Zienswijze NWEA Provincie Fryslân op Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Windstreek 2012

NWEA heeft haar zienswijze ten aanzien van windenergie op de in voorbereiding zijnde structuurvisie van de provincie Fryslân ingestuurd. In de zienswijze heeft NWEA haar teleurstelling uitgesproken over het feit dat in de notitie weinig terug te vinden is van haar zienswijzen zoals die de laatste jaren op het windmolenbeleid in uw provincie zijn ingediend.

Positief punt is dat meer dan in het verleden lijkt de provincie in te willen zetten op grotere en daarmee hogere windturbines.

NWEA verzoekt de provincie om de Notitie Reikwijdte en Detailniveau in meerdere opzichten te wijzigen, zodat dit leidt tot een ambitieus maar realistisch windmolenbeleid waarin voldoende oog is voor herstructurering van het Friese landschap.

 

Provincie Fryslân
T.a.v. College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân
Postbus 20120
8900 HM LEEUWARDEN

Tevens per mail verzonden

Plaats en datum Ons kenmerk
Utrecht, 8 december 2011 Br-secr. 300N

Onderwerp: Zienswijze op Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau Windstreek 2012

Geacht leden van het College van Gedeputeerde Staten,

Recent heeft u bekend gemaakt dat een structuurvisie wordt voorbereid voor het beleid ten aanzien van windenergie in Fryslân. Ten behoeve van de structuurvisie zal een planMER worden opgesteld, waarbij de eerste stap in de procedure de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NR&D) is. De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) wil met dit schrijven wederom haar zienswijze en advies geven op het voorgenomen windenergiebeleid in Fryslân.

De NWEA behartigt de belangen van windenergie. In NWEA werken de organisaties en bedrijven samen, die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie.

Algemeen
Bij het opstellen van de notitie baseert u zich op een drietal uitgangspunten uit de ‘Houtskoolschets’ Windstreek 2011 en punten uit het Collegeakkoord 2011.
NWEA moet tot haar teleurstelling vaststellen dat in de notitie weinig terug te vinden is van haar zienswijzen zoals die de laatste jaren op het windmolenbeleid in uw provincie zijn ingediend. Hiermee wordt o.a. bedoeld de verhoging van de doelstelling voor windenergie, het inzetten op pijplijnprojecten en een vermogensgroei onder een lichte afname van het aantal opgestelde windturbines.

Nog immer ontbreekt een duidelijke lange termijn integrale energievisie, waarin duidelijke doelstellingen zijn geformuleerd en windenergie in een stevig beleid is ingebed. Weliswaar spreekt u uit dat de ambitie op het gebied van duurzame energie ‘hoog’ is, maar het ontbreekt aan duidelijke concrete ambitieuze doelstellingen. Zo steekt een doelstelling van minimaal 400 MW (waarbij de provincie zich overigens ook nog het recht voorbehoud om deze beleidsambitie nog verder naar beneden bij te stellen op basis van uitkomsten van de planMER-studie) in één van de meest windrijke provincies van Nederland erg mager af tegen de 6.000 MW die het Rijk zich voor 2020 op land ten doel heeft gesteld. NWEA ziet mogelijkheden voor een doorgroei naar 800 MW opgesteld vermogen binnen de provincie Fryslân, waarbij herstructurering van bestaande windturbines een belangrijk onderdeel is van de realisatie.

Een positief punt is dat u meer dan in het verleden lijkt in te zetten op grotere en daarmee hogere windturbines. Toch spreekt u zich niet duidelijk uit of de introductie van de nieuwste generatie windturbines is toegestaan. In dit kader is NWEA van mening dat met meer maatwerk per locatie uiteindelijk meer MW in uw provincie mogelijk is. Daarom adviseren wij dringend om het onderzoek niet te beperken tot slechts één MW-categorie, maar hier minimaal drie categorieën in beschouwing te nemen (bv. 2-3 MW, 3-5 MW en 5-7,5 MW).

Landlocaties en IJsselmeer
NWEA kan Gedeputeerde Staten volgen in haar keuze om bepaalde gebieden van Fryslân vrij te houden. Echter de keuze om op slechts 3 locaties windenergie toe te staan, is buiten proportie. Slechts twee in omvang beperkte locaties op land worden toegestaan.

Een zeer belangrijk onderdeel in de NR&D is het inzetten van een groot cluster, nabij de Afsluitdijk, in het IJsselmeer. Ook NWEA ziet, naast het grootschalig Kleigebied en de Friese IJsselmeerkust, mogelijkheden voor de realisatie van een groot park op of nabij de Afsluitdijk. Daarbij realiseren we ons tevens dat plaatsing op of in het IJsselmeer nabij de Afsluitdijk, plaatsvindt nabij of in een Natura 2000-gebied, zodat de natuureffecten een belangrijk aandachtspunt zijn, zoals bij alle projecten in of nabij Natura 2000-gebieden. Het onderzoek naar de natuureffecten kan tot vertraging leiden in de doelrealisatie.
Om zo snel mogelijk de duurzame energie potentie van Friesland te kunnen vergroten, stelt NWEA voor om de huidige doelstelling volledig op land te realiseren; daarmee kan de provincie ook recht doen aan de gewekte verwachtingen voor de pijplijnprojecten die zich al in een vergevorderd stadium bevinden.
Voor Afsluitdijk en IJsselmeer kan een aparte, aanvullende doelstelling worden geformuleerd, nadat de resultaten van de natuureffect-onderzoeken bekend zullen zijn.

Sanering
In de NR&D stelt u dat saneren een ‘sleutelbegrip’ is. NWEA deelt uw mening dat de realisatie van 400 MW onvoldoende zal zijn om alle bestaande windturbines in Fryslân te saneren. NWEA wil er nogmaals op wijzen dat er voldoende (financiële) prikkels moeten zijn om bestaande windmoleneigenaren tot sanering en opschaling te bewegen.

In Windstreek 2000 is al aangegeven dat de bestaande windmolens ‘bij recht’ vervangen mogen worden. Dit recht zal niet wijzigen. Onvoldoende financiële prikkels zullen er toe leiden dat een groot aantal solitaire windmolens niet opgeschaald zal worden.

Pijplijnprojecten
NWEA kan zich niet vinden in de wijze waarop GS op dit moment met pijplijnprojecten omgaat. Het feit dat u initiatiefnemers, gemeenten en andere betrokken partijen ruim 10 jaar lang uitnodigt om met plannen te komen, verwijst u met dit voorgenomen beleid naar de ‘prullenbak’. Juist deze projecten kunnen voor de noodzakelijke groei op korte termijn zorgen. In een aantal gevallen sluiten pijplijnprojecten juist goed aan bij de ‘Houtskoolschets 2011’.
NWEA is van mening dat de schaarse locaties alsnog benut zouden moeten worden, door van een integrale benadering uit te gaan waarbij opschaling en nieuwbouw van windenergie wordt gecombineerd.

Resumé
Resumerend wil NWEA u verzoeken om de Notitie Reikwijdte en Detailniveau in meerdere opzichten te wijzigen, zodat dit leidt tot een ambitieus maar realistisch windmolenbeleid waarin voldoende oog is voor herstructurering van het Friese landschap.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie

Ton Hirdes
Directeur