Interpretatie rapport 'Financiële baten van windenergie' (2009)

NWEA heeft van verschillende kanten signalen ontvangen dat het rapport 'Financiële baten van windenergie' van het bureau Bosch & Van Rijn in discussies verkeerd wordt gebruikt.

Het rapport uit 2009 is geschreven als onderlegger voor de studies van het ministerie van VROM naar ruimtelijke mogelijkheden van windenergie. Vraag was of de opbrengsten van windenergie groot genoeg zijn om ook andere processen, zoals gebiedsontwikkeling, in gang te kunnen zetten. Bosch & Van Rijn hebben daarop in vrij algemene zin op basis van grove berekeningen beschreven wat de financiële baten van windenergie zijn; omdat het buiten de scope van het onderzoek viel is daarbij bijvoorbeeld niet gekeken naar het rendement voor de ondernemer die risicodragend kapitaal inbrengt. Ook andere punten die een totaalbeeld van de financiele baten geven, zijn niet meegenomen omdat die voor het onderzoek niet van belang waren.

De bedragen en conclusies van het rapport benutten als zou er wél een totaalbeeld worden gegeven, klopt dus niet.

NWEA heeft in december 2010 over het rapport een gesprek gehad met bureau Bosch & Van Rijn. Dat heeft erin geresulteerd dat het bureau een aantal kanttekeningen heeft opgesteld.

De kanttekeningen:

1. De resultaten in het rapport zijn gedaan op basis van grove berekeningen op hoofdlijnen. Ze geven een indicatie over hoe financiële aspecten verdeeld zijn in
windenergieprojecten.

2. In het rapport staan sec de te verwachte financiële baten op hoofdlijnen opgesomd. Normaal gesproken zijn deze baten voor de ondernemers die deelnemen in het project. Zij ontwikkelen risicodragend deze projecten. Deze bedragen zijn niet a priori beschikbaar voor derden (overheden, burgers en/of omwonenden), tenzij daar door alle partijen afspraken over gemaakt worden.