NWEA stuurt reactie nav voorgenomen besluit Barro en Radarverstoring windturbines

Tijdens een consultatie-overleg op 16 november 2011 over de ontwerpregeling beoordeling radarverstoring windturbines die opgenomen gaat worden in het Barro, werd NWEA onaangenaam verrast door mededelingen vanuit het ministerie van Defensie. Laatste nieuws: invoering uitgesteld.

Binnenkort beslist het kabinet over invoering van het Barro (Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening), zo mogelijk per 1 januari. NWEA voorziet grote problemen bij de invoering van de (ontwerp)regeling en met het voornemen om de toetsing radarverstoring op zeer korte termijn op te nemen in het Barro en pleit daarom voor uitstel van invoering van het onderdeel radartoetsing. Onderstaande brief heeft NWEA naar minister Hillen van Defensie en minister Schultz van Haegen

Nieuws 2 december 2011: Het Barro wordt ingevoerd, maar de regels radar worden voorlopig uitgesteld.

 

Utrecht, 24 november 2011

Onderwerp:
Barro en Radarverstoring windturbines

Excellentie, geachte mevrouw Schultz van Haegen,

Tijdens een consultatie-overleg van 16 november jl. over de ontwerpregeling beoordeling radarverstoring windturbines die opgenomen gaat worden in het Barro werden wij onaangenaam verrast door mededelingen vanuit het ministerie van Defensie.
Binnenkort beslist het kabinet over invoering van het Barro - zo mogelijk per 1 januari. NWEA voorziet grote problemen bij de invoering van de (ontwerp)regeling en met het voornemen om de toetsing radarverstoring op zeer korte termijn op te nemen in het Barro en pleit daarom voor uitstel van invoering van het onderdeel radartoetsing.

Onze belangrijkste bezwaren zijn (zie bijlage):
1. Overhaaste invoering in het Barro van een toetsingsmodel dat vrijwel zeker nog ‘kinderziekten’ heeft;
2. Onnodige lastenverzwaring voor de windsector, welke sector een belangrijke investeerder is in de Nederlandse economie;
3. Oplossingen radarverstoring rotorbladen niet onderzocht;
4. Geen overgangsbeleid waardoor veel in ontwikkeling zijnde windprojecten ernstig gedupeerd worden en de investering in planontwikkeling voor niets is geweest;
5. Grote onzekerheid of de doelstelling voor windenergie op land zal worden behaald die essentieel is voor de Nederlandse duurzaamheidsdoelstelling.

Omdat de problematiek van windturbines en radar het beleidsterrein van u en uw collega van Defensie raakt, hebben wij een gelijkluidende brief toegestuurd aan uw collega van Defensie, de heer Hillen.
NWEA is graag bereid haar bezwaren en voorstellen nader mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA,

Ton Hirdes, directeur

Bijlage: als vermeld

TOELICHTING NWEA-BEZWAREN OVERHAASTE INVOERING TOETSINGSMODEL RADARVERSTORING WINDTURBINES

Overhaaste invoering

Naar NWEA begrepen heeft, is het voornemen om de nieuwe toetsingsmethode voor radarhinder van windturbines op te nemen in het nieuwe Barro, die op korte termijn (zo mogelijk al per 1 januari 2012) van kracht wordt.

NWEA maakt zich grote zorgen over deze zeer snelle, overhaaste invoering

Wij hebben begrepen dat er nog grote onzekerheid is over de financiering van de software-upgrade van de vijf MASS-radarstations.

Ook is het toetsingsmodel van TNO nog niet gereed. Onder meer moeten alle bestaande windturbines en bestaande hoogbouw in Nederland nog worden ingevoerd in het model.
Daarnaast is het vrijwel zeker dat het toetsingsmodel nog kinderziekten bevat die eerst opgelost moeten worden, vóórdat het gebruik van het toetsingsmodel verplicht wordt.
Ook zijn de gemeentes nog niet in staat en gereed om deze nieuwe vergunningsvoorwaarde te implementeren.

NWEA pleit ervoor dat de radartoetsing voor windturbines pas wordt opgenomen in het Barro, wanneer het toetsingsmodel compleet is, alle bestaande windturbines en bestaande hoogbouw zijn ingevoerd, het model volledig getest is zodat alle kinderziektes eruit zijn gehaald, TNO haar procedures voor de handling van het grote aantal toetsingsaanvragen heeft uitgewerkt en alle gemeentes in staat zijn deze nieuwe vergunningsvoorwaarde in te voeren.

Onnodige lastenverzwaring

De nieuwe voorwaarde dat de toprotorhoogte (in plaats van zoals eerder tijdens overleg was aangegeven, de hoogte van het gondeldak) bepalend wordt voor de toetsingsplicht van windturbines op mogelijke effecten op de radar, in combinatie met de aanzienlijke vergroting van de toetsingsafstand tot 75 km van een radarstation, betekent dat vrijwel alle nieuwe windturbines in Nederland verplicht moeten worden getoetst op mogelijke effecten op de radar.
Omdat het toetsingsmodel niet inzichtelijk is, is de uitkomst van deze nieuwe toetsing onzeker. Ook is daardoor niet bij voorbaat vast te stellen (of in te schatten) of voldaan kan worden aan de nieuwe eisen.

