Zienswijze NWEA op Structuurvisie Infrastructuur en ruimte

Het belang van windenergie dient in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte nadrukkelijker benoemd te worden, vindt NWEA. Wind op land en op de Noordzee zijn activiteiten die geschieden om dwingende redenen van nationaal belang. In een zienswijze op de Ontwerpstructuurvisie bepleit NWEA onder meer ook dat het zoekgebied ten noorden van de Wadden groter van omvang wordt.

Voor wind op land zal ook nog een aparte Structuurvisie Wind op Land worden opgesteld. NWEA is via een klankbordgroep daarbij betrokken.

De zienswijze van NWEA staat hieronder opgenomen.

Centrum Publieksparticipatie, Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Plaats en datum Utrecht, 13 september 2011
Ons kenmerk Br-secr 287N
Onderwerp: Zienswijze Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Geachte dames en heren,
Bij deze zenden wij u onze zienswijze op de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, het plan Milieueffectrapport (planMER) behorende bij de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte (Amvb Ruimte) (eerste aanvulling) dat sinds 3 augustus jongstleden ter inzage ligt.

Wind op Zee
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt onder meer de Nota Ruimte en voert waar dat in de Structuurvisie expliciet vermeld wordt partiële aanpassingen door in het Nationaal Waterplan dat voor het overige in zijn huidige vorm als uitwerking van de SVIR blijft bestaan. In de Nota Ruimte (paragraaf 4.8.3.1) staat: “... wordt er gestreefd naar een totaal vermogen van 6000 MW in 2020 in windturbineparken op de Noordzee in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ). Realisatie van deze windturbineparken tot een totaalvermogen van 6000 MW geschiedt om dwingende redenen van groot openbaar belang.” In het Nationaal Waterplan wordt dit niet herhaald, maar wordt wel (op pagina 8) “ruimte voor 6000 Megawatt windenergie op de Noordzee in 2020” genoemd als een van de “activiteiten die van nationaal belang zijn voor Nederland”. Ook in de Beleidsnota Noordzee 2009-2015, die een uitwerking vormt van het Nationaal Waterplan, staat (pagina 41) dat realisatie van de doelstelling van 6000 MW van nationaal belang is.
In de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is ten aanzien van windturbineparken op de Noordzee daarentegen slechts het volgende opgemerkt (pagina 35): “Daarnaast zet het Rijk in op voldoende ruimte voor op termijn 6000 MW windenergie op zee”. Mede gezien het belang dat aan windenergie op zee ook toegekend wordt in het Energierapport 2011 (waarin wind op zee genoemd wordt als één van de belangrijkste hernieuwbare energieopties in Nederland), verzoekt NWEA om ook in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet op te nemen dat realisatie van windturbineparken tot een totaalvermogen van 6000 MW een zaak is van nationaal belang.
In de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt als partiële herziening van het NWP een windgebied ten noorden van de Wadden aangewezen (windenergiegebied “Eemshaven”). Onduidelijk is echter wat de ligging van dit gebied exact is en welke grootte dit gebied heeft. NWEA dringt er op aan dat het in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte aangewezen windgebied ten noorden van de Wadden minimaal een ruimte nodig heeft voor de productie van ca. 6 TWh per jaar overeenkomend met ca. 1500 MW, en dat de ligging duidelijk aangegeven wordt. Overigens is er naar mening van de NWEA voldoende ruimte boven de Wadden voor een nog groter windgebied, dat wellicht in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte aangeduid / gehandhaafd kan worden als een aanvullend zoekgebied op het nu vastgestelde windenergiegebied “Eemshaven”.
Zoals eerder gemeld beoogt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte mede het doorvoeren van partiële aanpassingen van het Nationaal Waterplan. Onder meer in dat kader verzoeken wij u de volgende zaken met betrekking tot windenergie op zee op te nemen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte:
a. Dat spoedige aanwijzing zal plaatsvinden van het windgebied voor de Hollandse Kust met een minimale grootte van 3000 MW.
b. Dat uitwerking zal plaatsvinden van de mogelijkheden om de veiligheidscorridors rondom onder andere kabels en leidingen en offshore olie- en gasplatforms te reduceren bij het gebruik van best available technology ten einde te komen tot een efficiënter en meervoudig ruimtegebruik.
c. Dat naast de aanwijzing van kabelcorridors van de windgebieden naar de kust, ook de aanwijzing van verbindingen van de kust naar het onshore elektriciteitsnetwerk plaatsvindt. NWEA dringt er hierbij tevens op aan voor dergelijke corridors de ruimtelijke procedures te starten omdat anders het vergunnen van dergelijke corridors op het kritieke pad van de realisatie van windenergie op zee dreigt te raken, en deze aanleg zelfs (ernstig) kan gaan vertragen.
d. NWEA verzoekt in deze Structuurvisie op te nemen dat tevens binnen de 12 mijlszone wordt bekeken of er geschikte gebieden voor windenergie kunnen worden aangewezen.
Wind op Land
In de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staat op pagina 27 het volgende:
"Het Rijk en provincies zetten in op het ruimtelijk mogelijk maken van de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6.000 MW in 2020."
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt onder andere de Nota Ruimte. In de Nota Ruimte staat dat windenergie op land tot een vermogen van 1.500 MW geschiedt om dwingende redenen van groot openbaar belang.
Windenergie op land blijft volgens het Energierapport 2011 de komende jaren een van de goedkoopste manieren om hernieuwbare energie te produceren. Volgens het Energierapport heeft deze energieoptie een potentie van ongeveer 6.000 MW opgesteld vermogen[1]. Om deze potentie te kunnen benutten en om de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6.000 MW in 2020 mogelijk te maken, dringt NWEA er op aan om in de Structuurvisie op te nemen dat windenergie op land van ten minste 6.000 MW geschiedt om dwingende redenen van groot openbaar belang.
NWEA gaat er van uit en insisteert dat verdere uitwerking van de ruimtelijke kaders voor windenergie op land gebeurt in de aangekondigde structuurvisie "windenergie op land".
Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA
Jaap Warners (voorzitter)