Zienswijze kolencentrale Sloehaven-Vlissingen

do, 11/02/2010 - 00:00

In het Milieu Effect Rapport voor de kolencentrale Sloehaven-Vlissingen, zullen ook de milieueffecten voor onderhoud, ontmanteling en verwijdering beschreven moeten worden. Die eis geldt namelijk ook voor andere elektriciteitsproductie-eenheden, zoals windparken. Dat schrijft NWEA in een zienswijze op de Startnotitie C.Gen elektriciteitscentrale Sloehaven-Vlissingen.

De reactie van NWEA is vooral ingediend om ervoor te zorgen dat aan het opstellen van het MER dezelfde eisen worden gesteld die gelden voor andere elektriciteitsproductie-eenheden, zoals windparken. Om die reden diende NWEA eerder ook al een vergelijkbare zienswijze in voor de startnotitie van een mogelijk nieuwe kerncentrale bij Borssle.

NWEA vindt onder meer dat in het MER voor de kolencentrale ook de gevolgen voor het elektriciteitsnet beschreven worden, net als het effect dat een kolencentrale van 800 tot 900 MW heeft op het streven van de Rijksoverheid naar een duurzame elektriciteitsvoorziening. Onder meer wind en zon hebben in die ontwikkeling een duidelijke plaats toebedeeld gekregen. Deze 'niet-regelbare'  energiebronnen kunnen het beste aangevuld worden met goed regelbare productie-eenheden. Zeer beperkt regelbare basislast-eenheden, zoals de voorgenomen kolencentrale, zouden weleens een belemmering kunnen vormen in de transitie naar een volledig duurzame elektriciteitsvoorziening. Vandaar dat NWEA vindt dat de effecten in het MER beschreven moeten worden.

De zienswijze is hieronder te vinden en kan als pdf worden opgevraagd.


 
Inspraakpunt C.GEN Elektriciteitscentrale
Sloehaven-Vlissingen
Bureau Energieprojecten
Postbus 93144
2509 AC Den Haag
 
  
Plaats en datum Utrecht, 10 februari 2010 
Ons kenmerk Br-secr.218N     
 
Onderwerp: Zienswijze Startnotitie m.e.r. C.GEN elektriciteitscentrale Sloehaven-Vlissingen
 
Geachte heer, mevrouw,
 
Hierbij maken wij graag gebruik van de mogelijkheid onze zienswijze naar aanleiding van de publicatie in de Staatscourant nr. 578 van 14 januari 2010 van de Startnotitie m.e.r. C.GEN elektriciteitscentrale Sloehaven-Vlissingen aan u kenbaar te maken.
 
CO2-afvang
Volgens de startnotitie (pagina 10, par. 2.2) is het ontwerp van de centrale gericht op een zeer lage uitstoot van fossiel CO2 dankzij CO2-afvang. Maar uit het vervolg van de startnotitie (pagina 19, 2e alinea) blijkt dat de afscheiding van CO2 wel in het ontwerp wordt voorzien, maar dat nog niet duidelijk is of de CO2 wordt afgevangen en zo dit het geval is, op welke wijze de afgevangen CO2 verwerkt en opgeslagen wordt.
Mogelijke procedés worden in het MER beschreven. De startnotitie beschrijft globaal een aantal mogelijke procedés voor de verwerking, afvoer en opslag van de CO2. Of de CO2 wordt verwerkt en wordt afgevoerd en opgeslagen is echter nog niet bekend. Zo stelt de startnotitie dat op termijn pijplijninfrastructuur beschikbaar komt, waarmee de CO2 kan worden afgevoerd, meest waarschijnlijk naar lege aardgasvelden voor de Nederlandse kust. Voor de beoordeling van de milieueffecten van deze kolengestookte centrale is het van groot belang of de schadelijke stoffen, die vrijkomen worden afgevangen en zo dit het geval is op welke wijze deze stoffen worden verwerkt of langjarig worden opgeslagen en wat de milieueffecten hiervan zijn.
 
Beschrijf in het MER de milieueffecten van de centrale zonder CO2-afvang en de milieu-effecten van de hele keten in geval van afvang, verwerking en langjarige opslag van CO2.
 
