Meer reservelocaties noodzakelijk

De Tweede Kamer organiseerde op 23 mei een rondtafelgesprek over de structuurvisie wind op land. Onder de genodigden was ook NWEA. NWEA lichtte het belang toe van het aanwijzen van meer reservegebieden om er zeker van de kunnen zijn dat er ruimte komt voor 6.000 MW op land.

Een deel van de gebieden die de provincies hebben aangewezen zullen, stelt NWEA, immers afvallen of kleiner uitpakken. Ook maakte NWEA-directeur Ton Hirdes bekend dat de windsector werkt aan een Gedragscode wind op land.

Andere deelnemers aan het rondetafelgesprek waren onder meer Yves de Boer namens het IPO, hoogleraar Gerard van Bussel van de TU Delft en vertegenwoordigers namens de milieufederaties, Greenpeace, Windunie, de nieuwe NLVOW, het NKPW, gemeente Amsterdam en vertegenwoordigers van de recreatiesector rond het IJsselmeer (het Blauwe Hart) en in Noord-Hollland.

De stelling dat méér gebied in de structuurvisie aangewezen moet worden, werd door verschillende andere deelnemers aan het gesprek en Tweede Kamerleden gedragen. Net als de stelling dat er in het Noordzeekanaalgebied bij Amsterdam goede mogelijkheden voor windenergie zijn en dat de provincie Noord-Holland die alsnog zou moeten omarmen. De provincies moeten immers nog ruimte vinden voor ongeveer 285 MW.

Onder meer Agnes Mulder (CDA) vroeg naar de vermeende gezondheidseffecten van windenergie en (laagfrequent) geluid vanwege vragen die ze daarover krijgt. NWEA heeft daarop nadere informatie aan de commissieleden toegestuurd; uit internationale onderzoeken blijkt dat laagfrequent geluid van windturbines feitelijk geen probleem is. GroenLinks-kamerlid Liesbeth van Tongeren maakte duidelijk dat ze er voorstander van is dat de investeringsbank van de overheid participeert in groene projecten als duurzame energie.