Persbericht: Overheid aan zet om verdubbeling waar te maken

zo, 10/08/2008 - 11:29

Tweederde projecten bij ongewijzigd beleid in gevaar

Onderzoek in opdracht van de ministeries van EZ, VROM en LNV toont aan dat bijna tweederde van de lopende windenergie-projecten bij ongewijzigd beleid mogelijk de eindstreep niet of fors vertraagd haalt. Voornaamste oorzaken: gemeenteraden die tegenstemmen, wethouders en ambtenaren die zich er niet voor hard willen maken en een aantal concrete knelpunten, zoals radar en geluidswetgeving. NWEA constateert dat het onderzoek aantoont dat aanpassing van het beleid en vergroten van het draagvlak voor windenergie noodzakelijk zijn. De overheid is aan zet.

De ministeries lieten het onderzoek juist uitvoeren om na te gaan of een verdubbeling van het windenergie-vermogen op land op basis van bestaand beleid in vier jaar haalbaar is. Het kabinet streeft naar deze verdubbeling om de doelstelling voor meer schone, duurzame energie waar te maken. Nu 'staat' er voor 2000 megawatt aan opgesteld vermogen. In 2012 zou er 4000 megawatt moeten staan of vergund zijn, genoeg voor de elektriciteit van bijna 4 miljoen huishoudens. Er zijn op dit moment ruim 220 lopende projecten voor windturbines op land. Samen zouden deze goed kunnen zijn voor meer dan 4300 MW extra..
 
De onderzoekers constateren op basis van gesprekken met vooral gemeenten, provincies en ontwikkelaars dat bijna tweederde van de lopende projecten bij ongewijzigd beleid mogelijk de eindstreep niet haalt of fors vertraagd. Voornaamste oorzaken zijn de gemeenteraden, wethouders en ambtenaren die projecten om uiteenlopende reden wegstemmen of vertragen.
 
NWEA onderschrijft de constatering van de onderzoekers dat veel projecten in moeilijkheden komen of vertraagd raken doordat het draagvlak lokaal ontbreekt. Bijvoorbeeld doordat gemeenteraden, wethouders en ambtenaren vrezen voor (politieke) problemen omdat zij tegenstand ervaren of verwachten in de gemeente, landelijke regelgeving belemmerend werkt, men het landelijke beleid als niet eenduidig ervaart of omdat er onvoldoende kennis of ervaring aanwezig is en het dus veel tijd kost.
 
NWEA constateert op basis van het rapport dat de vraag of aanscherping van het beleid noodzakelijk is met 'ja' beantwoord moet worden.
 
Dit betekent dat de rijksoverheid aan zet is om te zorgen voor heldere regelgeving, het vergroten van het lokale draagvlak en het oplossen van een aantal concrete belemmeringen.
Daarmee zal de 4000 megawatt in 2012 haalbaar zijn.
 
Volgens NWEA dienen zeker ook een aantal concrete knelpunten opgepakt te worden die eerder vanuit de sector zijn aangedragen, zoals de belemmeringen vanwege defensie- en civiele radar en de onduidelijkheid rond geluids- en natuurwetregels. Ook het feit dat de stimuleringsregeling niet geschikt is voor de gebieden waar het minder vaak of minder hard waait (de 'windarme' gebieden) speelt een rol.
 
Volgens de onderzoekers vormen deze knelpunten, afgezien van radar, veelal geen echte belemmering. NWEA constateert echter dat onduidelijkheid in het beleid en mogelijke belemmeringen eraan bijdragen dat op lokaal niveau wethouders en gemeenteraden gaan twijfelen, waardoor projecten in de vertraging raken of zelfs worden afgewezen.
 
NWEA bepleit onder meer:
-Helderheid over het rijksbeleid en een eenduidige uitstraling richting provincies en gemeenten.
-Vergroten van de kennis over windenergie bij gemeenten en het grote publiek.
-Ondersteuning van gemeenten door provincies bij het opstellen van windenergiebeleid en bestemmingsplannen (voor gemeenten is een windturbineproject veelal een eenmalige zaak die dus relatief veel tijd kost; provincies hebben met meer projecten van doen).
-Voorrang voor duurzame energie bij de toegang tot het elektriciteitsnet, zoals ook door Europa voorgesteld.
-Soepeler omgaan met de vrijwaringszones rond defensieradar, of het zoeken van maatoplossingen zoals steunradar.
-Helderheid over de regelgeving rond geluid en versneld overgaan op de nieuwe Europese norm L-den.
-De stimuleringsregeling voor duurzame energie ook geschikt maken voor de regio's waar het minder of minder hard waait (de 'windarme' gebieden).
-Geen nieuwe beperkende regels voor het plaatsen van windturbines op en bij waterstaatswerken, zoals dijken. Onderzoeken tonen aan dat windturbines geen belemmering voor dijken vormen.
-Actualisering van het Handboek risicozonering; er wordt nu gerekend met verouderde gegevens van oudere modellen windturbines. Dit speelt vooral op industrieterreinen, waar inpassing van windturbines juist gewenst is.
 
Overigens zal volgens de onderzoekers een deel van de projecten die 'afvallen' wel degelijk verwezenlijkt worden, maar pas ná 2012 waarvoor de doelstelling geldt. Het beeld is dus minder zwart-wit dan in veel media-uitingen de afgelopen dagen werd overgenomen. Het nog niet openbare rapport gaat alleen om wind op land, niet om windparken op zee.


Nagekomen informatie:
In september 2008 is het rapport 'Projectenboek windenergie' via de website van VROM openbaar gemaakt. Het rapport is hier te vinden op de websie van NWEA. 

 

BijlageGrootte
Persbericht Rapport haalbaarheid projecten windenergie aug08.pdf47.03 KB