Reactie NWEA op wetsvoorstel 'Voorrang voor duurzaam'

Het principe 'Voorrang voor duurzaam’ is feitelijk niet vastgelegd in het wetsvoorstel met die naam. Dat constateert NWEA in een brief aan de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel is op geen enkele wijze in formele zin vastgelegd of gewaarborgd dat bij het transport van elektriciteit daadwerkelijk voorrang voor duurzaam geldt. Het principe 'voorrang voor duurzaam' dient namelijk apart uitgewerkt te worden in een - gemakkelijker aan te passen - Algemene maatregel van bestuur.

Er wordt bovendien gekozen voor een getrapte en zeer complexe uitvoering van een eenvoudig principe. Zo geldt 'voorrang voor duurzaam' pas als er in een gebied sprake is van congestie bij de toegang tot het elektriciteitsnet én er een systeem van congestiemanagement wordt toegepast én in dit systeem van congestiemanagement voorrang voor duurzaam op juiste wijze is uitgewerkt - pas dan geldt op grond van de nieuwe wet mogelijk voorrang voor duurzaam.

NWEA betreurt deze getrapte en complexe uitwerking van een relatief eenvoudig principe. Een principe dat rechtstreeks voortvloeit uit Europese regelgeving. Beter zou zijn het principe in de wet zelf te verankeren en uit te gaan van een beter hanteerbare uitwerking.

Daarnaast vraagt NWEA in de brief ook aandacht voor een aantal andere effecten die kunnen optreden als gevolg van de wetswijziging. Zoals het risico dat er een drempel wordt opgeworpen voor investeringen in lagere elektriciteitsnetten die nodig zijn voor de aansluiting van windparken of andere vormen van duurzaam productievermogen. Ironisch genoeg zou zich daardoor de situatie kunnen voordoen dat investeringen voor grootschalige kolencentrales (fossiele brandstof met uitstoot van CO2) worden verrekend in het elektriciteitstarief, maar dat dit niet mogelijk is bij duurzame energieprojecten, zoals windenergie.

De brief van NWEA aan de Vaste commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer is verzonden omdat het parlement op korte termijn een aantal wijzigingen van de Elektriciteitswet bespreekt. Kamerleden hebben tot 20 mei nog de tijd om schriftelijk op de wetsvoorstellen te reageren.

De Vaste Commissie voor Economische Zaken
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
T.a.v. mevrouw A.J. Timmer, voorzitter
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Plaats en datum Utrecht, 5 mei 2009
Ons kenmerk Br-secr.180N

Onderwerp: Wetsvoorstel ‘Voorrang voor duurzaam’

Wijziging van de Gaswet en Elektriciteitswet tot versterking van de werking van de gasmarkt, verbetering van de voorzieningszekerheid en houdende regels met betrekking tot de voorrang voor duurzame elektriciteit, alsmede enkele andere wijzigingen van deze wetten.

Geachte Commissie, geachte Voorzitter,

Hierbij brengt de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) haar opmerkingen naar aanleiding van het bovengenoemd wetsvoorstel (tot wijziging van de Elektriciteitswet) ‘Voorrang voor duurzaam’ graag onder uw aandacht.

Investeren in uitbreiding netten
De regeling aanmerkelijke investering (artikel 41b tweede lid) komt te vervallen.
Daarvoor in de plaats komen de bepalingen in artikelen 20d, 20e en 20f.

Op grond van het nieuwe artikel 20d worden de kosten voor uitbreidingen van de netten waarvoor op grond van de Wet ruimtelijke ordening een inpassingsplan is vastgesteld ofeen projectbesluit is genomen, verrekend in de transporttarieven.

Op grond van het nieuwe artikel 20e kunnen de kosten voor uitbreidingen van de netten waarvoor geen inpassingsplan of projectbesluit van toepassing is, uitsluitend verrekend worden in de transporttarieven, indien de NMa respectievelijk de Minister deze investering noodzakelijk acht.

Deze wijzigingen betekenen dat investeringen in hoogspanningsnetten altijd verrekend worden in de transporttarieven, maar investeringen in middenspanningsnetten niet.
Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld investeringen in (hoogspannings)netten ten behoeve van de aansluiting van nieuwe kolencentrales en het transport van de aldus opgewekte energie van Noord-Nederland of de Maasvlakte naar afnemers in Nederland en Duitsland wél worden gedekt uit de transporttarieven. Investeringen in middenspannings- of regionale hoogspanningsnetten ten behoeve van de aansluiting van decentrale productie-installaties, waaronder windparken en WKK-installaties, worden echter niet per definitie gedekt uit de transporttarieven.

Het risico bestaat dat investeringen in lagere netten ten behoeve van de aansluiting van duurzaam productievermogen worden belemmerd door het in artikel 20e en artikel 20d gemaakte onderscheid. Deze extra drempel past niet bij de verplichting op grond van Europese Richtlijn 2001/77/EG productie-installaties, die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen bij voorrang aan te sluiten op het net.
Deze extra drempel voor de implementatie van ‘voorrang voor duurzaam’ acht NWEA ongewenst.
Het zou frustrerend zijn wanneer een proefproces nodig zou zijn om de voorrang voor duurzaam bij de toegang tot het net af te dwingen.

