3000 MW Windenergie op land

Naar aanleiding van uitlatingen van minister Cramer (VROM) dat ze het opgesteld vermogen van windenergie op land fors wil uitbreiden, schreef NWEA haar dat streven te ondersteunen. In de brief zegt NWEA-voorzitter Joop Lasseur te hopen op een constructieve samenwerking.

De opmerkingen van de minister verschenen kort voor Winddag 2007 in de pers.


Het ministerie van VROM
De minister van VROM
Mw. Dr. J.M. Cramer
Postbus 20951
2500 EZ Den Haag


Plaats en datum Utrecht, 13 juni 2007
Ons kenmerk Br-secr.100N


Onderwerp: 3000MW windenergie op land.

Excellentie,

Ik schrijf u naar aanleiding van uw voornemen het opgestelde vermogen aan windenergie op land binnen afzienbare tijd verder uit te bouwen tot minstens 3000 MW, zoals dat onlangs in de pers kwam. De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) steunt dit voornemen en voegt daaraan toe dat in onze optiek dit zeker haalbaar is, terwijl minstens 4000 MW binnen afzienbare tijd mogelijk is. Dit niveau vormt de basis voor de door NWEA voorgestelde strategie voor stimulering windenergie *). Daarin werd onder meer gewezen op de sterk afnemende behoefte aan subsidie voor windenergie op land, die daarmee de eerste optie voor opwekking van duurzame energie in Nederland wordt die binnen afzienbare tijd op grote schaal én zonder subsidie kan worden toegepast.

We zijn het met u eens dat die verdere uitbouw van windenergie op korte termijn te bereiken valt door een combinatie van het vervangen van bestaande turbines door exemplaren met een groter vermogen én daarnaast het benutten van nog niet gebuikte locaties.

Onze ervaring leert dat om deze doelen te bereiken een goede samenwerking tussen publieke en private sector onontbeerlijk is. Onze leden staan klaar om aan de slag te gaan Om werkelijk in beweging te komen is een stabiel en werkbaar overheidsbeleid nodig.
Dat geldt niet alleen voor de financiële bijdrage van de overheid, maar ook voor bijvoorbeeld de randvoorwaarden wat betreft inpassing in de ruimte.
De langdurige en omvangrijke ervaring die onze leden hebben opgedaan bij het identificeren en verwijderen, dan wel omzeilen van obstructies in de realisatie van windparken, kan volgens ons van grote waarde zijn voor de praktische werkbaarheid van de te nemen maatregelen.

NWEA biedt u deze ervaring en bereidheid tot medewerking gaarne aan in de verwachting dat door constructieve samenwerking een omgeving kan worden geschapen die het bereiken en overtreffen van de gestelde doelen mogelijk maakt.

Natuurlijk zijn wij gaarne bereid een en ander nader toe te lichten,


Met vriendelijke groeten,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Joop Lasseur, voorzitter



*) NWEA strategie stimulering windenergie – basisgegevens voor 2007-2020, KEMA en Ecofys, Arnhem 16 februari 2007