Tweede Kamer over SDE+: pleidooi voor stabiliteit

Rust en stabiliteit is wat de duurzame energiesector nodig heeft, menen de kamerleden tijdens een overleg over de SDE+. Minister Verhagen kapittelt de provincie Friesland voor zijn windmolenbeleid. Een aantal observaties - met de nadruk op windenergie - uit het Algemeen Overleg op 19 mei over de SDE+ van de Tweede Kamer met de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Meerdere kamerleden wijzen erop dat de duurzame energiesector vooral belang heeft bij een stabiel stimuleringsbeleid. Van Veldhoven (D66): 'Er is sprake van wispelturigheid. Ook nu worden alweer aanpassingen in de SDE+ aangekondigd. Er is rust nodig!' Van Tongeren (GroenLinks) spreekt van een 'zigzag-beleid' en Dijkgraaf (SGP) pleit voor een 'robuuste stimuleringsregeling'.

Samsom (PvdA) is het voortdurend veranderen van de stimuleringsregelingen helemaal beu. 'Het gaat om het vertrouwen van investeerders en daarvoor is het noodzakelijk dat de regeling niet steeds wordt aangepast. Het zou goed zijn als het Energierapport investeerders zekerheid biedt tot 2020 - net als het Infrafonds er is voor langjarige zekerheid voor de aanleg van wegen, is voor energiebeleid langjarig beleid nodig.' Het PvdA-kamerlid geeft aan de SDE+ nu te steunen, maar heeft geen zin in voortdurende kleine aanpassingen hierna. Overigens geeft hij aan er achter te zijn gekomen dat een leveranciersverplichting net zo ingewikkeld op te zetten is als een subsidieregeling. Belangrijker dan het systeem is echter de langjarige zekerheid.

Innovatie
Verburg (CDA) is tevreden over de opzet van de SDE+: 'We hebben lessen geleerd van eerdere regelingen en die zijn verwerkt'. De SDE+ is gericht op de exploitatie. Verburg: 'Naast meters maken met duurzame energie, waar de SDE+ voor is, is ook ruimte nodig voor innovatie. Bijvoorbeeld voor de derde generatie biomassa en voor wind op zee.' Bij de Green Deal wil het CDA daartoe met een voorstel komen.
Van Tongeren (GroenLinks) vindt dat het kabinet ook tussendoelen moet benoemen: 'Anders hebben we niets om op terug te vallen om te bekijken of we het einddoel gaan halen.' Bij veel andere beleidsterreinen wordt wel met tussendoelen gewerkt, stelt ze. Verder noemt ze het opvallend dat de regering voor de leveringszekerheid de energievoorziening onafhankelijker wil van het buitenland, 'maar er komen meer kolen uit Rusland en uranium uit Kazachstan - we worden dus niet onafhankelijker.'

Vollasturen
Leegte (VVD) vraagt minister Verhagen nog eens goed te kijken naar de ENDEX als vervanger van de APX en naar het systeem van vollasturen. Dat laatste bepleit ook Dijkgraaf (SGP). Leegte zou het bovendien beter vinden als binnen de verdeling van de SDE+-gelden niet het principe 'wie eerst komt eerst maalt' geldt, maar dat het goedkoopste project altijd voor gaat.
Wiegman (ChristenUnie) noemt onder meer differentiatie voor wind op land noodzakelijk en verzoekt minister Verhagen naar het voorstel van NWEA te kijken. Ook vindt ze dat de minister eens serieus naar de problematiek van de hoge grondvergoedingen moet kijken die het RVOB vraagt en twijfelt ze of met de 5 PJ duurzame energie per jaar de uiteindelijke Europese doelstelling wel gehaald zal worden: 'Daarvoor is minstens 15 PJ nodig'. En, zegt ze: 'Nog één keer de verzuchting: het was goed geweest als er nu een reactie op de aanbevelingen van de Taskforce Wind op Zee, de commissie Veenman, had gelegen.'
Verschillende kamerfracties spreken teleurstelling uit over het feit dat de SDE+ weinig soelaas biedt voor kleinschalige zonne-energie. 'Gebundelde kleine projecten zouden ook moeten kunnen indienen', bepleit onder meer Van Veldhoven (D66).

Duits systeem
SP-kamerlid Jansen bepleit de overgang naar het Duitse systeem. 'Dat werkt al jaren prima'. Volgens het kamerlid is het Duitse systeem ook niet zo duur voor de burger als minister Verhagen in het debat aangeeft. Uiteindelijk belooft de minister de cijfers van het Duitse en het Nederlandse stimuleringssysteem naast elkaar te zetten. Ook al heeft de minister twijfels bij dat Duitse systeem: 'De ondersteuning van duurzame energie in Duitsland leidde niet tot creativiteit van de markt, zoals we dat in Nederland wel hadden met zonnepanelen die door Urgenda zonder subsidie werden aangeschaft.'
Verhagen benadrukt dat de Nederlandse SDE+ gericht is op concurrentie tussen de technieken; de technieken met de laagste prijs voor duurzame energie hebben voorrang: 'We kiezen voor concurrentie en dus heb je winnaars en verliezers, maar wat telt is uiteindelijk de meeste duurzame energie tegen de laagste kosten.'
Of Nederland door moet gaan met de SDE+ of dat er een leveranciersverplichting moet komen, is voor de minister geen gelopen race: 'Maar een systeemwijziging moet je alleen doorvoeren bij een aantoonbare meerwaarde, want het levert veel onzekerheden op. In het Energierapport zal ik ingaan op de wenselijkheid van een verplichtingenstelsel.'

Friesland
De minister gaat ervan uit dat Nederland de Europese doelstelling gaat halen door een aantal maatregelen: de SDE+, de Green Deal, bij- en meestook, innovatiebeleid en investeren in het buitenland. Verhagen: 'We kunnen die maatregelen alleen nog niet vertalen in een percentage, maar samen gaat het wel in de richting van de 14%.' Dan moeten andere overheden wel meewerken, merkt hij op. 'Neem Friesland. Die willen ineens windmolens alleen op een paar plaatsen aan de grenzen van de provincie plaatsen. Hoe kunnen we dan de doelstellingen voor duurzame energie halen? Ik roep alle lokale bestuurders op snel mee te werken aan het verlenen van vergunningen voor duurzame energie.'
Met de windsector is hij in gesprek om te praten over differentiatie voor wind op land, vertelt hij de kamerleden nog.