Brief aan Tweede Kamer: Prinsjesdag en SDE

In een brief aan Tweede Kamerleden heeft NWEA kort voor Prinsjesdag gewezen op een aantal ontwikkelingen die voor windenergie van belang zijn. Natuurlijk de rijksbegroting zelf, maar met name ook de nieuwe SDE (opvolger van de MEP).

NWEA bepleit onder meer dat de SDE ook werkelijk begin 2008 in werking treedt en dringt aan op consistentie en waarborgen voor de langere termijn. Offshore windenergie verdient volgens NWEA een impuls; NWEA verzoekt de kamerleden daar werk van te maken.

Aan de leden van de Tweede Kamer

Plaats en datum
Utrecht, 17 september 2007
Ons kenmerk
Br-secr. 111N

Onderwerp: Windenergie

Geachte leden van de Tweede Kamer,

Morgen, Prinsjesdag, presenteert het kabinet de begroting. Dan zal bekend worden hoeveel middelen het kabinet wil vrijmaken om duurzame energie te stimuleren.
Eerder dit jaar kondigde de minister van Vrom aan dat ze een verdubbeling van de productiecapaciteit van windenergie op land wenst tijdens deze regeerperiode. Dat gebeurde op het moment dat gevierd werd dat er voor 1500 MW aan opgesteld vermogen op land staat – een prestatie die drie jaar eerder werd bereikt dan verwacht. Bewonderenswaardig ambitieus, maar de begrotingsvoorstellen op Prinsjesdag zullen moeten uitwijzen of deze ambitie ook gepaard gaat met slagkracht. Met het oog hierop wil NWEA, de Nederlandse WindEnergie Associatie, de volgende punten onder uw aandacht brengen.

De nieuwe MEP: SDE

Halverwege vorig jaar brak de subsidieregeling voor duurzame energie, de MEP, ineens af. Sinds begin dit jaar wordt door EZ gewerkt aan een opvolger: de SDE (Stimuleringsregeling Duurzame Elektriciteit). Deze zal op z’n vroegst begin volgend jaar van kracht worden. Dan zijn er inmiddels ruim achttien maanden verstreken waarin, zeker voor windenergie, een groot aantal projecten moest worden afgeblazen of in de ijskast gezet.
De nieuwe SDE wordt een AMvB. Deze is kort voor het zomerreces door het kabinet vastgesteld en ligt nu ter beoordeling bij de Raad van State en in Brussel. NWEA heeft in de voorfase richting EZ gereageerd op de tekst van de AMvB. Ten behoeve van de behandeling door de Tweede Kamer willen wij graag de volgende punten onder uw aandacht brengen:

