Tussenoplossing 2012 differentiatie wind op land

Het ministerie van EL&I stelt voor 2012 een tussenoplossing voor nu invoering van differentiatie voor wind op land binnen de SDE+ is uitgesteld. NWEA constateert dat er daarmee nog geen gelijk speelveld is ten opzichte van andere technologiën.

Het ministerie kiest op advies van ECN en KEMA voor een extra categorie binnen de SDE+ voor windturbines kleiner dan 6 MW die minstens 2650 vollasturen halen (in plaats van de 2200 vollasturen die nu de standaard zijn). Doordat deze projecten meer geproduceerde kWh bij de bepaling van de SDE+ aanvraag kunnen laten meetellen, daalt het basisbedrag naar 8,5 c/kWh. Daarmee kunnen ze al indienen vanaf fase 2 in de SDE+, in plaats van pas in fase 3. De kans dat er nog budget is en wind op land een kans maakt, is daarmee groter.

Het advies van ECN/KEMA en de brief van EL&I over de tussenoplossing aan de Tweede Kamer kan hieronder als pdf worden opgevraagd.

NWEA heeft eerder sterk aangedrongen op invoering van differentiatie voor wind op land en op een gelijk speelveld. Door de begrenzing van 2200 vollasturen, kan wind op land binnen de SDE+ niet concurreren met de andere technieken om de laagste prijs en dat druist in tegen de opzet van de SDE+.
Tijdens de gesprekken met EL&I en ECN/KEMA heeft NWEA benadrukt dat een tussenoplossing 2012 is bedoeld om het ongelijke speelveld voor wind op land zoveel als mogelijk te voorkomen. Aanvankelijk had EL&I aan de onderzoeksinstellingen ECN en KEMA gevraagd een model door te rekenen, uitgaande van 3050 vollasturen. NWEA heeft aangegeven dat, door de extra categorie voor wind op land te veel te beperken (door een hoog aantal vollasturen), het speelveld meer ongelijk blijft dan logisch en noodzakelijk is. Met andere woorden, er wordt dan geen recht gedaan aan de bedoeling van de motie van het CDA-kamerlid Van der Werf die om snelle invoering van differentiatie vroeg.
Uitgaan van ongeveer 2400 vollasturen voor de tussenoplossing zou volgens NWEA een logischer uitgangspunt zijn. Daarmee ontstaat een gelijker speelveld dan bij 2650 vollasturen. In de gesprekken met EL&I is dat laatste aantal echter door NWEA aangedragen, omdat het meer kansen voor windenergie biedt dan de door EL&I genoemde 3050 vollasturen.
In 2013 moet, schrijft ook de minister aan de Tweede Kamer, er een volwaardig model van differentiatie voor wind op land binnen de SDE+ zijn.