Aanleg 'stopcontact op zee' kan op basis huidige wetgeving

TenneT heeft op grond van de huidige wetgeving de mogelijkheid én de plicht om een 'stopcontact op zee' aan te leggen. Dat schrijft NWEA in een brief aan de Tweede Kamer. NWEA bepleit al lang een 'stopcontact op zee' waarop de toekomstige offshore windparken aangesloten kunnen worden.

Als niet voor elk windpark apart de aansluiting op het elektriciteitsnet geregeld hoeft te worden, betekent dat voor individuele exploitanten én voor de Nederlandse samenleving als geheel een aanzienlijke kostenbesparing. Met dezelfde SDE-middelen zullen dan meer windturbines geplaatst kunnen worden en kan dus meer duurzame energie worden opgewekt.

Er zijn bovendien synergie-mogelijkheden, schrijft NWEA, die vanuit energetisch en financieel oogpunt aantrekkelijk zijn. Stopcontacten op zee bieden bijvoorbeeld de mogelijkheid gas uit reservoirs die uitgeput raken of die te klein zijn om nu te ontwikkelen op het offshore platform om te zetten in elektriciteit (‘verstromen').

Over de vraag of TenneT het stopcontact op zee zou moeten aanleggen, wordt al langer gesproken. TenneT wil wel, maar Den Haag vraagt zich af of daartoe wel een wettelijke basis is. Met de brief maakt NWEA voor de leden van de Vaste commissie voor Economische Zaken van de Tweede duidelijk dat die wettelijke basis én plicht er op basis van de huidige Elektriciteitswet 1988 wel degelijk is. Het blijkt ook uit de praktijk bij het Prinses Amaliawindpark. Daar heeft TenneT bijvoorbeeld voor de windparken EAN-codes vertstrekt, waarmee is aangegeven dat het op basis van de wet bevoegd is.

Op vragen waarom het Ministerie denkt dat de uitleg van de Elektriciteitswet door NWEA onjuist zou zijn, heeft NWEA overigens nooit een antwoord ontvangen. De brief is nu verstuurd vanwege de intensieve discussies die de Tweede Kamer met de minister voert over wijzigingen van de Elektriciteitswet. Bovendien zal de minister binnenkort antwoorden op vragen van het kamerlid Diederik Samsom over het stopcontact op zee.

Vaste Commissie voor Economische Zaken
van de Tweede Kamer der Staten Generaal
t.a.v. mevrouw A.J. Timmer, voorzitter
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Plaats en datum Utrecht, 4 mei 2009
Ons kenmerk Br-secr.179N

Onderwerp: Stopcontact op zee

Geachte Commissie, geachte voorzitter,

Gezien de huidige intensieve discussies tussen het parlement en de Minister over diverse wijzigingen van de Elektriciteitswet, acht NWEA het van belang haar visie op een aantal actuele zaken aan uw Commissie kenbaar te maken. Daarnaast zal de Minister binnenkort de vragen van de heer D. Samsom over een stopcontact op zee beantwoorden.

NWEA meent dat op grond van de vigerende Elektriciteitswet 1998 TenneT de mogelijkheid en de plicht heeft te voorzien in een stopcontact op zee. Met deze brief willen wij dat voor u duidelijk maken, mede op basis van de praktijk van het Prinses Ameliawindpark. Een stopcontact op zee is daarnaast voor de eerstvolgende serie offshore windparken gewenst, zinvol en voor Nederland niet alleen de meest kostenefficiënte, maar ook een aantrekkelijke oplossing.
Er zijn volgens NWEA ook mogelijkheden voor aanzienlijke kostenbesparingen door gedeeld gebruik, indien stopcontacten voor offshore windparken worden gecombineerd met Interconnectoren tussen de elektriciteitstransportnetten van de landen rond de Noordzee.

