Ambitie windenergie is ruimtelijk mogelijk, extra inzet nodig

Er zijn ruim voldoende ruimtelijke mogelijkheden om de landelijke ambitie van minstens 6.000 MW windenergie op land in 2020 waar te maken. Dat constateert NWEA in het visiedocument ‘Ruimte voor wind op land’. Er is echter wel extra inzet nodig van de verschillende overheden en de bedrijven. Anders wordt de doelstelling niet gehaald. De lopende projecten hebben daartoe samen te weinig potentieel.

Voor het visiedocument maakte NWEA een analyse van het landelijke en provinciale beleid en de lopende windenergieprojecten en bekeek uitgebreid welke mogelijke andere locaties de komende jaren nog voor windenergie interessant kunnen zijn. Uit die inventarisatie blijkt dat 6.000 MW ruimtelijk inpasbaar is en dat er daarnaast nog voldoende ruimte is voor een verdere doorgroei na 2020.

Voor de ruimtelijke inventarisatie deed bureau Bosch en Van Rijn in opdracht van NWEA nader onderzoek naar alle lopende projecten, de ‘pijplijn’-projecten. In 2008 deed Bosch en Van Rijn een zelfde soort onderzoek voor VROM. Dat resulteerde toen in het ‘Projectenboek windenergie’. Het nieuwe onderzoek is dan ook een actualisatie van de lijst projecten en hun slaagkans.

In Nederland staat nu ongeveer 2.000 MW aan windvermogen opgesteld op land. De bestaande projecten (‘pijplijn’-projecten) zijn samen in 2020 goed voor bijna 3.000 MW (2.995 MW), blijkt uit het onderzoek door Bosch en Van Rijn onder met name ontwikkelaars van windparken en provinciale windcoördinatoren. Daarbij is rekening gehouden met de slaagkans van elk van de projecten. In de maximale vorm zijn de projecten samen goed zijn voor ruim 5.700 MW, maar door diverse belemmeringen of politieke besluitvorming zijn ze niet allemaal (maximaal) te realiseren.

Met de bestaande turbines en huidige projecten wordt de doelstelling van minstens 6.000 MW dus niet gehaald; daarvoor is aanvullende ruimte en krachtig overheidsbeleid nodig: een overheid die (op alle niveaus) ambitie uitstraalt en zorgt voor een consistent en stabiel ruimtelijk en stimulerings-beleid. Op basis van nadere regionale analyse ziet NWEA die ruimtelijke mogelijkheden, waarbij de windsector constateert dat er ruimte is voor een verdere doorgroei na 2020.

Uit het feit dat er meer dan 230 projecten voor windturbines op land lopen, blijkt dat de sector gelooft in kansen voor windenergie en uitermate gemotiveerd is. Er zijn anno 2011 zelfs meer projecten dan in 2008 bij het onderzoek werden geteld en de huidige hebben een groter potentieel.

NWEA constateert dat de kans dat windprojecten tot realisatie komen toeneemt als de overheid een aantal belemmeringen wegneemt, zoals de beperkingen door radar en beperking van de plaatsingsmogelijkheden op en bij dijken.
NWEA heeft per provincie een analyse gemaakt voor de kansen voor wind op land tot 2020; daarbij is een langere doorkijk genomen dan de bestaande coalitieakkoorden.