Zienswijze Ontwerp wijziging Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Wind op Land Noord-Holland

NWEA heeft een zienswijze ingediend op de ontwerpwijziging Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie van de provincie Noord-Holland.

Door deze wijzigingsbesluiten worden geen vergunningen meer afgegeven voor nieuwe windturbines, afgezien van een aantal lopende projecten. Tot voor kort was de ambitie van de provincie om 1.000 MW aan windvermogen te realiseren. Veel partijen hebben hierop geanticipeerd en investeringen gedaan.
Volgens NWEA is er in het windrijke Noord-Holland meer ruimte voor windenergie dan de 430 MW die met het voorgestelde beleid beoogd zijn.

NWEA verzoekt de provincie om nu geen besluit te nemen, maar de onderhandelingen over de Structuurvisie wind op land af te wachten. Daarin ontwikkelt het Rijk een visie voor windenergieprojecten groter dan 100 MW. Als de provincie nu een besluit neemt over het aantal te plaatsen MW, zet dit de onderhandelingen met het Rijk onder druk.

De zienswijze van NWEA is hieronder te vinden en kan onderaan de pagina als PDF worden opgevraagd.
Eerder al heeft NWEA over haar bezwaar tegen het mogelijk stopzetten van nieuwe vergunningen een persbericht uitgedaan en is ingesproken bij Provinciale Staten. Samen met ODE is daarnaast een opinie-artikel geschreven dat verschenen is in Binnenlands Bestuur, waarin de opstelling van de provincies 'niet collegiaal' wordt genoemd ten opzicht van andere provincies.

Provinciale Staten van Noord-Holland
T.a.v. drs. M.K. van der Klugt – van Asperen
Postbus 3007
2001 DA Haarlem

Utrecht, 29 oktober 2012
Br-secr. 325N
Ontwerp PRSV

Onderwerp: Ontwerp wijziging Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Wind op Land

Geachte dames en heren,

De provincie Noord-Holland heeft een besluit in voorbereiding tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie, tot wijziging van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en tot vaststelling van het Beleidskader van Wind op Land. Deze wijzigingsbesluiten zouden concreet betekenen dat er geen nieuwe vergunningen meer afgegeven zullen worden voor nieuwe windturbines behoudens een aantal lopende projecten. NWEA stuurt hierbij haar zienswijze in op de ontwerp wijzigingen en het beleidskader.

Kort samengevat betreurt NWEA het voorgenomen besluit van Noord-Holland en verzoekt zij Provinciale Staten van Noord-Holland hiervan af te zien. De belangrijkste redenen worden hieronder weergegeven.

De voorgenomen stop op nieuwe windparken op land frustreert vele lopende initiatieven van de ondernemers en coöperaties die in Noord-Holland al jarenlang actief zijn met wind op land. De provincie blokkeert zo ook gemeenten die wél op meer windenergie willen inzetten, zoals bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam. Gezamenlijk hebben deze partijen de afgelopen jaren geïnvesteerd in de voorbereiding van nieuwe windparken, anticiperend op de tot voor kort geldende ambities van de provincie om tot ruim 1.000 MW aan windvermogen te realiseren. Door geen nieuwe windparken mogelijk te maken, ontneemt u deze partijen ook de mogelijkheid om in hun klimaatdoelstellingen te voorzien met windenergie, terwijl wind op land zoals bekend een van de meest effectieve en voordeligste vormen van duurzame energie is. Ook grote ondernemers en industrieën – bijvoorbeeld in het havengebied van Amsterdam - willen graag inzetten op windenergie om zo een duurzamer productie te bewerkstelligen, waarmee een stijging op de CO2-prestatieladder gerealiseerd wordt. Dat is essentieel voor de concurrentiepositie van die bedrijven en derhalve ook voor de economie van Noord-Holland.
Tevens ontneemt u de vele Noord-Hollandse bedrijven en instellingen die actief zijn op het gebied van windenergie veel werkgelegenheid en ontwikkelingskansen door blokkade van hun thuismarkt. Met name in het noorden van Noord-Holland is dringend behoefte aan de ontwikkeling van nieuwe structurele duurzame werkgelegenheid. Ook voor agrarische bedrijven geldt dat windenergie een positieve bijdrage aan een gezonde bedrijfsvoering levert.