Wetsvoorstel Voorrang voor duurzaam
Op grond van het recent door de Minister aan uw Kamer toegezonden Voorstel tot wijziging van de Elektriciteitswet met betrekking tot voorrang voor duurzaam, komt de huidige regeling aanmerkelijke investeringen (artikel 41b tweede lid, Elektriciteitswet) te vervallen.
Op grond van het nieuwe artikel 20d worden de kosten voor uitbreidingen van de netten waarvoor op grond van de Wet ruimtelijke ordening een inpassingsplan is vastgesteld ofeen projectbesluit is genomen, verrekend in de transporttarieven.
Deze wijziging van de wet betekent dat investeringen in hoogspanningsnetten altijd verrekend worden in de transporttarieven.
Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld investeringen in hoogspanningsnetten ten behoeve van de aansluiting van kolencentrales en het transport van de aldus opgewekte energie van Noord Nederland of de Maasvlakte naar afnemers in Nederland en Duitsland worden gedekt uit de transporttarieven.

Er lijkt dus geen enkele sprake van rechtsongelijkheid wanneer een investering in een hoogspanningsnet op zee ten behoeve van de aansluiting van meerdere windparken op het landelijk hoogspanningsnet en het transport van de met deze windparken opgewekte energie naar afnemers in Nederland wordt gedekt uit de transporttarieven. Eerder lijkt dit volledig aan te sluiten bij het doel van het Wetsvoorstel ‘Voorrang voor duurzaam’ en bij de Europese Richtlijn 2001/77/EG van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt.

Stopcontact op zee
Inmiddels is besloten in het kader van het ‘stimuleringspakket’ extra SDE-middelen voor 500 MW aan offshore windenergievermogen beschikbaar te stellen. Daarmee komt in deze ronde SDE voor totaal 950 MW offshore windenergie beschikbaar.

Op grond van efficiënt ruimtegebruik en in aansluiting op het gestelde in PKB deel 3, het kabinetsstandpunt, Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening[1], is bundeling van kabels in de Noordzee gewenst.
Deze bundeling kan het beste gewaarborgd worden, wanneer de landelijk netbeheerder een stopcontact op zee aanlegt, waarop meerdere windparken kunnen worden aangesloten. Bij de keuze van de locatie voor één of meer stopcontacten zou rekening gehouden moeten worden met de in Ronde 2 vergunde windparken en de voor Ronde 3 aangewezen gebieden.

Daardoor ontstaan significante kostenvoordelen. Niet alleen voor individuele exploitanten, maar ook voor de Nederlandse samenleving.
Lagere kosten voor de individuele exploitant betekenen een lagere SDE-bijdrage per MWh, hetgeen uiteindelijk betekent dat met dezelfde middelen meer windenergie (c.q. duurzaam) elektriciteitsproductie vermogen mogelijk is.

De kosten van aanleg, het inwerking hebben, het onderhoud en de uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet komen (op land en op zee) voor rekening van de landelijk netbeheerder en worden door deze via de transporttarieven doorberekend aan alle aangeslotenen, c.q. elektriciteitsgebruikers.
TenneT hanteert voor haar hoogspanningsnetten andere afschrijvingstermijnen en rekent met andere financieringsrente dan individuele exploitanten van windparken.

Synergie met kleine velden beleid
Een bijkomend voordeel van een (of meer) stopcontact(en) op zee is, dat bijna lege gasvelden kunnen worden leeg geproduceerd en dat kleine, nu onrendabele gasvelden toch kunnen worden benut.

Indien het te duur is om een gastransportleiding aan te leggen, zou een klein, nu onrendabel gasveld toch benut kunnen worden door het gas offshore om te zetten in elektriciteit (‘verstromen’). Deze elektrische energie kan vervolgens via het stopcontact op zee en het daarmee verbonden hoogspanningsnet naar de wal worden getransporteerd.

Eenzelfde combinatie is mogelijk bij ondergrondse gasreservoirs die uitgeput raken, waardoor de druk in het reservoir te laag wordt. Het is vaak niet meer economisch aantrekkelijk deze hoeveelheid gas te winnen en via leidingen naar de wal te pompen.
Ook dit gas zou op het offshore platform ‘verstroomd’ kunnen worden.