NWEA dringt er bij u op aan dat de Minister bij de behandeling van dit wetsvoorstel aanuw Kamer toezegt dat zij in de Beleidsregel zoals bedoeld in artikel 20f in ieder geval vastlegt dat investeringen in de netten ten behoeve van de aansluiting van duurzaam productievermogen en ten behoeve van het transport van de hiermee opgewekte elektriciteit te allen tijde worden geacht noodzakelijk te zijn.
In dat geval zijn op grond van artikel 20e en artikel 20d de doelmatige kosten te verrekenen in de transporttarieven.

Voldoende capaciteit om te voorzien in de behoefte
Artikel 21 onderdeel c is niet gewijzigd. Op grond van dit onderdeel moet de netbeheerder aannemelijk maken dat hij over voldoende capaciteit beschikt om te voorzien in de totale behoefte aan transport van elektriciteit.
De ervaring heeft geleerd dat deze bepaling in de praktijk niet werkt. Congestie is volgens de gezamenlijke netbeheerders ontstaan omdat zij ‘onverwacht’ zijn geconfronteerd met veel aanvragen voor aansluiting en transport ten behoeve van productie-installaties.

NWEA pleit er voor dat de netbeheerder aannemelijk maakt dat hij over voldoende capaciteit beschikt om te voorzien in de totale behoefte aan transport van elektriciteit door zijn plan te onderbouwen met verwijzingen naar structuur- en bestemmingsplannen en naar gevoerd overleg met representatieve organisaties.

Concreet betekent dit een toevoeging aan of nadere invulling van artikel 21 onderdeel c.

Voorrang voor duurzaam?
Het wetsvoorstel voegt een nieuw artikel 24a toe. In dit artikel lijkt de voorrang voor duurzaam geregeld te zijn. Dit is echter schijn. Voorrang voor duurzaam moet uitgewerkt worden in de AMvB, die wordt bedoeld in het vijfde lid van artikel 24a. In deze AMvB moeten in ieder geval regels worden gesteld over de mate van voorrang van verschillende soorten productie-installaties. Hierbij moet rekening worden gehouden met de mate waarin de productie-installatie gebruik maakt van hernieuwbare bronnen.

Hiermee is echter op geen enkele wijze in de wet in formele zin vastgelegd/gewaarborgd dat (in congestiegebieden) bij het transport van elektriciteit voorrang voor duurzaam geldt.

In artikel 23 is vastgelegd dat eenieder die daarom verzoekt recht heeft op een aansluiting. In artikel 24 is vastgelegd dat eenieder die daarom verzoekt recht heeft op transport van elektrische energie via het net van de netbeheerder. In beide artikelen wordt gesteld dat de netbeheerder zich hierbij onthoudt van discriminatie.
Voorrang voor duurzaam bij aansluiting en transport is hier dus niet geregeld.

Pas wanneer sprake is van congestie én een systeem van congestiemanagement wordt toegepast én in dit systeem van congestiemanagement voorrang voor duurzaam op juiste wijze is uitgewerkt, is op grond van artikel 24a vijfde lid mogelijk sprake van voorrang voor duurzaam.

NWEA betreurt deze getrapte en complexe uitwerking van een relatief eenvoudig principe, dat overigens rechtstreeks voortvloeit uit de Europese Richtlijn (Richtlijn 2001/77/EG van 27 september 2001 betreffende de bevordering van opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen op de interne markt).

Deze getrapte en complexe uitwerking betekent overigens ook dat slechts uitvoeringkan worden gegeven aan voorrang voor duurzaam indien een werkbaar systeem van congestiemanagement is ingevoerd. Gelet op de huidige discussie en de vele onduidelijkheden rond congestiemanagement, betekent dat waarschijnlijk dat voorrangvoor duurzaam op basis van artikel 24a, vijfde lid, nog geruime tijd een dode letter zal zijn.

Indien uw Kamer er niettemin voor kiest voorrang voor duurzaam nader uit te (laten) werken in een AMvB, is het gewenst dat bij deze AMvB de voorhangprocedure wordt gevolgd. Dit is te meer van belang nu in deze AMvB nadere regels worden gesteld over de afweging of de gevolgen van het toepassen van congestiemanagement door de netbeheerder proportioneel en redelijk zijn (artikel 24a, vijfde lid onderdeel c).
Hierdoor wordt het principe van voorrang voor duurzaam verder uitgehold.

Op grond van het voorgestelde onderdeel l (artikel 31, eerste lid) past de netbeheerder congestiemanagement non-discriminatoir toe. Niet duidelijk is hoe dit zich verhoudt tothet principe van voorrang voor duurzaam.

Ook de relatie tussen de binnenkort in te voeren Ministeriële Regeling ‘Betere benutting transportcapaciteit’ en de AMvB bedoeld in artikel 24a, vijfde lid, is niet duidelijk.

Stroom etikettering (artikel 95k)
De regels met betrekking tot etikettering van elektriciteit worden verder aangescherpt en uitgebreid. NWEA juicht dit toe, omdat hiermee voor de (particuliere en zakelijke) consument nog inzichtelijker en duidelijker wordt wat de herkomst is van de door deze consument gebruikte elektriciteit en wat de mix is van door zijn leverancier geleverde elektriciteit.
Dit bevordert de keuzemogelijkheid voor (particuliere én zakelijke) consumenten.

Wij zijn graag bereid ons standpunt nader mondeling toe te lichten.

Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA

J. Warners, voorzitter