Waterstof-/syngaslevering en warmte-/stoomlevering
In de startnotitie worden de mogelijkheden genoemd van de levering van waterstofgas of syngas aan nabijgelegen industrieën en de levering van processtoom of -warmte aan nabijgelegen bedrijven. Deze combinaties zijn energetisch interessant en kunnen het energetisch, milieutechnisch en economisch rendement van deze elektriciteitscentrale positief beïnvloeden. Uit de startnotitie blijkt echter dat deze mogelijkheden wel onderzocht zullen worden, maar dat nog geenszins duidelijk is of, en zo ja, in welke mate hiervan gebruik gemaakt zal gaan worden.
 
Beschrijf in de basisvariant van het MER de situatie waarbij (vrijwel) geen sprake is van levering van waterstofgas of syngas en/of warmte of stoom aan nabijgelegen bedrijven.
De kans is namelijk reëel dat in de praktijk de levering van deze gassen en/of warmte kleiner zal zijn dan in de energetisch meest optimale variant.
 
Beschrijf de milieueffecten van alle fasen
Bij de vergunning voor elektriciteitscentrales, die gebruik maken van andere energiebronnen, te weten windparken, dienen in het MER ook de milieueffecten als gevolg van onderhoud en ontmanteling en verwijdering te worden beschreven. Uit de startnotitie blijkt niet dat de milieueffecten van deze fasen in dit MER ook beschreven zullen worden.
 
Beschrijf in het MER, net als in MER-en voor andere elektriciteitsproductie-eenheden het geval is, ook de milieueffecten van het onderhoud en de ontmanteling en verwijdering van de C.GEN elektriciteitscentrale.
 
Energiebalans van de elektriciteitscentrale (Life Cycle Analysis)
Voor de bouw, de exploitatie, het onderhoud en aan het eind van de levensduur de ontmanteling en de verwijdering of recycling van de restmaterialen is energie nodig. Ook voor de winning van de brandstof, het transport naar de centrale en de afvoer en (langjarige) opslag van het restafval (waaronder eventueel CO2) is energie nodig. Daar tegenover staat dat de C.GEN elektriciteitscentrale gedurende de levensduur elektrische energie produceert.
De hoeveelheid (primaire) energie, die nodig is om de elektriciteitscentrale te bouwen, exploiteren, onderhouden, ontmantelen en verwijderen en om de brandstof te winnen aan te voeren en het restafval (waaronder eventueel CO2) af te voeren en op te slaan, wordt vergeleken met de hoeveelheid energie, die gedurende de levensduur met de centrale wordt geproduceerd. Een dergelijke analyse wordt een energiebalans over de levenscyclus of een Life Cycle Analysis (LCA) genoemd.
Met behulp van de LCA kan bepaald worden na hoeveel tijd (maanden of jaren) de centrale net zoveel elektriciteit (eveneens uitgedrukt in primaire energie) geproduceerd heeft, als nodig was voor de bouw, exploitatie, onderhoud en ontmanteling en voor de winning en aanvoer van de brandstof en de afvoer en opslag van het restafval. 
 
Bereken in het MER de Life Cycle Analysis uitgaande van de hoeveelheid primaire energie, die nodig is voor de bouw, exploitatie, onderhoud, ontmanteling en verwijdering (of recycling) van de centrale inclusief dezelfde analyse voor de winning en het transport van de brandstof en de afvoer en opslag van het restafval.
 