Ook kan een stopcontact op zee aantrekkelijk zijn om grote gascompressoren bij offshore gasvelden te voeden. Het gas van een bijna leeg gasveld kan dan toch aan land gebracht worden, waar het gas met een hoger energetisch rendement gebruikt kan worden.

Zo kan meer gas worden gewonnen uit kleine of bijna uitgeputte gasvelden. Dit is van belang voor een optimale benutting van bestaande offshore installaties. Het is bekend dat de winning van extra hoeveelheden gas aantrekkelijk is voor de Nederlandse schatkist.
Een deel van de kosten van een stopcontact op zee kan hiermee worden terugverdiend.

De Elektriciteitswet 1998 en de EEZ
Artikel 1, vierde lid van de Elektriciteitswet luidt:
“Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op installaties voor de opwekking van elektriciteit die zijn gevestigd binnen de Nederlandse exclusieve economische zone, alsmede de daarmee opgewekte elektriciteit.”

Volgens het Ministerie zou dit echter niet betekenen dat de Elektriciteitswet 1998 van toepassing is in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ) voor zover het betreft de verplichtingen van de netbeheerder op grond van artikel 23 en 24 van de wet.[2]

Windparken op zee zijn installaties voor de opwekking van elektriciteit, die zijn gevestigd binnen de Nederlandse EEZ. Deze windparken en de door middel van deze windparken opgewekte elektriciteit vallen daarmee naar het oordeel van NWEA op grond van het vierde lid van artikel 1 onder de werking van de Elektriciteitswet.

Wanneer exploitanten van windparken op zee de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet (TenneT) verzoeken om een aansluiting op het landelijk net, moet de netbeheerder hierin voorzien. Wanneer meerdere windparken op zee worden aangesloten op dezelfde hoogspanningskabel, wordt deze kabel een net in de zin van artikel 1 sub i van de Elektriciteitswet.[3]

Op deze aanbieding tot het maken van de aansluiting van een windpark op zee, de aan te leggen aansluiting, het aan te leggen transportnet en op het transport van de in de EEZ geproduceerde elektriciteit zijn de Elektriciteitswet en de daarop berustende bepalingen (waaronder de Codes) van toepassing.

NWEA heeft deze uitleg van de wet bij herhaling voorgelegd aan vertegenwoordigers van
het Ministerie van Economische Zaken. Daarbij heeft NWEA nadrukkelijk gevraagd, indien deze uitleg van de Elektriciteitswet niet juist zou zijn, aan te geven wat in dit geval wordt bedoeld met
“installaties voor de opwekking van elektriciteit die zijn gevestigd binnen de Nederlandse Exclusieve Economische Zone”
en met
"alsmede de daarmee opgewekte elektriciteit"?

Op deze vraag heeft NWEA tot op heden geen antwoord gekregen.

Ontheffing ex artikel 15 Elektriciteitswet
Dat de Minister van Economische Zaken ook van mening is dat de Elektriciteitswet van toepassing is op windparken op zee en op de aansluiting van deze windparken op het Nederlands net blijkt ook uit de ontheffing (van de verplichting tot het aanwijzen van een netbeheerder), die op 13 mei 2003 door de Minister van Economische Zaken is verleend aan Windparken Beheer BV ten behoeve van de aanleg, instandhouding en het beheer van een 150 kV elektriciteitsnet in de EEZ. Dit net was bedoeld en is inmiddels operationeel voor het transport van de elektriciteit, die wordt opgewekt met de drie windparken in de EEZ, die tezamen de zestig windturbines van het Prinses Amaliawindpark (voorheen Q7-WP) vormen.

De ontheffing heeft betrekking op het 150 kV net tussen de wal en het offshore 150/20 kV transformator- en schakelstation, inclusief dit station, een en ander ten behoeve van de aansluiting en het transport van elektriciteit van deze zestig windturbines.

EAN-aansluitcodes
Ten behoeve van de meting van de opgewekte elektriciteit, de registratie van Garanties van Oorsprong en de vaststelling van de MEP-bijdrage, heeft de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet (TenneT) aan de exploitant van het Prinses Amaliawindpark drie zogeheten EAN-aansluitcodes verstrekt en deze in zijn registers opgenomen.
Op grond van de Elektriciteitswet is het verstrekken van EAN-aansluitcodes een exclusieve taak van de netbeheerder, die in het betreffende gebied bevoegd is, c.q. ten behoeve van aangeslotenen op zijn net.

