Verbeterde MEP-regeling voor windenergie (op land en op zee)

Met het op rij zetten van de uitgangspunten voor een verbeterde MEP-regeling, wil NWEA een bijdrage leveren aan de tot stand komen van een robuuste stimuleringsregeling voor windenergie.

In de uitgangspunten is onder meer opgenomen dat de MEP-bijdrage afneemt als de marktprijs van stroom stijgt. Ook wordt ervan uitgegaan dat de 'vermeden maatschappelijke kosten' ten goede komen aan de producent.

Uitgangspunten voor de verbeterde regeling:
In tegenstelling tot de “oude” MEP regeling betaalt de Overheid uitsluitend MEP bijdrage wanneer het milieuvoordeel / de CO2 emissiereductie is gerealiseerd.
Windenergie moet op termijn zonder MEP-bijdrage haalbaar zijn.
De vermeden maatschappelijke kosten (VMK) van windenergie komen ten goede aan de producent.
De MEP-bijdrage neemt af wanneer de marktprijs voor stroom stijgt.
De input parameters van het OT model worden jaarlijks door ECN/KEMA vastgesteld.
NWEA is geen voorstander van een tender op prijs en/of een quotasysteem. NWEA is vóór voortzetting van toewijzingsprincipe “wie het eerst komt, het eerst maalt”.

Voordelen van de verbeterde MEP-regeling:
Het maximaal benodigde subsidiebudget is bij aanvang van de MEP periode bekend.
Zekerheid voor investeerders en financiers.
De systematiek is toepasbaar voor wind op land en wind op zee. In het OT model (Onrendabele Top rekenmodel van ECN/KEMA) moeten voor wind op land andere input parameters worden gebruikt dan voor wind op zee.
De systematiek is, mits aangepast aan de karakteristieken van andere duurzame energie opties, ook toepasbaar voor deze andere opties.
De regeling combineert de voordelen van vast feed-in tarief met de MEP-systematiek.

Doelstelling & benodigd MEP-budget
Om de NWEA doelstelling van tenminste 4000 MW wind op land en tenminste 4000 MW wind op zee in 2020 te realiseren, is op basis van de hieronder beschreven, verbeterde MEP regeling het volgende budget nodig:

De MEP bijdrage per kWh voor windenergie op land bedraagt voor nieuwe toekenningen vanaf 2014 nihil. Dat betekent dat vanaf 2014 wind op land concurrerend is met conventioneel opgewekte elektriciteit.
Tot dat moment is voor wind op land maximaal een MEP budget van Euro 57 miljoen per jaar
nodig en totaal een MEP budget van maximaal Euro 500 miljoen.

De MEP bijdrage per kWh voor windenergie op zee is voor nieuwe toekenningen vanaf 2021 nihil. Dat betekent dat vanaf 2021 wind op zee concurrerend is met conventioneel opgewekte elektriciteit.
Tot dat moment is voor wind op zee maximaal een MEP budget van Euro 200 miljoen per jaar nodig en totaal een MEP budget van maximaal Euro 1,9 miljard.

Het hoogspanningsnet op zee (een zogeheten “stopcontact op zee”) wordt, net als het hoogspanningsnet op land, aangelegd door en voor rekening van de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet TenneT.

Systematiek verbeterde regeling
De verbeterde regeling gaat uit van een vergoeding, die bestaat uit de som van de VMK, de marktprijs elektriciteit en een MEP bijdrage.
De MEP bijdrage wordt gedurende een periode van 15 jaar uitgekeerd, doch jaarlijks voor ten hoogste 2000 (wind op land) resp. 3600 (wind op zee) vollasturen.
De maximale MEP bijdrage per kWh is vastgelegd in de MEP beschikking. Indien gedurende enig jaar de marktprijs elektriciteit stijgt (ten opzichte van de marktprijs ten tijde van de vaststelling van de MEP bijdrage), neemt de MEP bijdrage per kWh voor dat jaar af met eenzelfde bedrag. Indien de marktprijs elektriciteit in enig volgend jaar weer daalt, neemt de MEP bijdrage weer toe. De MEP bijdrage per kWh wordt echter nooit hoger dan de MEP bijdrage per kWh, zoals die is vermeld in de MEP beschikking.

Omdat NWEA uitgaat van dalende kostprijzen en stijgende energieprijzen geldt in elk geval dat de MEP bijdrage per kWh zoals deze geldt voor toekenningen in jaar n, niet meer bedraagt dan 95% van de MEP bijdrage per kWh zoals deze geldt voor toekenningen in jaar n-1. De MEP bijdrage per kWh zoals deze geldt voor toekenningen in jaar n+1 bedraagt niet meer dan 95% van de MEP bijdrage per kWh zoals deze geldt voor toekenningen in jaar n. Enz., enz.

De MEP middelen, die vrijkomen als gevolg van de stijging van de marktprijs elektriciteit, worden in jaar n+1 toegevoegd aan het beschikbare MEP budget voor nieuwe aanvragen.