- Tempo. Wil het beleidsuitgangspunt van verdubbeling van windenergie waar gemaakt worden, dan zal de SDE zo spoedig mogelijk in werking moeten treden. De financiering van een windturbine is pas rond als de SDE vergoeding bekend is. Begin 2008 is feitelijk al te laat om de gewenste verdubbeling waar te maken; gaat de SDE nog later in, dan dreigt vertraging van projecten tot na de kabinetsperiode.
Wij verzoeken u met kracht te bepleiten dat de SDE uiterlijk begin 2008 van start gaat!
- Consistentie. In onze reactie richting EZ is aangegeven dat de markt vanwege de lange-termijn investeringen het meest gediend is met een consistent overheidsbeleid. De AMvB geeft weliswaar een raamwerk, maar veel wordt uitgewerkt in Ministeriële Regelingen. Regelingen die vrij gemakkelijk aan te passen zijn. Gezien het verleden (zoals het abrupt stopzetten van de MEP) vraagt de sector zich af of daarmee de consistentie wel gewaarborgd is.
Wij verzoeken u aan te dringen op consistentie en waarborgen voor de langere termijn.
- Budget. Onhelder is nog hoeveel subsidie voor Duurzame Energie beschikbaar komt. In het regeerakkoord is sprake van ongeveer € 50 miljoen per jaar. Tijdens de Europese Winddag (15 juni jl.) werd door de meest betrokken ministers al aangegeven dat het bedrag hoger zal uitvallen. Wij hebben al eerder aangegeven dat het budget dat in het regeerakkoord voor alle vormen van duurzame energie tezamen wordt genoemd, alleen al voor windenergie onvoldoende is, zeker ook omdat ook offshore windenergie o.i. een impuls moet krijgen.
Wij verzoeken u bij de behandeling van de begroting aan te dringen op voldoende middelen voor duurzame energie.
- VMK. Noch in de tekst van de AMvB, noch in de Ministeriële Regelingen lijkt het principe van de Vermeden Maatschappelijke Kosten (VMK) tot zijn recht te komen. Kosten die níet in een energieprijs terug te vinden zijn, maar waar de maatschappij als geheel wel voor moet betalen. Zoals milieu- en gezondheidseffecten door de uitstoot van CO2 of fijn stof. Voor wind zijn die maatschappelijke kosten te verwaarlozen, voor gas en zeker voor kolen kan het flink oplopen. Wil er een level playing field ontstaan waarop windenergie eerlijk kan concurreren met gas en kolen, dan moeten deze kosten transparant, zichtbaar en toerekenbaar gemaakt worden. Echter, de SDE nu alsnog aanpassen voor VMK betekent vermoedelijk vertraging; wij pleiten er daarom voor dat e.e.a. op termijn alsnog wordt ingebouwd.
Wij verzoeken u te bepleiten dat het mechanisme van Vermeden Maatschappelijke Kosten in een later stadium alsnog in de SDE-regeling wordt opgenomen.

NWEA constateert naar tevredenheid dat de nieuwe SDE een koppeling legt tussen de werkelijke elektriciteitsprijs en de hoogte van de bijdrage. Dit uitgangspunt vormde ook al de basis voor de visie van NWEA (*1).
NWEA is geen voorstander van een verplichtingenstelsel. Niet alleen zal een volledige verandering van systeem tot onzekerheid en vertraging leiden. Uit internationale vergelijking blijkt bovendien dat windenergie in landen met een feed-in systeem een grotere impuls kreeg dan in landen met een verplichtingenstelsel. Verschillende landen met zo’n stelsel zijn er ook al van afgestapt. NWEA ziet liever dat voortgebouwd wordt op opgedane ervaring met feed-in systemen.

Windenergie op land: nu doorpakken

Buiten een consistente en snelle SDE, is het onder meer ook noodzakelijk dat eerder aangewezen locaties ook werkelijk beschikbaar zijn. Lastig genoeg, want menig project vertraagt of sneuvelt vanwege lokale problemen. NWEA hoopt dat het nieuwe bestuurlijke beraad dat voor eind van dit jaar is aangekondigd dit beeld kan doorbreken. Windenergie levert immers een belangrijke bijdrage aan het klimaatbeleid van de overheid. Wind kent geen CO2-uitstoot.

De gevolgen van de planning van nieuwe kolencentrales in de Eemshaven, bevreemden NWEA dan ook in hoge mate. Daardoor is de ruimte op het hoogspanningsnet in Noordoost Nederland (het gebied boven Zwolle) vergeven en worden duurzame energie-projecten ‘in de wacht gezet’. Schone energie moet wachten vanwege centrales die de hoeveelheid CO2 in de lucht vergroten. Terwijl Europese regelgeving de lidstaten allang toestaat voorrang te verlenen aan duurzame energie. Een kabinet dat ambitie toont zal een dergelijke regel ook in Nederland moeten toepassen.
Wij verzoeken u te bepleiten dat het uitgangspunt dat duurzame energie altijd voorrang heeft ook daadwerkelijk wordt overgenomen.

