NWEA-voorstel voor een verbeterde MEP-regeling

Begin januari 2007 publiceerde NWEA een voorstel voor een verbeterde MEP-regeling voor windenergie op land en op zee. Op verzoek van NWEA hebben KEMA en Ecofys de budgettaire effecten van het voorstel doorgerekend, gebruik makend van dezelfde scenario's en modellen als waarmee zij rekenen bij het bepalen van de hoogte van de MEP.

Wind op land zou volgens de doorrekening vanaf 2014 zonder subsidie kunnen, wind op zee vanaf 2021. De Vermeden Maatschappelijke Kosten zouden aan windenergie worden toegekend.

De aanbiedingsbrief aan de minister van Economische Zaken, waarin ook de verschillen met de bestaande MEP zijn aangegeven, het rapport van KEMA/Ecofys en een uitleg van het begrip Vermeden Maatschappelijke Kosten zijn hieronder te vinden.


Minister van Economische zaken
Mevrouw M.J.A. Van der Hoeven
Postbus 20101
2500 EC DEN HAAG


Plaats en datum Utrecht, 7 maart 2007
Ons kenmerk Br-secr.89N

Betreft:
NWEA voorstel voor een verbeterde MEP regeling

Excellentie, geachte mevrouw Van der Hoeven,

ECN/KEMA hebben op uw verzoek recent een Conceptadvies onrendabele topberekeningen gepubliceerd (ECN-E--06-025). ECN/KEMA benadrukken dat het hierbij gaat om een conceptadvies, omdat nog geen consultatie met de marktpartijen heeft plaatsgevonden om de uitgangspunten en resultaten te verifiëren.

NWEA heeft begin januari jl. een voorstel voor een Verbeterde MEP regeling voor windenergie (op land en op zee) gepubliceerd. Bijgaand treft u dit voorstel aan.
Uitgangspunten van dit voorstel zijn dat de overheidsbijdrage beheersbaar is en afneemt bij stijgende energieprijzen.
NWEA heeft KEMA en Ecofys gevraagd de budgettaire consequenties van haar voorstel door te rekenen gebruikmakend van dezelfde rekenmodellen en scenario’s voor de ontwikkeling van de energieprijzen als die welke door ECN/KEMA gebruikt zijn voor het opstellen van het conceptadvies. Dit NWEA rapport is eveneens bijgevoegd.
NWEA is daarbij uitgegaan van input parameters voor het OT-model, zoals NWEA die heeft vastgesteld op basis van een brede marktconsultatie, waaronder de leden van NWEA.
Budgettaire consequenties NWEA voorstel

NWEA heeft een realistische doelstelling van 4.000 MW op land en 4.000 MW op zee in 2020 als uitgangspunt genomen. Vanaf 2014 is voor nieuwe projecten wind op land geen subsidie meer nodig is en voor wind op zee geldt dit vanaf 2021. Anders gezegd: Vanaf
2014 is wind op land en vanaf 2021 wind op zee concurrerend met conventioneel (maar milieubelastend) opgewekte elektriciteit.

Voor wind op land is maximaal Euro 57 miljoen per jaar nodig. Voor wind op zee is een jaarlijks budget nodig dat groeit tot maximaal Euro 200 miljoen per jaar in 2020.

Belangrijke verbetering ten opzichte van de bestaande regeling is, dat in het NWEA voorstel de MEP vergoeding tussentijds verlaagd kan worden, wanneer de energieprijzen stijgen.

Inputparameters OT-model voor beide studies
De inputparameters, die ECN/KEMA gebruikt voor haar conceptadvies, en de parameters, die in de NWEA studie zijn gebruikt, komen grotendeels overeen. Op de volgende punten constateren wij verschillen:
- Als gevolg van een tijdelijk overspannen markt en hoge prijzen voor grondstoffen (als gevolg de vraag vanuit China en India) zijn de investeringskostende laatste jaren gestegen in plaats van gedaald. Onze verwachting is dat dit prijsopdrijvend effect binnen enkele jaren zal zijn verdwenen. Alle windturbine fabrikanten breiden momenteel hun productiefaciliteiten sterk uit. Voor 2008 gaan ECN/KEMA uit van een niveau van € 1.200 per kW (op land), terwijl NWEA uitgaat van € 1.270/kW. Voor wind op zee hanteert NWEA de bovengrens van de door ECN/KEMA aangegeven bandbreedte.
- De door NWEA gehanteerde operationele kosten zijn vanaf het 6de exploitatiejaar hoger dan door ECN/KEMA is verondersteld. Verzekeraars eisen dat de hoofdcomponenten elke vijf jaar worden gecontroleerd en zo nodig gereviseerd om onvoorziene schades en stilstand te voorkomen.
- De kosten voor PV-management en onbalans zijn in de praktijk hoger dan door ECN/KEMA is ingeschat. ECN/KEMA gaan uit van een daling van 0,6 ct/kWh in 2006 naar 0,4 ct/kWh in 2008. De praktijk toont echter het tegenovergestelde aan: Er is geen enkele trader, die voor minder dan 1,2 ct/kWh het PV‑management en de onbalans risico’s over wil nemen.

De combinatie van bovengenoemde factoren leidt tot een verschil in uitkomsten tussen beide studies van circa 0,8 ct/kWh.

Verbeterde MEP-systematiek sluit aan bij Europese regelgeving

De verbeterde MEP regeling is een aangepast feed-in systeem. Deze systematiek voor overheidssteun sluit nauw aan bij de regelingen in de ons omringende landen en is ook volgens de EU een zeer kosteneffectief systeem. Door de door NWEA voorgestelde aanpassing van de bestaande MEP regeling wordt de opgebouwde ervaring benut en worden aanloopproblemen met een nieuw systeem vermeden.
ECN/KEMA gaan uit van continuering van de bestaande MEP systematiek. De tussentijdse verlaging van de MEP vergoeding bij stijgende energieprijzen, zonder risico voor de overheid in geval van dalende energieprijzen, betekent een sterke verbetering van de MEP regeling.

Wij zijn gaarne bereid ons voorstel en bijgaand rapport nader toe te lichten.
Wij dringen er bij u op snel te komen met een stimuleringsregeling voor duurzame energie, omdat de ontwikkeling van projecten op dit moment stagneert. Wij zouden graag zien dat ons voorstel voor een robuuste, op termijn houdbare en op belangrijke punten verbeterde MEP regeling door u wordt overgenomen, inclusief de resultaten van door ons in het najaar van 2006 uitgevoerde marktconsultatie.


Met vriendelijke groet,
Nederlandse WindEnergie Associatie NWEA


Joop Lasseur, voorzitter