Ontwerpregeling voor inrichtingen milieubeheer

Onder meer de regelgeving rond 'slagschaduw' en het feit dat Nederlandse normen inmiddels vervangen zijn door Europese normgeving, komen aan bod in de NWEA-inspraakreactie op de 'Ontwerpregeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer'.

Bij de regelgeving rond slagschaduw wordt een uitspraak van de rechter ten onrechte als 'norm' gehanteerd, constateert NWEA.

Ministerie van VROM
t.a.v DGM/SB – IPC 660
Postbus 30945
2500 GX Den Haag

Kopie verzonden aan de heer A. Littel

Plaats en datum Utrecht, 14 juni 2007
Ons kenmerk Br-secr.101N

Onderwerp: Ontwerpregeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer


Geachte Heer / Mevrouw,

Met betrekking tot de regeling Ontwerpregeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer gepubliceerd in de Staatscourant nr. 96 van 22 mei 2007 (hierna: Ontwerpregeling) zenden wij u onze zienswijze met betrekking tot windenergie.

- Slagschaduw:
Artikel 3.12 Ontwerpregeling schrijft een automatische afschakelvoorziening voor als de afstand tussen een windturbine en een geluidgevoelig object minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en er meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. Dit voorschrift is volgens de toelichting gebaseerd op jurisprudentie van de Raad van State. Deze jurisprudentie betreft één uitspraak in een geval waarbij de hinderduur onder die omstandigheden door de Afdeling Bestuursrechtspraak juist als “alleszins acceptabel” is beoordeeld. In die uitspraak van de Raad van State valt zelfs te lezen dat meer hinder ook nog acceptabel zou kunnen zijn.

De hinderduur uit de jurisprudentie – die gecumuleerd circa 5 uur per jaar bedraagt - is in de loop van de tijd min of meer als ‘norm’ gaan functioneren. Ondanks verzoeken vanuit de windsector is geen nader onderzoek gedaan naar het nader bepalen van een aanvaardbare maximale hinderduur. Inmiddels is windenergie volgens de Nota Ruimte nodig “om dwingende redenen van groot openbaar belang”.
In Duitsland geldt voor hinderlijke slagschaduw een maximale hinderduur van 30 uur per jaar. Ambtelijk/informeel is wel gezegd dat er in Nederland wellicht een waarde van 20 á 30 uur per jaar zou kunnen komen. Wij adviseren u om een verruiming van de schaduwbepaling op te nemen. Dat zou kunnen door aan te sluiten bij de Duitse norm van een maximale hinderduur van 30 uur per jaar.

Schaduw is steeds vaker de meest belemmerende factor bij het vinden van geschikte locaties voor nieuwe windturbines. Een grotere tiphoogte geeft een kwadratisch groter (potentieel) schaduwgebied. Met het groter worden van de turbines, wordt schaduw aldus een steeds groter aandachtsgebied. Bij het zoeken naar geschikte locaties is met rekenmodellen op voorhand na te gaan wat de schaduwwerking op woningen is. Door het stellen van de (oneigenlijke) norm van 5 uur per jaar, worden grote gebieden rond woningen echter uitgesloten. Met andere woorden: het aantal geschikte locaties op land neemt af als er geen verruiming van deze (oneigenlijke) belemmerende factor komt.

In de toelichting staat verder dat “passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz hinder veroorzaken”. Deze tekst sluit niet uit dat buiten dit gebied ook sprake van hinder kan zijn, terwijl dat niet zo is. De aspecten hinder en veiligheid (kans op fotogene epilepsie) worden hier door elkaar gehaald. Wij verzoeken u dan ook te vermelden dat ”alleen passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz onaanvaardbare schaduwhinder kumnen veroorzaken.”

Samenvattend
Wij verzoeken u om in het Activiteitenbesluit een verruiming van de schaduwbepaling op te nemen. In dit kader vragen wij u om kennis te nemen van Duitse schaduwonderzoeken en –regels.
Verder verzoeken wij u om te vermelden dat ”alleen passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz onaanvaardbare schaduwhinder kumnen veroorzaken.”

- Lichthinder:
Over artikel 3.13 noemen wij dat reflectie en absorptie verschillende natuurkundige verschijnselen zijn. Er staat lichtabsorberende materialen, waar matte – niet-reflecterende – coating zal zijn bedoeld. Een glimmend zwart vlak kan een hinderlijke reflectie geven, terwijl een mat wit oppervlak dat niet doet.

Wij verzoeken u de tekst op dit punt aan te passen.

- Certificering
In artikel 3.14 lid 1 sub b is aangegeven dat een windturbine moet voldoen aan NVN 11400-0.
Vanaf maart 2006 is de combinatie van de Europese veiligheidsnormen “IEC 61400-1, Ed. 3” en “IEC WT01” de officiële opvolger van de Nederlandse voornorm NVN 11400-0 uit 1999 (zie bijlage: officiële publicatie van de commissie NEC 88).

Wij verzoeken u dit artikel aan te passen en een bepaling op te nemen als “of een toekomstige Europese norm die genoemde norm vervangt” om zo de regeling altijd actueel te hebben zonder deze bij iedere normwijziging te hoeven aanpassen.

Natuurlijk zijn wij gaarne bereid een en ander nader toe te lichten.

Met vriendelijke groeten,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Joop Lasseur, voorzitter



Bijlage: Publicatie commissie NEC 88, vervanging NVN-norm door IEC-norm.