Verschuiven budget wind op land binnen SDE

Het mogelijk verschuiven binnen de stimuleringsregeling SDE van budget dat voor wind op land bedoeld is, heeft tot gevolg dat er voor dezelfde hoeveelheid geld minder duurzame energie geleverd zal worden. Dat schrijft NWEA in een brief aan de Minister van Economische Zaken. Volgens NWEA is het beter het budget voor wind op land te reserveren en de periode waarin het benut dient te worden wat te verlengen.

De Minister heeft overigens zelf ook al geconstateerd dat met het verschuiven van budget vanuit een zeer kostenefficiënte categorie als wind op land naar andere categorieën binnen de SDE er in totaal tijdens deze kabinetsperiode met hetzelfde budget minder duurzaam opgewekte energie wordt bereikt, tot 116 MW opgesteld vermogen minder.
Het halen van de kabinetsdoelstelling in termen van CO2-reductie wordt op deze wijze bemoeilijkt, stelt NWEA. Wind op land had daaraan immers een grote bijdrage moeten leveren. Inzetten op de mogelijkheden die er zijn om op korte termijn méér wind op land mogelijk te maken, ware te prefereren geweest.


Mevrouw M.J.A. van der Hoeven
Minister van Economische Zaken
Postbus 20101
2500 EC DEN HAAG

Plaats en datum Utrecht, 17 september 2009
Ons kenmerk Br-secr. 200N
Uw kenmerk ET/ED / 9139033

Onderwerp: Verschuiven budget wind op land SDE

Excellentie, geachte mevrouw Van der Hoeven,

In uw brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (14 augustus 2009) heeft u aangegeven alsnog op het verzoek van de Tweede Kamer te willen ingaan om SDE-budgetten bestemd voor wind op land te verschuiven naar andere categorieën, mits er eind van dit budgetjaar daadwerkelijk van onderuitputting sprake is.

Terecht constateert u in uw brief dat daarmee gekozen wordt voor het verschuiven van budget vanuit een zeer kostenefficiënte categorie als wind op land naar andere categorieën en dat daardoor in totaal tijdens deze kabinetsperiode met hetzelfde budget minder duurzaam opgewekte energie wordt bereikt, tot 116 MW opgesteld vermogen minder.

Het halen van de kabinetsdoelstelling in termen van CO2-reductie wordt op deze wijze bemoeilijkt. Wind op land, ook uit subsidieoogpunt de meest kosteneffectieve methode voor de opwekking van duurzame energie, had daaraan immers een grote bijdrage moeten leveren. Voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening en voor het verminderen van de Nederlandse bijdrage aan de CO2-uitstoot is de gemaakte keuze daarom te betreuren. Inzetten op de mogelijkheden die er zijn om op korte termijn méér wind op land mogelijk te maken, ware te prefereren geweest.

Met u constateren wij dat het halen van de doelstelling 2011 voor wind op land moeizaam verloopt. Echter, wij moeten ook constateren dat met een lichte aanpassing van de SDE-basisbedragen en het invoeren van differentiatie naar windaanbod, veel meer projecten van de grond zullen komen. In de huidige regeling is de prikkel, mede als gevolg van de huidige lage elektriciteitsprijs in combinatie met het maximaal uit te keren SDE-bedrag per kWh, te gering, zo niet afwezig, om veel projecten versneld gerealiseerd te krijgen. Wij benadrukken dat zelfs met de door NWEA voorgestelde aanpassingen wind op land verreweg de meest kostenefficiënte oplossing blijft om te komen tot duurzame energie en daarmee de beste oplossing om de doelstellingen binnen bereik te brengen.
Differentiatie is van belang omdat met de huidige SDE-systematiek – mede in combinatie met de verscherpte financieringseisen – projecten in niet-kustgebieden niet haalbaar zijn.

Eerder hebben wij u de voorstellen voor aanpassing binnen de SDE doen toekomen. Zowel met uw Ministerie als met ECN en KEMA (opstellers van het advies over de basisbedragen) is daartoe uitvoerig overleg gevoerd.

Zorgwekkend is dat wij steeds meer signalen ontvangen dat het kabinet niet meer lijkt te geloven in 2000 MW extra vergund in 2011. Uw brief over overheveling van SDE naar andere categorieën is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Zorgelijk, omdat er door alle partijen binnen de Landelijke Uitwerking Windenergie hard aan wordt gewerkt de 2000 MW mogelijk te maken. Wij beseffen dat 2011 nadert – niet voor niets hebben wij bij herhaling aangedrongen op spoed en concrete maatregelen – en dat het halen van de doelstelling 2011 steeds moeilijker wordt.
Een betere oplossing is wellicht één jaarschijf toe te voegen voor hetzelfde totaalbudget: 2000 MW extra in 2012. Het budget voor wind op land kan zo gehandhaafd blijven en de bijdrage aan de doelstelling CO2-reductie in Schoon & Zuinig (2020) blijft overeind. En er zullen tegen die tijd meer projecten profiteren van de oplossingen die in het kader van de LUW gevonden worden, alsmede van aanpassingen aan de SDE als zodanig (hoogte basisbedragen, structurele aanpassingen en differentiatie). Voor de periode daarna geldt het nu in ontwikkeling zijnde langere termijn perspectief wind op land, waarvoor in de volgende kabinetsperiode middelen binnen de SDE gereserveerd zullen moeten worden. Het huidige budget zou dan expliciet moeten gelden voor al lopende projecten, de zogenaamde pijplijnprojecten.

Daarnaast willen wij onder uw aandacht brengen dat het budget binnen de SDE voor wind op land is bedoeld om in een periode van vier jaar te komen tot 2000 MW extra. O.i. is er om begrotingstechnische redenen voor gekozen uit te gaan van vier jaarschijven van 500 MW elk. Het achterblijven in een of meerdere van deze jaarschuiven is feitelijk niet van belang: het gaat om het totale aantal vergunde en gerealiseerde MW in de totale periode.
Overigens pleiten wij er andermaal voor de doelstelling voortaan in MWh te vertalen. Het gaat uiteindelijk immers om CO2-reductie en niet om opgestelde capaciteit.

Graag willen wij met u in overleg treden over de verschuiving van de budgetten binnen de SDE en met name over de mogelijkheden die wij zien voor structurele aanpassing binnen de SDE, inclusief differentiatie.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

Jaap Warners, voorzitter