenergie bij gebiedsselectie, vergunningverlening en het opstellen van monitorings- en evaluatieprogramma’s gelijk behandeld moet worden aan de reeds jaren bestaande andere activiteiten op de Noordzee. Uitgangspunt moet zijn gelijke regels voor de beoordeling van veiligheidsrisico’s en ecologische effecten voor alle activiteiten.
Dit geldt voor zowel de aangewezen windgebieden, maar zeker ook voor het zoekgebied Hollandse Kust. NWEA verzoekt de overheid om bestaand gebruik ruimte te laten maken voor windenergie. Natuurlijk wil NWEA daarover graag meepraten en kennis en ervaring inbrengen.

Scheepvaartroutes

In de inspraakreactie wordt verder onder meer ingegaan op zandwinning, scheepvaartroutes en olie- en gasplatforms. Bij de platforms worden erg ruime veiligheidszones gehanteerd. Volgens NWEA kan bij verdere uitwerking blijken dat maatwerk mogelijk is en dus een kleinere zone. Zelfs in het voor windenergie aangewezen gebied IJmuiden liggen drie platforms waar een afstand van vijf zeemijl tussen platform en turbines in acht genomen zou moeten worden. NWEA vraagt meer flexibiliteit en maatwerk; vijf zeemijl is in veel gevallen niet nodig. Bovendien 'vergeet' de overheid dat veel olie- en gasvelden op korte termijn (2010-2015) leeg zijn of zullen raken. Daarnaast kan het, in samenwerking met initiatiefnemers van offshore windparken, voor operators van olie- en gasplatforms zelfs aantrekkelijker worden om 'kleine velden' leeg te maken door het gas te 'verstromen' en gebruik te maken van de elektriciteitskabels die voor offshore wind worden neergelegd.
In de plannen wordt voor windparken de afstand tot scheepvaartroutes opgerekt tot 2 zeemijl (3,7 km). Opvallend: voor olie- en gasplatforms golden altijd kortere afstanden. Er liggen meerdere platforms op 500 meter van drukke scheepvaartroutes - de huidige standaardafstand. Sommige liggen zelfs op nog kortere afstand, terwijl het veiligheidsrisico van een aanvaring met een olie- of gasplatform groter is dan bij een windturbine. NWEA meent daarom dat de afstand tussen scheepvaartroutes en offshore windparken ook standaard 500 meter kan zijn, tenzij ergens uit nadere risicoanalyses het tegendeel blijkt. Voor de afstanden tussen scheepvaartroutes en windparken doet NWEA in de inspraakreactie een aantal voorstellen. Zo stelt de scheepvaartsector dat een schip bij een dreigende aanvaring altijd naar stuurboord moet kunnen uitwijken. NWEA bepleit daarom onderzoek naar een grotere afstand uitsluitend aan de stuurboordzijde van een scheepvaartroute, in combinatie met de standaard afstand van 500 m aan de bakboordzijde. Ook wijst NWEA op onder meer op toekomstige technologische ontwikkelingen waardoor de veiligheid kan en zal verbeteren.

Uitstel besluitvorming Hollandse kust

In de aparte reactie op de plannen voor het zoekgebied Hollandse kust, bepleit NWEA om de keuzes voor dit zoekgebied pas begin volgend jaar te maken. Dan is de tender voor de zogenaamde 2e ronde geweest en is duidelijk welke projecten wél en welke níet doorgaan. De 'inrichting' van het gebied Hollandse kust is veel gemakkelijker als rekening gehouden kan worden met die uiteindelijke keuzes.

De volledige inspraakreacties kunnen hieronder als pdf worden opgevraagd, zowel de algemene inspraakreactie als de specifieke op de plannen voor het zoekgebied Hollandse kust.

Verleende en afgewezen vergunningen (aanvulling 18 juli 2009)

Inmiddels heeft de overheid een aantal nieuwe vergunningen verleent voor windparken op zee, maar een nog groter aantal afgewezen. Bij de afwijzing speelde soms de veiligheid rond olie- en gasplatforms, soms de scheepvaartroutes en in een aantal gevallen het effect op vogels. Zeker in dat laatste geval gaat het volgens NWEA om twijfelachtige berekeningen, waarbij onder meer te zeer uitgegaan is van een cumulatief significant effect, terwijl het niet eens zeker is dat alle windparken er komen. De ‘tender’ die er aan komt, zal er immers maar een paar mogelijk maken.