NWEA ondersteunt het beleid van Zuid-Holland ten aanzien van windenergie, waaronder de doelstelling voor 1000 MW in 2020; wel maakt NWEA een aantal kanttekeningen bij de ruimtelijke invulling van dit beleid, schrijft NWEA in een zienswijze naar aanleiding van de Ontwerp Nota Wervelender.
Die kanttekeningen betreffen met name de keuzes rond Natura 2000-gebieden en Nationale Landschappen.
Provincie Zuid-Holland
Afdeling Milieu
T.a.v. mevrouw C. Smith
Postbus 90602
2509 LP Den Haag
Plaats en datum Utrecht, 12 juli 2010
Ons kenmerk Br.-secr. 242N
Onderwerp: Ontwerp Nota Wervelender
Plaatsingsvisie, waarin opgenomen de uitgangspunten en de criteria voor plaatsingsgebieden en uitsluitingsgebieden.
Geachte mevrouw Smith,
Hierbij maakt NWEA haar zienswijze op de Ontwerp Nota Wervelender kenbaar. NWEA ondersteunt het beleid van de Provincie Zuid Holland ten aanzien van windenergie, waaronder de doelstelling van de Provincie voor 1000 MW windenergie in 2020. NWEA wil bij de ruimtelijke invulling van dit beleid echter een aantal kanttekeningen plaatsen.
Natura 2000-gebieden en Nationale en Provinciale landschappen
In de Ontwerp Nota (p. 6) wordt verwezen naar het rijksbeleid voor windenergie: het Ruimtelijk Perspectief. Vanuit NWEA is het Ruimtelijk Perspectief met het Ministerie van VROM inhoudelijk besproken. In de Ontwerp Nota wordt verwezen naar de indeling in concentratie-, combinatie- en vrijwaringsgebieden, zoals die in een van de concepten is gehanteerd. De discussie in deze, ook met de Provincies, is evenwel nog niet afgerond. Het Ministerie van VROM neemt voor de vrijwaringsgebieden als standpunt in dat geen nieuw beleid geldt en dus het ‘Nee, tenzij’-regime blijft gelden (zoals o.a. vastgesteld door het Ministerie van LNV). Dit geldt voor zowel Natura 2000-gebieden als voor Nationale en Provinciale landschappen. Dit betekent dat windturbines niet op voorhand volledig worden uitgesloten in Natura 2000-gebieden.
Door windturbines uit te sluiten in Natura 2000-gebieden en Nationale en Provinciale landschappen, wordt realisatie van windenergie onnodig belemmerd. Het gaat er immers om of windturbines de instandhoudingsdoelstellingen (in geval van Natura 2000) of de intrinsieke waarden (in geval van Nationale en Provinciale landschappen) van het gebied aantasten. Indien uit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is, kan windenergie in deze gebieden worden gerealiseerd.
NWEA benadrukt dat windenergie nu nergens vanwege wet- en regelgeving is uitgesloten in Nationale landschappen en Provinciale landschappen en Natura 2000-gebieden. LNV heeft eerder expliciet aangegeven dat er wel degelijk mogelijkheden zijn met windenergie in vele Natura 2000-gebieden, mits aangetoond kan worden dat de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet essentieel worden aangetast. Ook voor de Nationale en Provinciale landschappen dient per project te worden bepaald of de intrinsieke waarden van de gebieden worden aangetast. Daarnaast zijn nog effectbeperkende maatregelen denkbaar.
Het op voorhand uitsluiten van windenergie in Natura 2000-gebieden, Nationale en Provinciale landschappen in uw nota achten wij te kort-door-de-bocht en sluit niet aan bij het vigerende overheidsbeleid. Andere economische activiteiten worden ook niet op voorhand volledig uitgesloten in deze gebieden.
Uitsluiting brengt onvermijdelijk ook discussies op gang over het gebied rondom deze gebieden. Dit blijkt al uit het feit dat in de Ontwerp Nota (p. 14 e.v.) wordt gesteld dat in de Nota Wervel vastgestelde locaties die aan de randen van Nationale en Provinciale landschappen liggen, omgevormd worden tot studielocaties.
