Zoekgebied offshore wind: eigen variant NWEA

vr, 13/11/2009 - 17:27

Voldoende ruimte voor windturbines in het zoekgebied Hollandse Kust, terwijl de huidige verleende vergunningen voor offshore windparken er niet door belemmerd worden. Met een eigen variant levert NWEA een bijdrage aan het zoeken naar ruimte voor windenergie op de Noordzee. Maatwerkoplossingen kunnen er zelfs voor zorgen dat deze 'variant 5' nog meer plek voor turbines oplevert.

Voor de groei naar 6.000 MW op de Noordzee zijn door de overheid de zoekgebieden Hollandse Kust en het gebied ten noorden van de Wadden aangewezen. In het zoekgebied Hollandse Kust zou ruimte gevonden moeten worden voor 3 GW windenergie (3.000 MW opgesteld vermogen). Rijkswaterstaat heeft daartoe een aantal varianten uitgewerkt en die op kaart gezet. NWEA heeft daar 'variant 5' aan toegevoegd.

Voor de huidige vergunningaanvragen voor windparken op zee gaat Rijkswaterstaat uit van turbinevrije zones rondom platforms voor olie en gas. Dat heeft vooral te maken met de bereikbaarheid van die platforms per helicopter. In een zone van 1 nautische mijl rondom onbemande platforms zouden geen windturbines mogen staan, bij bemande platforms bedraagt die afstand zelf 5 nautische mijl. NWEA is het niet eens met die beperkingen, maar heeft ze wel als uitgangspunt genomen bij het berekenen van de mogelijke ruimte voor windparken op zee om op die manier een variant te kunnen leveren die vergelijkbaar is met de varianten die al eerder door Rijkswaterstaat zelf zijn opgesteld.

Uit de kaarten blijkt dat - ook als de beperkingen worden gehanteerd - er in de NWEA-variant voldoende ruimte is voor windenergie in de zoekgebieden voor de Hollandse Kust, namelijk ruimte voor minstens 3.150 MW (788 km2). Dit zijn de gele gebieden op de bijgevoegde kaart. In deze variant kunnen bovendien meer turbines in relatief  'goedkope' gebieden gebouwd worden dan in de andere varianten. Daarnaast zijn er nog gebieden (geel-rood) waar waarschijnlijk ook windturbines mogelijk zijn, maar dan op basis van maatwerkafspraken tussen exploitanten van de olie- en gasinstallaties en de bouwers van de windturbineparken. Daarmee biedt de NWEA-variant meer ruimte dan andere varianten.

NWEA vindt bovendien dat op de huidige claims over bereikbaarheid van olie- en gasinstallaties veel af te dingen valt. Maar het is aan de overheid om te bepalen welke inperking van bereikbaarheid van mijnbouwinstallaties acceptabel is en welke niet. In een aantal gevallen zou er bijvoorbeeld ook voor gekozen kunnen worden de platforms niet meer per helicopter te te bereiken, maar bijvoorbeeld door middel van 'heave-compensated offshore access systems' op schepen. De turbinevrije zone rondom platforms kan dan fors kleiner worden - en dat betekent meer ruimte voor windenergie op goede locaties op de Noordzee. Een ander punt is dat een aantal platforms over enige tijd uit gebruik zal raken, bijvoorbeeld omdat de olie- of gasvelden leeg zijn. Ook dat betekent minder ruimtebeperking voor windenergie.

Variant 5 is opgesteld door de werkgroep ruimte van de NWEA-commissie Offshore. NWEA verwacht dat 'variant 5' een volwaardige plaats krijgt in de verdere besluitvorming rond het Nationaal Waterplan. Dit temeer omdat het de enige variant is die niet conflicteert met de huidige ronde van vergunningverlening voor windparken (Ronde 2). Daarmee is het dus de beste garantie op versneld bereiken van de doelstellingen voor duurzame energie.

De kaart waarop 'variant 5' is uitgetekend en de begeleidende brief met uitleg aan Rijkswaterstaat, zijn hieronder als pdf op te vragen.
 

BijlageGrootte
Br-secr. 206N variant 5.pdf45.46 KB
Zoekgebied Hollandse Kust variant 5, NWEA.pdf569.1 KB