Windarme gebieden: vollasturen anders toekennen

Het risico van exploitanten van windparken in zogenaamd windarme gebieden kan verkleind worden door een eenvoudige aanpassing van de SDE, meent NWEA. Nu komen projecten in windarme regio's soms niet van de grond.

De stimuleringsregeling SDE gaat uit van 2200 vollasturen. Windprojecten in gebieden waar het minder waait, dreigen daardoor niet van de grond te komen. Eerder al heeft NWEA als oplossing aangedragen om van minder vollasturen uit te gaan, maar dat is niet door de Rijksoverheid overgenomen.
De SDE wordt volgens de huidige systematiek uitgekeerd als 80 procent van het aantal vollasturen wordt gehaald. Voor projecten in windarme gebieden is een risico dat te weinig SDE wordt ontvangen om het project rendabel te maken als in ‘slechte’ windjaren dit percentage niet gehaald wordt. NWEA stelt daarom voor al bij 70 procent uit te keren. Nu de rijksoverheid niet meegaat in andere geopperde oplossingen, kan deze aanpassing in elk geval juist voldoende zekerheid geven voor een aantal van de projecten in windarmere streken. Projecten in windrijke gebieden ontvangen door deze aanpassing niet meer stimuleringsbijdrage. Maar het risico van exploitanten in windarme gebieden wordt wel verkleind.

Aanvulling 24 november2008: reactie Economische Zaken
Het ministerie van Economsche Zaken heeft 19 november 2008 per brief laten weten geen heil te zien in deze oplossing. Volgens EZ is het voornaamste doel van de regeling om een maximum aan de subsidie te kunnen vastleggen. NWEA heeft in haar brief juist aangegeven dat dit principe niet aangetast wordt. De brief van EZ is hieronder als pdf op te vragen.

Aan het Ministerie van Economische Zaken
t.a.v. de heer M. Buys
Postbus 20101
2500 EC Den Haag

Plaats en datum Ons kenmerk
Utrecht, 10 oktober 2008 Br-secr. 158N

Geachte heer Buys, beste Martin,

Op 20 augustus heeft NWEA met u een gesprek gehad over verschillende aspecten van de stimulering van windenergie.

Op de voorgestelde aanpassingen in de AMvB hebben wij schriftelijk gereageerd door middel van onze brief van 22 augustus 2008 met kenmerk N153. In deze brief hebben wij positief gereageerd op het voorstel de factor 1,25 (artikel 12, vierde lid) op te nemen in de AMvB in plaats van in de Ministeriële Regeling, mits er voor wordt zorggedragen dat het maximale aantal vollasturen (2200 / 1,25 = 1760) waarover deze bijdrage wordt uitgekeerd ook wordt vastgelegd.

Tijdens ons gesprek van 20 augustus is eveneens de stimulering van windenergie op windarme locaties ter sprake gekomen. U hebt uw argumenten gegeven, waarom u er niet voor voelt in de berekening van de kostprijs van windenergie uit te gaan van 2000 vollasturen in plaats van 2200 vollasturen. Wij hebben kennis genomen van uw standpunten en argumentatie dienaangaande en onze achterban hierover geïnformeerd.

NWEA hecht aan een robuuste, eenvoudige en daarmee op termijn houdbare regeling.
Door exploitanten van windenergie in windarme gebieden wordt echter het feit dat in een windarm jaar de 1760 vollasturen niet zouden kunnen worden gerealiseerd als een probleem ervaren. De daardoor gemiste SDE-subsidie kan immers in een ander jaar niet kan worden goedgemaakt. Op basis van een analyse van windaanbod in windarme gebieden en (beperkte) ervaringsgegevens kan gesteld worden dat ook in een windarm jaar een normaal functionerende windturbine in een windarm gebied tenminste 1580 vollasturen moet kunnen halen.

Daarom stellen wij voor de regeling voor windenergie aan te passen door de factor 1,25 te verhogen naar 1,4 en tegelijkertijd het maximaal aantal vollasturen, waarover wordt uitgekeerd dienovereenkomstig te verlagen naar 2200 / 1,4 = 1572.

Het budget en de uitkering per project verandert door deze wijziging niet. Alleen het risico voor een exploitant dat het aantal vollasturen (ook in een windarm jaar en een binnenland locatie) niet wordt gehaald, wordt hierdoor sterk verkleind. Wij verzoeken u alsnog te overwegen dit voorstel over te nemen en de AMvB en overige regelingen hierop aan te passen.

In afwachting van uw reactie,

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Jaap Warners, voorzitter