In uw provincie zijn voorheen voor diverse turbines bouwvergunningen afgegeven die achteraf gezien misschien niet op de meest gelukkige locatie staan. De provincie ontneemt betrokken nu ook de mogelijkheid tot het nemen van initiatieven die zouden kunnen leiden tot het herstructureren van bovengenoemde en andere solitaire turbines met een betere landschappelijke inpassing.

Daarnaast zet het windrijke Noord-Holland het overleg tussen de provincies fors onder druk. De provincies zijn met het Rijk in overleg over ruimte voor wind op land. Ze dienen gezamenlijk ruimte te vinden om 6.000 MW aan windenergie mogelijk te maken in 2020. Als Noord-Holland de eigen doelstelling verlaagt tot 430 MW, zullen andere provincies meer windparken in hun plannen moeten opnemen. De opstelling van Noord-Holland is daarmee niet collegiaal naar de andere provincies. Iedereen beseft dat niet heel Nederland vol kan komen te staan met windmolens. Niemand vraagt het onmogelijke van een provincie. Maar door alleen nee te zeggen, legt de provincie Noord-Holland slechts het probleem bij anderen neer, zonder met oplossingen te komen. Indien de provincies niet tot een gezamenlijke visie voor 6.000 MW kunnen komen, zal het Rijk kunnen besluiten waar aanvullende projecten voor grootschalige windenergie mogelijk zijn. Provincies kunnen dan gedwongen worden locaties te accepteren. In dat opzicht is de timing van het voornemen op z’n minst opmerkelijk te noemen.

Beter was het geweest als Noord-Holland als windrijke provincie het gesprek met de andere provincies, het Rijk en de windsector in openheid was aangegaan en pas ná afronding van het traject in het kader van de landelijke Structuurvisie Wind op land verdere besluiten neemt. Aannemelijk is immers dat de besluiten die nu voorliggen weer aangepast moeten worden na vaststelling van de landelijke Structuurvisie en verdeling van de doelstelling over de provincies; dat vereist dubbel werk en onnodige onduidelijkheid voor bedrijven, organisaties en inwoners.

Concluderend: Noord-Holland geldt als een van de meest windrijke provincies, met veel windturbines en veel betrokken ondernemers, coöperaties en gemeenten. Er staat nu bijna 300 MW windvermogen in Noord-Holland en er zijn plannen voor nog eens minimaal 400 tot 500 MW. Er zijn zowel goede locaties voor grootschalige windenergie (zoals in het noordelijke deel van Noord-Holland, het havengebied Amsterdam en de Afsluitdijk) als voor kleinschaliger opstellingen. ‘Opschaling’ (oudere, kleinere turbines vervangen door minder nieuwe, grote turbines) speelt op verschillende locaties. Noord-Holland kan derhalve een belangrijke rol spelen bij de invulling van de nationale duurzaamheiddoelstelling zonder daarbij ruimtelijk onevenredig zwaar belast te worden.

Er is maatschappelijk draagvlak in de provincie en er is heel lang politiek draagvlak geweest. Wij verzoeken Provinciale Staten dan ook om het wijzigingsbesluit niet vast te stellen en om zo haar verantwoordelijkheid op zich te nemen en duurzame werkgelegenheid te creëren door meer wind op land mogelijk te maken dan ‘slechts’ 430 MW. NWEA is desgewenst graag bereid deze zienswijze nader toe te lichten.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie

Jaap Warners, voorzitter NWEA

Ton Hirdes, directeur NWEA