Aanpassing capaciteit elektriciteitsnet
Een elektriciteitscentrale is afhankelijk van het hoogspanningsnet voor de afvoer van de geproduceerde elektriciteit. Zonder netaansluiting en voldoende transportcapaciteit is de bouw en bedrijfsvoering van een elektriciteitscentrale zinloos.
Een centrale met een vermogen van 800 – 900 MW betekent een aanzienlijke vergroting van het huidige elektriciteitsproductievermogen nabij Borssele en in Zeeland. Een centrale met een vermogen van deze omvang bedient een groter gebied dan haar omgeving (Vlissingen, Walcheren of Zeeland).
Teneinde de gevolgen voor het milieu als gevolg van de bouw en bedrijfsvoering van de centrale te kunnen beoordelen, dienen ook de gevolgen van de noodzakelijk verzwaringen van het 380 kV elektriciteitsnet in de beoordeling te worden betrokken. Daarbij dient rekening te worden gehouden met cumulatie met andere plannen voor elektriciteitscentrales in deze regio, die eveneens niet gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en/of hoogrenderende WKK (in verband met ‘voorrang voor duurzaam’). 
Ook TenneT dringt erop aan dat bij de aanvraag van en besluitvorming over vergunningen voor elektriciteitscentrales de netaansluiting en de noodzakelijke netverzwaring hierbij worden betrokken teneinde te voorkomen dat centrales worden gebouwd op plaatsen waar de netaansluiting en het transport van de geproduceerde elektriciteit (c.q. de noodzakelijke netverzwaring) uit milieuoverwegingen niet aanvaardbaar zijn.
 
Beschrijf in het MER de milieueffecten van de netaansluiting en de eventuele noodzakelijke netverzwaring. Zonder netaansluiting en netverzwaring is een vergunning voor deze centrale immers zinloos.
 
Relatie met (ontwerp) Nationaal Waterplan en SEV-III
In het Nationaal Waterplan is voor de kust van Walcheren het windenergie wingebied Borssele aangewezen. Dit gebied is bestemd voor de realisatie van 1.000 MW productievermogen door middel van offshore windenergie.
Zoals in het Nationaal Waterplan en in PKB deel 3a (kabinetstandpunt) van het
SEV-III is aangegeven, moet dit offshore windenergie productievermogen bij Borssele worden aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet.
 
Beschrijf in het MER wat het Nationaal Waterplan en het kabinetsstandpunt met betrekking tot het SEV-III betekenen voor de realisatie van de C.GEN elektriciteitscentrale.
 
Invloed op de transitie naar een volledig duurzame elektriciteitsvoorziening
Een kolengestookte elektriciteitscentrale met een vermogen van 800 – 900 MW en een bedrijfstijd van 8000 uur heeft gevolgen voor de balanshandhaving in het Nederlands hoogspanningsnet. Een kolengestookte centrale is slechts beperkt regelbaar. Het is de bedoeling van de exploitant deze centrale als basislast eenheid in te zetten en zoveel mogelijk in vollast te bedrijven.
Elektriciteitsproductie-eenheden, die gebruik maken van niet regelbare hernieuwbare energiebronnen, zoals zon, wind en water, zijn in het algemeen goed voorspelbaar, maar minder goed tot slecht regelbaar. Bij deze vorm van elektriciteitsproductie is de productie namelijk afhankelijk van de zoninstraling, het windaanbod en het aanbod van water. De energiebron is weliswaar gratis, maar het aanbod fluctueert.
In principe wordt ernaar gestreefd dat vraag en aanbod van elektriciteit op elk moment in evenwicht zijn. Dit systeem wordt balanshandhaving genoemd en wordt verzorgd door de TSO (in Nederland door TenneT).
De Rijksoverheid wil op langere termijn een duurzame elektriciteitsvoorziening. In de transitie naar een duurzame elektriciteitsvoorziening is naast een toenemend aandeel van productie‑eenheden, die gebruik maken van niet regelbare duurzame energiebronnen (zon, wind en water), juist behoefte aan goed regelbare productie‑eenheden, die gebruik maken van biomassa of van aardgas. Beperkt regelbare basislast eenheden, zoals de voorgenomen elektriciteitscentrale, kunnen een belemmering vormen in de transitie naar een volledig duurzame elektriciteitsvoorziening.
 
Beschrijf in het MER de gevolgen van de voorgenomen kolengestookte centrale op onder meer de balanshandhaving tijdens de transitie naar een volledig duurzame elektriciteitsvoorziening.  
 
Wij zijn desgewenst graag bereid onze zienswijze nader mondeling toe te lichten.
 
Met vriendelijke groet,
Nederlandse Wind Energie Associatie NWEA
 
Jaap Warners, voorzitter

 

BijlageGrootte
Zienswijze Startnotitie CGEN elektriciteitscentrale Sloehaven-Vlissingen - 10febr2010.pdf58.47 KB