Structuurvisie en Rijkscoördinatieregeling

NWEA bepleit een snelle komst van de Rijksstructuurvisie Wind op land. Tegelijk is NWEA tegen een tijdelijke pas op de plaats voor projecten onder de Rijkscoördinatieregeling. Een tijdelijke stop werkt onnodig vertragend voor bestaande projecten.

Over een Rijksstructuurvisie Wind op land wordt al geruime tijd gesproken. Deze structuurvisie is bedoeld om de gebieden aan te wijzen voor 'grootschalige windenergie'. Daaronder worden de windprojecten verstaan van 100 MW of meer. De komst van een structuurvisie is met name vertraagd omdat Rijk en provincies het niet met elkaar eens zijn. NWEA vindt een snelle komst van een structuurvisie noodzakelijk. De visie van NWEA staat hieronder nog uitgebreider.

Los van de Rijksstructuurvisie bestaat de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Voor grootschalige energieprojecten, zoals windparken van meer dan 100 MW, coördineert het Rijk de processen en vergunningverlening. Dat gebeurt niet alleen voor windprojecten, maar bijvoorbeeld ook voor nieuwe kolencentrales. De RCR is er vooral bedoeld de besluitvorming te versnellen, doordat een aantal besluitvormingsprocessen parallel lopen en er maar één beroepsprocedure is. Het Rijk voert overleg met betrokken overheden en belanghebbenden en weegt ook de ruimtelijke belangen af. Verschillende provincies hebben aangegeven ontevreden te zijn met de wijze waarop de RCR voor windenergie nu verloopt. Vanuit enkele Tweede Kamerleden is geopperd met de RCR een pas op de plaats te maken. NWEA ziet voordelen in de RCR en vindt dat deze door moet lopen. Een tijdelijke pas op de plaats zorgt voor onnodige en onwenselijke vertraging bij bestaande projecten. Hieronder is meer te lezen over de NWEA-visie op de RCR.

 

Uit een brief van NWEA aan commissie EL&I van de Tweede Kamer, juni 2012
Wind op land: Structuurvisie en RCR
Een spoedige besluitvorming over de Rijksstructuurvisie Wind op land is noodzakelijk, zodat een helder ruimtelijk kader ontstaat waarbinnen de RCR zijn werk kan doen. Naar het oordeel van NWEA, de Nederlandse WindEnergie Associatie, werkt de RCR op zich goed. Door toepassing van de regeling kunnen grootschalige energieprojecten daadwerkelijk sneller tot stand komen, onder meer omdat besluiten parallel genomen worden en er één beroepsprocedure is.

De besluitvorming over de Rijksstructuurvisie echter verloopt moeizaam door een machtsstrijd tussen het Rijk en de provincies over de vraag wie over de ruimtelijke invulling gaat. Met name de provincies vertragen het proces doordat zij als collectief met onvoldoende locaties voor windenergie komen. Als gevolg daarvan is er langer onduidelijkheid over mogelijke RCR-locaties als gewenst. Wij bepleiten dan ook dat het Rijk in het lopende proces de regie neemt om de Rijksdoelstelling te kunnen waarmaken.

Wij verzoeken u aan te dringen op het spoedig in gang zetten van de PlanMER voor de Rijksstructuurvisie. Tegelijk moet voorkomen worden dat bestaande projecten, al dat niet binnen de RCR, voor langere tijd stilvallen door uitblijvende ruimtelijke duidelijkheid of doordat een tijdelijke stop op lopende projecten wordt afgekondigd. Dit zou anders een ernstige terugval en onnodig tijdsverlies voor de ontwikkeling van diverse projecten betekenen. NWEA pleit ervoor dat bestaande projecten kunnen doorlopen om druk te houden op een snelle komst van een Rijksstructuurvisie. Gebeurt dat niet, dan wordt feitelijk de regie door de Rijksoverheid uit handen gegeven.

Wij benadrukken dat óók binnen de RCR een ruimtelijke afweging plaatsvindt. Zodra de PlanMER en Rijksstructuurvisie gereed zijn, zal er voor een aantal lopende projecten ook meer definitieve duidelijkheid ontstaan.

De realisatie van 6000 MW aan wind op land levert een substantiële bijdrage aan de 14% doelstelling voor duurzame energie van de Nederlandse regering. Dit onderschrijft Minister Verhagen nogmaals in zijn brief van 10 april over de Rijkscoördinatieregeling.

Uiteraard is NWEA gaarne bereid om mee te denken over de invulling en zorgvuldige inpassing van 6000 MW. Wij verzoeken u om de minister te vragen ook de windsector nadrukkelijk te betrekken bij de ruimtelijke planvorming, zodat wensen en kennis vanuit de markt bij de ruimtelijke invulling meegenomen wordt.