Het verstrekken van EAN-codes was respectievelijk is een voorwaarde voor het kunnen aanvragen en verkrijgen van een MEP-subsidie of SDE-bijdrage. Op welke wijze en door wie EAN-codes verstrekt mogen worden, is in de op de Elektriciteitswet berustende bepalingen (i.c. de Netcode) vastgelegd.

De Codes zijn een uitwerking van de bepalingen in de Elektriciteitswet en kunnen hier niet mee in strijd zijn. Voor wat betreft het toepassingsgebied van de Codes verwijzen de Codes naar de Elektriciteitswet.

Productieverklaringen Prinses Amaliawindpark
Na de inbedrijfstelling van een windpark moet de netbeheerder op wiens net dit windpark is aangesloten, een zogeheten productieverklaring afgeven aan de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet (TenneT). Het afgeven van de productieverklaring is een verplichting van/voor de netbeheerder op grond van artikel 16, eerste lid onderdeel h van de Elektriciteitswet.
De productieverklaring was een noodzakelijke voorwaarde voor het verkrijgen van MEP- subsidie.

Zonder EAN-aansluitcode of productieverklaring is uitbetaling van de toegekende MEP- bijdrage niet mogelijk. De MEP-toekenning voor het Prinses Amaliawindpark is gebaseerd op de hoeveelheid elektriciteit, die aan het (particuliere) net wordt geleverd op het aansluitpunt van de interne parkbekabeling van de windturbines op het offshore hoogspanningsstation.
Het offshore hoogspanningsstation van het Prinses Amaliawindpark ligt in de EEZ.

Het toekennen van EAN-codes en/of het afgeven van productieverklaringen voor installaties in de EEZ geschiedt op grond van de bepalingen in de Elektriciteitswet, de op grond daarvan vastgestelde Uitvoeringsregeling MEP en de op de Elektriciteitswet gebaseerde Netcode.

Conclusie
De Elektriciteitswet is van toepassing in de exclusieve economische zone (EEZ). In het verleden hebben de Minister van Economische Zaken en TenneT de Elektriciteitswet en de daarop berustende bepalingen ook van toepassing verklaard op het in de EEZ gelegen Prinses Amaliawindpark.

TenneT heeft de verplichting windparken op zee te voorzien van een aansluiting op haar net. Toepassing van de Elektriciteitswet in de EEZ betekent dat TenneT een hoogspanningsnet kan aanleggen ten behoeve van het aansluiten van offshore windparken en het transport van de met deze windparken opgewekte elektriciteit. Dit hoogspanningsnet kan tevens benut worden voor de aansluiting van offshore installaties voor de opwekking van elektriciteit, die gebruik maken van aardgas, en het transport van de hiermee opgewekte elektriciteit.

Een stopcontact op zee leidt tot kostenvoordelen voor individuele windpark-exploitanten en daarmee tot een geringere SDE-bijdrage per geproduceerde MWh. Een stopcontact op zee leidt ook tot een betere benutting van de bestaande offshore gaswinninginstallaties en van bijna uitgeputte en kleine gasvelden, en is daarmee ook een energetisch en financieel aantrekkelijke oplossing voor Nederland.

NWEA is graag bereid haar standpunt nader mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Jaap Warners, voorzitter

 

[1] SEV III, pag. 66: “Daarbij wordt beoogd het ruimtebeslag door kabels en leidingen in de Noordzee

te beperken door zoveel mogelijk te bundelen”.
[2] Op grond van artikel 23 is de netbeheerder verplicht eenieder, die daarom verzoekt, te voorzien van een aansluiting op zijn net. Op grond van artikel 24 is de netbeheerder verplicht ten behoeve van eenieder, die daarom verzoekt, het transport van elektrische energie via zijn netten te verzorgen.
[3] Artikel 1, sub i: Een net: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installaties van een producent of van een afnemer.