De (maximale) MEP bijdrage
De (maximale) MEP bijdrage bij toekenning wordt bepaald met behulp van het OT model
van ECN/KEMA, waarbij de input parameters zijn aangepast op basis van NWEA ervaringsgegevens:
· Vollasturen wind op land = 2000 uur/jaar
Vollasturen wind op zee = 3600 uur/jaar
· Investeringskosten wind op land = Euro 1.270/kW
Investeringskosten wind op zee, inclusief netaansluiting = Euro 2.500/kW
(Netaansluitingskosten wind op zee = Euro 250/kW)
· Economische levensduur = Afschrijvingstermijn = 15 jaar
· Operationele kosten wind op land = Euro 39/kW; en vanaf jaar 6 = Euro 45/kW.
Operationele kosten wind op zee = Euro 80/kW.
· Marktprijs elektriciteit = zie hierna.
· Vermeden maatschappelijke kosten = VMK= zie hierna.
· Kosten PV management en onbalans = 15% van de marktprijs elektriciteit
· Gedeelte van investering kwalificerend voor EIA = 90%
· Equity share wind op land = 20%
Equity share wind op zee = 50%
· Looptijd lening = 12 jaar
· Rente = 6%
· Leercurve (investerings- en operationele kosten) volgens Junginger onder toepassing van het GWEC scenario voor de groei van het wereldwijd opgestelde windvermogen.
· Prijspeil 2006

Marktprijs elektriciteit
De vergoeding voor de fysieke stroom (= marktprijs elektriciteit) wordt bij de vaststelling van de MEP bijdrage bepaald door de forecast prijs, zoals berekend door ECN/KEMA op basis van de verwachte prijsontwikkeling verminderd met een risico-afslag van 15% (een en ander zoals nu ook door ECN/KEMA wordt gebruikt in de berekeningen met het OT model uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken).

De op deze wijze berekende marktprijs elektriciteit bedraagt voor 2006 Euro 49/MWh.
De marktprijs elektriciteit wordt elk jaar (jaar y) gedurende de looptijd van de MEP periode bepaald door gemiddelde APX dagprijzen voor base load in de periode van 30 september jaar y-2 tot en met 30 september van jaar y-1 verminderd met een risico-afslag van 15%.

Vermeden maatschappelijke kosten
Toekenning van VMK aan de producent van windstroom is géén subsidie. Deze kosten (voor dijkverzwaring, gezondheidszorg, herstel van historische gebouwen, schoonmaakkosten na een olieramp, e.d.) worden nu ook door de burger betaald en worden nu ook betaald uit de algemene middelen.
De VMK worden bepaald door ECN/KEMA.
De VMK worden toegekend aan de producent voor elke aan het net geleverde kWh (dus niet beperkt tot 2000 resp. 3600 vollasturen per jaar). De meting en vaststelling geschiedt door TenneT (c.q. EnerQ en CertiQ) volgens dezelfde methodiek als de meting, vaststelling en uitbetaling van de MEP subsidie.
De VMK voor windenergie bedragen Euro 20/MWh (bron ECN/KEMA).

Aanvraag en toekenning
De wijze van aanvraag en toekenning wijzigt niet ten opzichte van de huidige procedure.
NWEA wijst, ook voor wind op zee, een tender op prijs en/of een quotasysteem af.
Uit diverse Europese en ECN studies blijkt dat een feed‑in systeem het meest kosteneffectief is en resulteert in de realisatie in de meeste duurzame energie (MWh) per geïnvesteerde Euro.

Een volgens dit NWEA voorstel aangepaste MEP regeling benadert een feed-in tarief,
maar geeft het voordeel van marktontwikkelingen terug aan de Overheid. Het nadeel van negatieve marktontwikkelingen blijft voor risico van de exploitant.
NWEA is voorstander van een systeem op basis van “wie het eerst komt, het eerst maalt”,
tot het beschikbare MEP budget voor het betreffende jaar is benut. De niet gehonoreerde aanvragen worden doorgeschoven naar volgend jaar en komen in dat jaar als eerste aan
de beurt. Op deze wijze kan een “stuwmeer” van MEP aanvragen ontstaan. Indien een eventueel “stuwmeer van MEP aanvragen” algemeen bekend is, is betrouwbaar te voorspellen wat er aan windenergie gerealiseerd gaat worden en kunnen initiatiefnemers
en projectontwikkelaars hun ontwikkelactiviteiten in een vroegtijdig stadium hierop aanpassen.

De datum van de MEP-beschikking bepaalt de maximale hoogte MEP bijdrage.
Ter voorkoming van claimgedrag, moet de installatie binnen 3 jaar na de datum beschikking in bedrijf worden genomen. De MEP periode van 15 jaar vangt aan op het moment dat voor de eerste keer elektriciteit in het net is ingevoed.
De werkelijk uit te betalen MEP bijdrage wordt elk jaar bepaald op basis van de werkelijke marktsituatie met als maximum de in de toekenning vermelde MEP bijdrage.

Jaarlijks plafond en schotten tussen categorieën
Jaarlijks wordt per categorie (wind-op-land, wind-op-zee , e.d.) een maximum MEP budget vastgesteld voor toekenningen aan nieuwe aanvragers. Omdat de ontwikkeling van windenergie projecten een langjarig proces is, wordt het budget, wanneer dit in enig jaar niet is gebruikt, toegevoegd aan het budget van het volgende jaar. Dit “doorschuiven” van het subsidie‑budget kan ten hoogste één keer worden herhaald.