Brief over offshore windparken en scheepvaartveiligheid

Op de Noordzee dreigt voor honderden MW aan duurzame energieplannen in de prullenbak te verdwijnen door de rol van een volstrekt nieuwe adviesgroep, schrijft NWEA aan het ministerie van Verkeer & Waterstaat.

Voor enkele vergunningaanvragen voor offshore windparken heeft het ministerie van Verkeer & Waterstaat (V&W) onlangs een ontwerp-afwijzing verzonden. Dit nadat een negatief advies was afgegeven in verband met de scheepvaartveiligheid door de Nautische Adviesgroep, een volstrekt nieuwe door V&W in het leven geroepen adviesgroep. In een brief aan de staatssecretaris van V&W wijst NWEA erop dat bij de vergunningaanvraag voor windparken op zee voor de effecten op de scheepvaartveiligheid gebruik wordt gemaakt van richtlijnen die gelden voor milieueffectrapportages en dat de commissie voor de milieueffectrapportage de conclusies onderschrijft. Het is onduidelijk waarom de Nautische Adviesgroep tot andere conclusies komt. NWEA spreekt in de brief haar bezorgdheid uit: 'Hiermee dreigt voor honderden MW aan duurzame energieplannen in de prullenbak te verdwijnen.’

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat
De staatssecretaris van V&W
Mevrouw J.C. Huizinga-Heringa
Postbus 20901
2500 EX DEN HAAG

Kopie verzonden aan de ministers van EZ, VROM en LNV

Plaats en datum Utrecht, 25 oktober 2007
Ons kenmerk Br-secr. 115N-a

Betreft: Offshore windenergie

Excellentie, geachte Mevrouw Huizinga-Heringa,

Met Prinsjesdag is de doelstelling voor offshore windenergie voor deze kabinetsperiode bekend gemaakt. Het kabinet committeert zich aan 450 MW offshore windenergie. NWEA heeft in een reactie laten weten dat zij dit een voorzichtige start vindt om uiteindelijk 20 procent duurzame energie in 2020 te halen, waarvan minstens 6000 MW aan offshore windenergie.

De realisatie van de kabinetsdoelstellingen is onlangs bemoeilijkt door de ontwerp-afwijzing van drie vergunningsaanvragen die het verst in procedure zijn. Hiermee dreigt voor honderden MW aan duurzame energieplannen in de prullenbak te verdwijnen.

De ontwerp-afwijzing van de vergunningen heeft betrekking op scheepvaartveiligheid. Er is blijkbaar door uw ministerie een Nautische Adviesgroep in het leven geroepen, die een negatief advies heeft gegeven over de “overige aspecten die van belang zijn bij het beoordelen van de scheepvaartveiligheid”.

Initiatiefnemers zijn vanaf begin 2005 bezig om vergunningen te verwerven voor offshore windparken. Als onderdeel van het milieueffectrapport (MER) is voor alle parken, conform de MER-richtlijnen, gebruik gemaakt van het SAMSON-model om de te verwachten effecten op scheepvaartveiligheid in beeld te brengen, zowel op parkniveau als cumulatief. Conclusies van deze berekeningen zijn dat de geconstateerde effecten op scheepvaartveiligheid in het algemeen gering, en op zichzelf acceptabel zijn. Vervolgens heeft de Commissie voor de milieu-effectrapportage de MER’s inclusief de scheepvaartveiligheidsstudies aanvaardbaar beoordeeld. Niet duidelijk is op basis van welke (nieuwe) normen en aanvullende informatie de ingestelde Nautische Adviesgroep tot andere conclusies komt dan de uitkomsten van het SAMSON-model en het op dit punt positieve toetsingsadvies van de Commissie voor de milieu-effectrapportage.

Het moge duidelijk zijn dat met deze ontwikkelingen niet alleen de eerdergenoemde initiatieven, maar ook andere in gevaar komen en daardoor vervolgens de kabinetsdoelstellingen. Dit zijn juist de zeelocaties met de kleinste onrendabele top. In het onlangs verschenen werkprogramma Schoon & Zuinig ´Nieuwe energie voor het klimaat´ wordt aangegeven dat het kabinet hard zal werken om de problemen rond de locatiekeuze voor offshore windenergie op te lossen.

Naar ons oordeel is, gezien het voorgaande, bestuurlijke daadkracht nodig om een krachtig beleid voor toepassing van windparken op zee te gaan voeren en daarmee windenergie op zee een volwaardige plaats te geven in Nederland.

NWEA verzoekt u dan ook om op korte termijn de problematiek rond de scheepvaartveiligheid voor offshore windenergie op te lossen en hiertoe metduidelijke normen en uitgangspunten ter beoordeling van toelaatbare effecten op scheepvaartveiligheid te komen.

Natuurlijk zijn wij gaarne bereid een en ander nader toe te lichten,

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Joop Lasseur, voorzitter