Windenergie was in 2009 voor het tweede jaar op rij de grootste groeier in capaciteit voor de productie van elektriciteit binnen Europa, gevolgd door gas en zon-PV. Kolen en kernenergie deden een stapje terug. Dat blijkt uit cijfers van de European Wind Energy Association (EWEA).
EWEA maakt jaarlijks de balans op van het aandeel dat windenergie heeft in de totale opgestelde capaciteit en de productie van elektriciteit binnen Europa. Het aandeel windenergie groeit al een aantal jaren. Van 2,2 procent van de totale capaciteit in 2000, naar ruim 9 procent vorig jaar.
.jpg)
Windenergie was vorig jaar met 10.163 MW voor het tweede jaar op rij de grootste groeier in capaciteit van alle vormen van elektriciteitsopwekking binnen de Europese Unie. Geen enkele andere energiebron groeide zo hard. In totaal stond eind 2009 bijna 75 GW (74.767 MW) aan windturbines opgesteld. In groei komen gasgestookte centrales op de tweede plaats, gevolgd door zon-PV.
De capaciteit van kolen en kernenergie nam af: in 2009 werd Europabreed meer capaciteit van kolen- en kernenergiecentrales buiten werking gesteld, dan er bij kwam. Dat sluit aan bij een trend die al langer gaande is.
Windturbines droegen in 2009 voor 4,8 procent bij aan de elektriciteitsvraag in de landen van de Europese Unie. In 2008 was dat nog 4,2 procent. Alle Europese windturbines zijn samen goed voor 163 TWh duurzame elektrciteit (163.000.000.000 kWh) in een normaal windjaar. Daarmee wordt in totaal de uitstoot van minstens 116 miljoen ton CO2 bespaard. Dat is te vergelijken met 57 miljoen auto's minder op de weg.