Reactie op beëindigen Task Force Windenergie

De activiteiten van de Task Force Windenergie (TFW) worden per 1 januari 2007 beëindigd. Dit ondanks een positieve evaluatie en een advies om met de TFW door te gaan. Ook de leden van NWEA ervaren de inzet van de TFW als zeer waardevol.

De argumenten waarom de TFW zou moeten stoppen, snijden geen hout, schrijft NWEA in een brief aan de minister van Economische Zaken. De minister wordt gevraagd op zijn besluit terug te komen.

 

Minister van Economische zaken
De heer mr. drs. J.G. Wijn
Postbus 20201
2500 EC DEN HAAG


Plaats en datum Ons kenmerk Uw kenmerk
Utrecht, 31 januari 2007 Br-secr.86N -


Excellentie, geachte heer Wijn,

In 2006 is in uw opdracht het Task Force Windenergie (TFW) geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt aanbevolen dat het TFW ook na 1 januari 2007 haar taken blijft uitvoeren. Ook de leden van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) ervaren de inzet van het TFW als zeer waardevol. Desondanks heeft u de opdracht aan het TFW niet verlengd en zijn de activiteiten van het TFW per 1 januari 2007 beëindigd.

In uw brief van 17 januari jl. aan de voorzitter van het TFW, de heer Warners, geeft u hiervoor de volgende argumenten:

· Door het op nul stellen van de MEP zijn de activiteiten van TFW teruggenomen.
Onze leden ervaren dat juíst als gevolg van het op nul stellen van de MEP locale overheden en insprekers onzeker zijn over de toekomst van windenergie. Dit leidt tot vertraging in lopende procedures en zelfs tot negatieve planologische besluitvorming.
Het TFW kan juist nu in deze gevallen een belangrijke bijdrage leveren.

· Locale overheden en initiatiefnemers zijn geprofessionaliseerd.
Dit geldt zeker voor enkele gemeenten waar inmiddels voldoende ervaring met windenergie is opgedaan. Veel initiatieven worden echter gestart in meer in het binnenland gelegen locaties. Voor deze gemeenten is de problematiek geheel nieuw. Juist in deze gemeenten kan het TFW een waardevolle bijdrage leveren.
Initiatiefnemers (dat geldt zowel voor minder professionele als zeer professionele) zijn gebaat bij een partij, die zonder commercieel belang objectieve informatie kan verstrekken en overheden kan adviseren over de procedure.


· Als er eind 2007 nieuw beleid voor wind op land is, zal worden bezien of er ondersteunend instrumentarium als TFW nodig is.
Wij begrijpen uw opmerking zo dat naar uw mening alle planologische procedures aangehouden zouden moeten worden, tot meer duidelijkheid bestaat over de voortzetting van de MEP. Dit is ongewenst en ook niet de realiteit.
Initiatiefnemers werken hard aan de verwerving van vergunningen in de overtuiging dat het MEP instrument in enige vorm terug zal keren. Daarnaast is veel geïnvesteerd in lopende procedures. Deze kunnen niet als een waterkraan aan en uit worden gezet.
Wanneer op korte termijn een nieuwe regeling voor wind op land wordt vastgesteld, is het van groot belang dat er voldoende nieuwe projecten in de pijplijn zitten.
Omdat het TFW bijdraagt aan een zorgvuldige en voortvarende planontwikkeling is voortzetting van de activiteiten van het TFW dringend gewenst.

Wij delen uw argumenten voor het beëindigen van de werkzaamheden van het TFW niet.
Wij menen zelfs dat uw argumenten geen hout snijden. Wij betreuren het dat u de aanbevelingen uit de evaluatie van het TFW niet hebt overgenomen.

Wij dringen er bij u op aan terug te komen op uw besluit en de activiteiten van het TFW voort te zetten.



Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA
Joop Lasseur, voorzitter