Planologische inpassing Maasvlakte 2 Rotterdam

Windenergie is onderbelicht in de bestemmingsplannen en in de MER-procedure rond de planologische inpassing van de Tweede Maasvlakte in Rotterdam, schrijft NWEA in een inspraakreactie.

Een gemiste kans. Zeker voor overheden die werk willen maken van duurzame energie. Want juist de Maasvlakte is één van de beste locaties op land voor windturbines, blijkt ook uit praktijkgegevens.


Inspraakpunt
Planologische inpassing Maasvlakte 2 Rotterdam
Postbus 30316
2500 GH Den Haag


Plaats en datum
Ons kenmerk Uw kenmerk
Inspraakpunt
Planologische inpassing Maasvlakte 2 Rotterdam
Postbus 30316
2500 GH Den Haag

Plaats en datum Utrecht, 29 mei 2007
Ons kenmerk Br.secr.94

Onderwerp: Planologische inpassing Maasvlakte 2 Rotterdam, ‘inspraak’

Geachte heer / mevrouw,

Naar aanleiding van de publicatie van o.a. de milieueffectenrapporten en bestemmingsplannen met bijlagen ten behoeve van de ontwikkeling van Maasvlakte 2 zenden wij u hierbij onze inspraakreactie.

Duurzame energieproductie met behulp van windturbines
Wij zijn van mening dat de activiteit windenergie is onderbelicht in het MER én in de uitwerking van het bestemmingsplan Maasvlakte 2. De Maasvlakte is in Nederland - ook volgens praktijkgegevens - een van de beste locaties op land voor windturbines.
Bij een windturbine is de energieproductie namelijk evenredig met de tweede macht van de windsnelheid. De gemiddelde windsnelheid op de Maasvlakte is hoog en daarom produceert een windturbine die ten westen van de Maasvlakte staat, aanzienlijk meer elektriciteit - tot een factor 2 meer - dan eenzelfde turbine die in het binnenland is geplaatst.
Daarnaast worden windturbines volgens de Nota Ruimte bij voorkeur op of aan de rand van bedrijfsterreinen geplaatst. Verder vermeldt de Nota Ruimte - zeker niet het minste aspect - voor windenergie de status van 'groot openbaar belang'.
Om voornoemde redenen vinden wij het volwaardig meenemen van de activiteit windenergie in de voorliggende besluitvorming extra van belang.

Bijdrage windenergie: afname CO2-emissies
In het MER staat (o.a. samenvatting blad 21) dat windenergie voor 3% of maximaal 8% kan bijdragen aan het terugdringen van de CO2-emissies op de Maasvlakte 2. Aangezien de landelijke doelstelling een afname is van tenminste 20% CO2-emissies in 2020 ten opzichte van het referentiejaar 1990, betekent dit feitelijk dat windenergie maar liefst 40% van die reductie op de Maasvlakte voor zijn rekening neemt (die door u wordt afgezet tegen de verwachte CO2-emissies op de Maasvlakte). Er wordt dus veel verwacht van windenergie. Een variant - en uitwerking hiervan in het bestemmingsplan - met maximalisatie van de duurzame energieproductie met windturbines zou daarom meer op zijn plaats zijn geweest.
Ook hierom zijn wij van mening dat de activiteit windenergie in dit MER is onderbelicht.
Overigens heeft onlangs de gemeente Rotterdam besloten te streven naar een CO2-reductie van 50%. Om die te bereiken zullen alle zeilen bijgezet moeten worden. Ook dit is een reden om de activiteit windenergie volwaardig mee te nemen in de voorliggende besluitvorming.

Risico’s van windturbines: Handboek risicozonering windturbines is indicatief
Het door u geciteerde Handboek risicozonering windturbines heeft geen wettelijke status. Het is opgesteld door een onderzoeksinstelling en heeft slechts de functie van richtlijn. De waarden in het handboek zijn indicatief en aan de voorzichtige kant. De bedoeling achter het handboek is: er zijn zeker geen problemen te verwachten als de in het handboek genoemde waarden niet worden overschreden. Worden die wel overschreden, dan hoeft er nog niets aan de hand te zijn, maar dient men nader onderzoek te doen.
Dat nadere onderzoek is in dit geval op zijn plaats, doch het is nagelaten. Men heeft het gelaten bij simpele, indicatieve constateringen. Hierdoor worden windturbines in het bestemmingsplan naar verwachting onnodig uitgesloten op dat deel van de zeewering dat is bestemd voor (intensief) recreatief gebruik. De aanwezigheid van de windturbines zou volgens het MER beperkingen geven voor het recreatieve medegebruik van het strand aan de westzijde van Maasvlakte 2. Er zijn echter geen ervaringen bekend die hinder of overlast doen vermoeden.
Dit te meer daar harde wind meestal vanuit het westen zal komen: het strand ligt daarbij bovenwinds van de windturbines. Overigens kunnen windturbines stil worden gezet als daartoe aanleiding zou zijn. Zelfs dan – met tijdelijk stilzetten - blijft de Maasvlakte 2 een zeer goede locatie voor windturbines.
Mede om die redenen zijn wij van mening dat maximale energieproductie met windturbines (ook in combinatie met incidenteel intensief recreatief medegebruik van het strand) onderdeel moet uitmaken van Maasvlakte 2.

