Windenergie en radar: zorgpunten en suggesties

In een brief aan de ministers van Defensie en Infrastructuur & Milieu geeft NWEA een aantal zorgpunten aan, maar doet vooral ook suggesties rond de nieuwe radartoets voor windenergie. Een extra radarpost of samenwerking met het buitenland vergroten bijvoorbeeld de mogelijkheden voor windenergie.

De nieuwe radarverstoringstoets voor windturbines treedt 1 oktober in werking. NWEA is op zich voor de nieuwe regels rond radar en windenergie. Die regels zijn immers tot stand gekomen om de ruimte voor wind op land te vergroten na de grote ophef over de belemmeringen die met name de defensieradar opwierp voor windprojecten. Om de ruimtelijke mogelijkheden te vergroten, worden de radarstations van defensie aangepast. Inmiddels is ook duidelijk dat de upgrade van de software definitief door kan gaan.
Wel maakt NWEA zich nog zorgen over een aantal tekortkomingen van de nieuwe radarverstoringstoets en daarnaast ziet NWEA een aantal mogelijkheden die de ontwikkeling van windenergie juist zou kunnen vergroten, schrijft NWEA in een brief aan de ministeries van Defensie en I&M. Deze brief is onder aan deze webpagina op te vragen.

België en Texel
De situatie is ook na het verbeteren van de radars nog niet optimaal in Zeeland, West-Brabant en Noord-Holland. Voor Zeeland en West-Brabant doet NWEA daarom als suggestie om beter samen te werken met de radar van het vliegveld Oostende-Brugge. Zo wordt een dubbelvoudige radardekking in Zuidwest-Nederland mogelijk. Voor Noord-Holland en ook Friesland is een extra radarstation op Texel een oplossing. Een dergelijk radarstation heeft voor de luchtvaartveiligheid ook andere grote voordelen.

Niet onnodig toetsen
Minpunt bij de nieuwe regeling is het grote aantal projecten dat te maken zal krijgen met een vaak onnodige toetsing. Onder andere omdat met het nieuwe toetsingsmodel nog ervaring opgedaan moet worden, moeten vrijwel alle nieuwe windturbines in Nederland verplicht worden getoetst op mogelijke effecten op de radar. Dit terwijl naar aanleiding van proeftoetsingen is te verwachten dat slechts een klein deel (enkele procenten) van de nieuwe windturbines niet blijkt te voldoen. Deze toetsing kost veel geld en leidt tot vertragingen.
NWEA stelt daarom voor om de verplichte toetsing alleen verplicht te stellen voor die gebieden waar verstoring daadwerkelijk te verwachten is, bijvoorbeeld op afstanden korter dan 15 km van de radarstations en in gebieden met een enkelvoudige in plaats van dubbele radardekking. Omdat Den Haag eerst ervaring met de toetsingen wil opdoen, is afgesproken dat over een jaar een evaluatie plaatsvindt. NWEA is er van overtuigd dat van zal blijken dat de toetsingen voor een veel kleiner gebied noodzakelijk blijken te zijn.

Overgangsbeleid
NWEA bepleit daarnaast overgangsbeleid voor bestaande projecten nu de nieuwe regels in werking treden. Vanwege de toezegging indertijd van Den Haag dat de radarproblematiek op korte termijn zou worden opgelost, zijn door veel ontwikkelaars grote investeringen gedaan. Sommige van die projecten worden nu wellicht alsnog geblokkeerd door mogelijke radarverstoring. NWEA wil daarom een soepele overgangsregeling voor die windenergieprojecten, die voldoen aan de ‘oude’ radarregels en waarvoor al gestart is met de milieueffectrapportage of het bestemmingsplan.