Naar wij begrepen hebben, mag de toetsing van windturbines op mogelijke effecten op de radar in de toekomst uitsluitend worden uitgevoerd door TNO. Dit omdat het toetsingsmodel vertrouwelijke gegevens van de radar bevat, welke gegevens cruciaal zijn voor onze nationale veiligheid. Naar wij begrepen hebben, zijn alle kosten van TNO voor de ontwikkeling en het testen van dit model betaald door de Ministeries van Defensie en Infrastructuur en Milieu. TNO zal voor het gebruik van het model dan ook geen kosten in rekening brengen.

TNO heeft het monopolie op deze toetsingen. De ontwikkelingskosten zijn betaald door de Ministeries. Daarom dringt NWEA er op aan met TNO zodanige afspraken te maken, dat TNO slechts de kostprijs voor haar werkzaamheden in rekening brengt én dat TNO een korte doorlooptijd garandeert. Om die reden beschouwen wij de indicatief gemelde toetsingskosten van € 3.000,- per windturbinetype per windproject als een bovengrens. Overigens nemen we aan dat indien meerdere windturbinetypes voor eenzelfde locatie worden getoetst, de kosten per aanvullend turbinetype dan lager uitvallen.

Tenslotte gaat NWEA ervanuit dat TNO toestemming heeft van het Ministerie van Defensie om het uitontwikkelde radartoetsingsmodel zonder kostentoeslag ook te gebruiken bij andere opdrachten die TNO uitvoert voor derden.

Onderzoek radarverstoring rotorbladen

Tot nu toe beoordeelde Defensie uitsluitend de effecten op radar als gevolg van de masten en gondels van windturbines in Nederland, en niet van de rotorbladen.
Dat was ook logisch omdat vrijwel alle rotorbladen van vezelversterkte kunststof zijn gemaakt, welke materialen weinig effecten voor de radar veroorzaken.

Het is NWEA volstrekt onduidelijk wat precies de achtergrond is waarom rotorbladen nu plotseling wel tot radarverstoring zouden leiden.

Tevens dienen volgens NWEA nog alle mogelijkheden te worden onderzocht om radarverstoring door rotorbladen te voorkomen of te beperken.

Geen overgangsbeleid

De Minister van VROM heeft indertijd de toezegging gedaan dat de radarproblematiek op korte termijn zou zijn opgelost. Mede tegen deze achtergrond hebben veel van onze leden grote investeringen gedaan in de ontwikkeling van windprojecten. Deze projecten worden nu mogelijk alsnog geblokkeerd door de nieuwe toetsingsmethode en regelgeving.

Daarom pleit NWEA voor een soepele overgangsregeling voor die windenergieprojecten, die voldoen aan de huidige regels met betrekking tot radar en waarvoor reeds gestart is met de milieueffectrapportage of de bestemmingsplanprocedure. NWEA stelt voor dat voor deze projecten geldt, dat indien toepassing van de nieuwe radartoetsingsregels zou leiden tot een afwijzing, het windproject toch gerealiseerd mag worden, mits de gemeente (in de omgevingsvergunning) of Rijkswaterstaat (in de watervergunning) of het waterschap de voorwaarde opneemt, dat het project na de exploitatieperiode van 20 jaar moet worden verwijderd.
Ook een deel van de bestaande windprojecten voldoen immers niet aan deze nieuwe criteria voor de radar, maar worden gedoogd tot deze aan het eind van de exploitatieperiode vervangen moeten worden.

Grote onzekerheid doelstelling wind op land en voortvarende uitwerking oplossingen

NWEA verwacht op grond van verkennende radartoetsingen, die door TNO zijn uitgevoerd, dat de nieuwe toetsingscriteria tot problemen zullen leiden voor windturbines in gebieden zonder dubbele radardekking, zoals grote delen van Zeeland, Flevoland, Friesland en het noorden van Noord-Holland. Wij dringen erop aan voor deze gebieden op korte termijn oplossingen uit te werken.

Zeeland: Wij verzoeken u om zo spoedig mogelijk een koppeling te maken met de aanwezige of binnenkort te bouwen radars in België, zodat ook in Zeeland dubbele radardekking ontstaat.

Friesland en het noorden van Noord-Holland: Wij bepleiten aanvullend beleid en/of aanvullende maatregelen. Aanvullend beleid zou kunnen zijn dat bij Vliegveld De Kooy en het oefenterrein De Vliehors de toetsingscriteria versoepeld worden. Een aanvullende maatregel is de bijplaatsing van een extra radarinstallatie op een locatie in Noord-Holland of op Vlieland. Hiermee krijgt zowel het noorden van Noord-Holland als Friesland dubbele radardekking.

NWEA dringt er ook op aan de mogelijkheid uit te werken om de radardata van de beide MPR-radarstations te integreren met de vijf MASS-radarstations en bij de reeds ingeplande vervanging van de beide MPR-radarstations de integratie met de MASS-radarstations als voorwaarde op te nemen.

Wij verzoeken u de mogelijkheid uit te werken om de bestaande radar-antennemasten met ca. 20 meter te verhogen, waardoor significant meer windturbines inclusief de rotor onder het toetsingsvlak draaien.