Het Ministerie van Vrom werkt op dit moment aan een Nationale Aanpak Windenergie (Landelijke Uitwerking Windenergie) om te bewerkstelligen dat de verdubbeling planologisch ook bewaarheid wordt. Buiten Vrom zijn onder meer Economische Zaken, Financiën, Defensie, LNV, de provincies en gemeenten van groot belang in dat proces. Voortvarendheid bij het opstellen van deze nationale aanpak is van groot belang, anders dreigt een stand still. In december zal het kabinet knopen moeten kunnen doorhakken.
Wij verzoeken u de vinger aan de pols te houden om er voor te zorgen dat het proces met grote voortvarendheid wordt opgepakt.

Offshore verdient een impuls

Nederland en Europa streven naar minstens 20 procent duurzame energie in 2020. Van de elektriciteitsproductie zou dan een derde uit hernieuwbare bronnen moeten komen. In 2050 zou in elk geval de elektriciteit voor 100 procent duurzaam moeten zijn. Wind kan minstens voor de helft daarvan zorgen.
Om dat te bereiken is het van groot belang dat windenergie op zee, offshore wind, de komende jaren een sterke impuls krijgt. Voor de korte termijn lijkt het kabinet zich met name te richten op winenergie op land omdat daar een snelle slag te maken valt. Tegelijkertijd moeten de omstandigheden geschapen worden, waaronder grootschalige toepassing van offshore windenergie kan plaatsvinden. Inmiddels wordt kennis opgedaan met twee windparken op zee. Een doorgaande leercurve is voor de sector van groot belang, het zou tragisch zijn als nu opgedane kennis weer vervliegt. NWEA bepleit dat de regering er enerzijds voor zorg draagt dat de komende jaren nog een aantal nieuwe offshore-projecten opgepakt kunnen worden en dat er anderzijds de komende maanden plannen komen voor de ontwikkeling van offshore windenergie, die veel verder kijken dan deze regeerperiode.
Wij verzoeken u het belang van offshore windenergie voor zowel de korte als lange termijn te bepleiten.

Windenergie: krachtige sector

Windenergie is de schoonste energie die er is. Geen kolen, gas of olie nodig en dus geen uitstoot van het klimaatgas CO2 of andere voor de gezondheid schadelijke stoffen als fijnstof of stikstof. Geen transport van grote hoeveelheden brandstof per vrachtwagen of schip. En bovendien: het vermindert onze afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers van fossiele brandstoffen en van onvoorspelbare ontwikkelingen op de wereldmarkt – het waait bij ons zelf genoeg. Op land, maar zeker ook op zee.
De Nederlandse windenergie-sector is een krachtige en actieve sector. Volgens cijfers van SenterNovem (*2) werd in 2006 voor een recordbedrag geïnvesteerd in windenergie: bijna € 800 miljoen, meer dan tweemaal zoveel als in 2005 (€ 312 miljoen). Windenergie staat daarmee volgens SenterNovem onbetwist op nummer 1 van alle investeringen in duurzame energie in ons land.

Samenvattend:

Wij verzoeken u
met kracht te bepleiten dat de SDE uiterlijk begin 2008 van start gaat.
aan te dringen op consistentie en waarborgen voor de langere termijn.
aan te dringen op voldoende middelen voor duurzame energie.
te bepleiten dat het mechanisme van Vermeden Maatschappelijke Kosten in een later stadium alsnog in de SDE-regeling wordt opgenomen.
te bepleiten dat het uitgangspunt dat duurzame energie altijd voorrang heeft ook daadwerkelijk wordt overgenomen.
er voor te zorgen dat de Nationale Aanpak Windenergie voor een verdubbeling van windenergie met grote voortvarendheid wordt opgepakt.
het belang van offshore windenergie voor zowel de korte als lange termijn te bepleiten.

Natuurlijk willen wij graag met u in gesprek gaan over windenergie!

Met vriendelijke groet,

Joop Lasseur, voorzitter
Ton Hirdes, directeur

*1 KEMA/Ecofys: NWEA strategie stimulering windenergie – basisgegevens voor 2007-2020, Arnhem 16 februari 2007
*2 Jaarverslag van de Energie-Investeringsaftrek (EIA) dat SenterNovem 9 augustus jl. heeft aangeboden aan minister Van der Hoeven van Economische Zaken.