Voorschriften bestemmingsplan onnodig beperkend voor windenergie
In het bestemmingsplan zijn voorschriften opgenomen die de mogelijkheden voor windenergie op Maasvlakte 2 in de toekomst onnodig beperken. Voorbeelden hiervan zijn het voorschrift dat het maximale vermogen per turbine niet meer mag bedragen dan 4,5 MW én dat slechts voor maximaal 8 windturbines vrijstelling mag worden verleend. Het opnemen van voorschriften gerelateerd aan vermogen, onderlinge afstanden, hoogten, aantallen e.d. beperkt (in de toekomst) de mogelijkheden voor ontwikkeling van windenergie. Dit is onnodig en onwenselijk en het is oneigenlijk voor een bestemmingsplan om een voorschrift inzake capaciteit op te nemen. Het aspect capaciteit valt primair onder de werking van de Wet milieubeheer. Men mag verwachten dat de windparken die op Maasvlakte 2 worden gerealiseerd de meest optimale zijn qua energieopbrengst.
Om deze reden verzoeken wij u dergelijke voorschriften in de bestemmingsplannen achterwege te laten.

Besluit m.e.r.: m.e.r. (beoordelings)plicht windenergie is primair gekoppeld aan ruimtelijk besluit
Wij plaatsen belangrijke kantekeningen bij de gevolgde werkwijze voor de activiteit windenergie. Volgens ons worden de wettelijke regels voor de activiteit windenergie onjuist toegepast. Daardoor zal later alsnog een apart MER gemaakt moeten worden, hetgeen tot onnodige vertraging leidt bij de bouw van windturbines.
In het Besluit m.e.r. is de activiteit windenergie genoemd in Bijlage D waarvoor m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Van een genomen beoordelingsbesluit wordt in het MER Maasvlakte 2 geen melding gemaakt. Er staat op meerdere plaatsen - onder andere in de inleiding onder punt 1.3 (blad 9) - dat windenergie m.e.r.-plichtig is.
Ervan uitgaande dat er wel een (verplicht) beoordelingsbesluit is genomen, of als er vrijwillig voor de activiteit windenergie een MER wordt opgesteld, dient de milieueffectrapportage geheel plaats te vinden in het kader van de besluiten tot vaststellen van ruimtelijke plannen. Slechts bij gebreke van een ruimtelijk besluit geldt de m.e.r.-plicht voor besluiten die vallen onder de werking van afdeling 3.4 van de Awb. Dat laatste is hier niet van toepassing.
In dit geval is er sprake van één of meerdere besluiten tot vaststelling van ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen). In MER B is de activiteit windenergie echter niet volwaardig meegenomen en is op meerdere plaatsen in het MER en in het voorontwerp van het bestemmingsplan vermeld dat voor de activiteit windenergie (windturbines) nog een apart MER zal/moet worden gemaakt.
Zoals gezegd is dit naar onze mening onjuist en leidt het later tot vertraging bij de bouw van windturbines door het onnodig doorlopen van extra m.e.r.-procedure(s). De wettelijke regels voor de activiteit windenergie worden hier onjuist toegepast.

Concluderend verzoeken wij u om windenergie op Maasvlakte 2 in veel ruimere mate mogelijk te maken dan in de nu voorliggende uitwerkingen. Met name de mogelijkheden voor windturbines op de buitencontour kan veel ruimer worden benut. Alleen dan wordt daadwerkelijk invulling gegeven aan het uitgangspunt voor Maasvlakte 2 dat duurzaamheid een belangrijke bouwsteen is voor het totaalplan.

Tenslotte zijn wij van mening dat niet de plaatsing van een maximaal aantal windturbines moet worden beoogd, maar een maximale opwekking van energie met windturbines. Dat uitgangspunt geeft andere uitkomsten, die beter aansluiten bij de landelijke doelstellingen voor duurzame energieproductie.

Wij zijn gaarne bereid onze inspraakreactie mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groeten,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Joop Lasseur, voorzitter