NWEA bepleit dringend dat bij alle passages waar het om Natura 2000-gebieden, Nationale en Provinciale landschappen gaat, expliciet wordt aangegeven, dat initiatieven in deze gebieden doorgang kunnen vinden indien op basis van nader onderzoek naar de daadwerkelijk effecten op de beschermde natuurwaarden of intrinsieke waarden kan worden aangetoond dat deze niet significant zijn (dat kan in de praktijk per gebied, per initiatief of als een vervolgonderzoek).
Geschrapte locaties ten opzichte van de Nota Wervel
In § 3.4 ‘Consequenties van de nieuwe plaatsingsvisie op locaties uit nota Wervel’ (p.13 van de Ontwerp Nota) worden locaties geschrapt die zich bevinden in of aan de rand van een Nationaal of Provinciaal landschap. Nadrukkelijk pleit NWEA voor behoud van deze locaties om hierboven genoemde redenen én vanwege een stabiel overheidsbeleid. Initiatieven die op basis van tot heden bestaand beleid zijn gestart, moeten kunnen vertrouwen op dat beleid. Bovendien zijn deze locaties hard nodig om de doelstelling van 1000 MW in 2020 te realiseren. De locaties die zich in een Natura 2000-gebied of Nationaal of Provinciaal landschap bevinden, dienen onderzocht te worden op significante effecten op de beschermde waarden van het betreffende Natura 2000-gebied of Nationaal of Provinciaal landschap.
In § 6.2 worden de gewenste locaties aangegeven. Het totaal ‘gewenste locaties’ (p. 23) bedraagt volgens de tabel 431 MW. Herberekening van de afzonderlijke MW’en per locatie levert echter een totaal van 346 MW op. Een verschil van - 85 MW.
De studielocaties zijn volgens de tabel op p. 24-25 goed voor totaal 231 MW. Wij vragen ons af hoe de Provincie tot dit getal is gekomen: herberekening van de afzonderlijke locaties levert een totaal van 271-301 MW (hierin zijn de locaties nr. 50 en nr. 84 zelfs niet meegenomen vanwege het in de tabel ontbreken van het aantal MW voor deze locaties). Een verschil van 40 tot 70 MW.
Het totaal van gewenste locaties en studielocaties komt, uitgaande van de door ons berekende getallen, op 617-647 MW. Dit betekent dat nog voor minimaal 353 MW aan windenergie een locatie gezocht dient te worden om de doelstelling van 1000 MW in 2020 te kunnen halen. In de praktijk zal een deel van de studielocaties geen doorgang kunnen vinden, waardoor nieuwe locaties gezocht moeten worden om deze MW’en alsnog te kunnen plaatsen. In de Ontwerp Nota Wervelender (p. 8) wordt ook verwezen naar de studie van Bosch & Van Rijn uit 2008 waaruit blijkt dat veel locaties kunnen afvallen.
Near shore windenergie
In de doelstelling voor 1000 MW in 2020 is realisatie van near shore windenergie meegenomen. Arcadis heeft een studie uitgevoerd naar de haalbaarheid van near shore windenergie voor de kust van Zuid-Holland. Uit deze studie blijkt echter dat ‘deze locatie zeer moeilijk is vanwege ecologische aspecten (Natura 2000-gebieden) en de scheepvaartroutes’ (p. 29 van de Ontwerp Nota).
NWEA vraagt zich af in hoeverre de doelstelling van 1000 MW in 2020 haalbaar is. Wij zijn van mening dat dit alleen kan indien Natura 2000-gebieden en Nationale en Provinciale landschappen niet op voorhand worden uitgesloten van windturbines.
Wij verzoeken u nadrukkelijk deze zienswijze te betrekken bij de vaststelling van uw plaatsingsbeleid voor windenergie en daarmee de definitieve Nota Wervelender op bovenstaande punten aan te passen.
NWEA is desgewenst graag bereid deze zienswijze nader mondeling toe te lichten.
Met vriendelijke groet,
Jaap Warners,
voorzitter Nederlandse Wind Energie Associatie