Hoogspanningsverbinding Randstad door zee (Brief aan Tweede Kamerleden)

In plaats van de geplande Randstad 380 kV-verbinding over land, kan beter gekozen worden voor een hoogspanningsverbinding over de zeebodem, schrijft NWEA aan de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer. Die keuze is ook beter voor toekomstige offshore windparken.

De leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken bespreken binnenkort de plannen van de Randstad 380 kV-verbinding. Met deze hoogspanningsverbinding tussen Beverwijk en de Maasvlakte ontstaat een 'ringverbinding' van hoogspanningsverbindingen. Dat zou onder meer nodig zijn om de leveringszekerheid van elektriciteit in de Randstad te garanderen. NWEA heeft er al eerder op gewezen dat één alternatief onvoldoende onderzocht is: een aanleg over de zeebodem, in plaats van over land. Een hoogspanningsverbinding over land zal door procedures langer op zich laten wachten dan een verbinding door zee. Bovendien kunnen de toekomstige windparken op zee op deze verbinding door zee gemakkelijker worden aangesloten. Er ontstaan 'stopcontacten' op zee.

Geachte leden van de vaste kamercommissie voor Economische Zaken,

Tot 18 oktober kunt u schriftelijk reageren op deplanologische kernbeslissingRandstad 380 kV verbinding (30892-2); begin november wordt deze in de commissie besproken. Graag willen wij u bij deze een aantal punten onder de aandacht brengen.
NWEA, de Nederlandse Wind Energie Associatie, heeft op verschillende momenten in het proces een alternatief aangedragen: leg de in plaats van de Randstad 380 kV-verbinding over land een hoogspanningsverbinding over de zeebodem aan
Met dat alternatief is een win-win-situatie te behalen:
de aanleg van een hoogspanningsverbinding over de zeebodem zal sneller kunnen dan over land (procedures, inpasbaarheid, discussie onder/bovengronds).
op een hoogspanningsverbinding via zee kunnen offshore windparken worden aangesloten (‘stopcontacten op zee’).
de kosten voor een kabel, die in de zeebodem wordt ingegraven, zijn niet hoger dan een langs grote delen van het tracé ondergronds aangelegde verbinding door de Randstad.
de kosten voor onderhoud van en de kans op storingen aan een zeekabel wijken niet of nauwelijks af van die van een verbinding over land door de Randstad.
door de aansluiting op deze hoogspanningsverbinding over de zeebodem kan de investering voor aansluiting van de windparken (die toch gedaan moet worden) beduidend lager uitvallen.
Tot onze spijt moeten we constateren dat het door NWEA aangedragen alternatief door het kabinet niet is overgenomen.
Aangezien de tekst van de inspraakreacties niet is weergegeven in deel 2 (‘Reacties op de ontwerp planologische kernbeslissing’) en in de Richtlijnen voor het milieueffectrapport Wateringen-Zoetermeer, zenden wij u die bij deze toe.

Mocht er behoefte zijn aan een nadere toelichting, dan zijn wij daartoe natuurlijk gaarne bereid.

Reactie NWEA op kabinetsstandpunt
In deel 3, het kabinetsstandpunt pkb Randstad 380kV verbinding, staat (pagina 36) onder meer dat het kabinet een verbinding via de Noordzee al eerder als een onvolwaardig alternatief heeft aangemerkt, omdat het niet aan de projectdoelstellingen zou voldoen. Zo wordt gesproken over negatieve consequenties voor de voorzieningszekerheid en zou een verbinding door de Noordzee gebruik van gelijkspanning vereisen, waardoor aansluiting op het net problematisch is.
Wij willen er daarbij op wijzen dat
Uit Connect II blijkt dat een hoogspanningsverbinding over de zeebodem technisch kan en inpasbaar is. Nergens is aangetoond dat de voorzieningszekerheid met een hoogspanningsverbinding via zee minder zou zijn. Hoogspanningsverbindingen over land en zee hebben elk een eigen risicoprofiel (b.v. verschillend bij bepaalde weersomstandigheden); gebruik maken van beide mogelijkheden kan dus juist complementair zijn, waardoor de voorzieningszekerheid voor de Randstad als geheel groter wordt.
Het is niet juist te stellen dat voor een verbinding door de Noordzee de aansluiting op het net problematisch wordt, omdat dan gelijkspanning vereist zou zijn. Eerder al heeft NWEA, bij de bespreking van het Eindrapport Connect II gewezen op bijvoorbeeld de mogelijkheden van 380kV-platforms op zee waar offshore windparken op aangesloten kunnen worden. Maar ook andere oplossingen zijn mogelijk. De reactie van NWEA op het Eindrapport Connect II is bijgevoegd.
Later alsnog een verbinding maken over land (met de mogelijkheid van nieuwe invoedingspunten) wordt door ons niet uitgesloten. NWEA constateert echter dat deze verbinding niet op korte termijn verwezenlijk zal kunnen worden. Nú een verbinding over zee biedt voordelen voor de Randstad (sneller een ringverbinding) en duurzame energie (een investering voor aansluiting windparken moet toch gedaan worden). Voor een eventueel gewenste verbinding – ondergronds – over land kan dan meer tijd genomen worden.
Dat de kosten voor een kabel ingegraven over de zeebodem nauwelijks afwijken van een verbinding over land, blijkt uit Connect 6000 MW (studie van ECN/KEMA in opdracht van EZ).
Wij verzoeken u:
- Het alternatief van een hoogspanningsverbinding via de Noordzee alsnog als alternatief voor te stellen, omdat het sneller en beter inpasbaar is en een win-win-situatie bereikt kan worden voor zowel de elektriciteitsvoorziening in de Randstad (tempo), offshore wind en totaal benodigd investeringsvolume (hoogspanningsverbinding én offshore).
- Na te vragen hoe het kabinet aankijkt tegen de benodigde proceduretijd voor een verbinding over land versus een alternatief via de zeebodem.
- Na te vragen hoe het kabinet aankijkt tegen de technische oplossingen bij een kabel over de zeebodem, zoals door NWEA voorgesteld bij het Eindrapport Connect II.
- Te bepleiten dat de netbeheerder op zo kort mogelijke termijn de aansluiting van toekomstige windparken op zee regelt.

Met vriendelijke groet,

Ton Hirdes, directeur

Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA