Windenergie in de verkiezingsprogramma's

vr, 04/06/2010 - 13:32

Hoe kijken de verschillende politieke partijen aan tegen windenergie en duurzame energie? In een beknopte analyse zijn de verschillende standpunten in de verkiezingsprogramma’s weergegeven.

Het gaat om de standpunten in de verkiezingsprogramma’s van CDA, PvdA, SP, VVD, PVV, GroenLinks, ChristenUnie, D66, Partij voor de Dieren, SGP en TON over energie en duurzaamheid. Ook standpunten op andere onderwerpen die invloed hebben op de kansen van duurzame energie in Nederland zijn veelal meegenomen, zoals klimaat en natuur. Tevens is kort aangegeven hoe de partij de afgelopen jaren met windenergie is omgegaan.
Werkgroepen van zeven politieke partijen onderschreven eerder de oproep Nederland krijgt nieuwe energie. Dat zijn CDA, PvdA, VVD, GroenLinks, ChristenUnie, D66 en SGP. NWEA heeft deze oproep eerder ondersteund. In deze oproep staat een pleidooi voor een Deltawet duurzame energie en voor 100% duurzame energie in 2050.
 
Daarnaast kan als pdf een artikel uit WindNieuws van juni 2010 worden opgevraagd, waarin de visies van de partijen op een andere wijze zijn weergegeven.
 
 
Het CDA benoemt geen concrete punten in het verkiezingsprogramma. Het uitgangspunt is dat de energiesector de komende jaren rust nodig heeft.
 
De lijn van transitie is besparing, duurzame energie, kernenergie en fossiele energie met CCS. Hierbij is het principe de vervuiler betaald het uitgangspunt en zal bij stimulering duurzaamheid in de hele keten leidend zijn. Ook zal de overheid zich aan toezeggingen moeten houden, mag kernenergie niet in de plaats van duurzame energie komen en moet er meer ruimte komen voor creatievere organisatievormen zoals PPS, coöperaties en concessiemodaliteiten.
 
Het CDA is een van de zeven partijen waarvan de milieuwerkgroep heeft meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie. De partij was de afgelopen jaren in de Tweede Kamer bij debatten over windenergie duidelijk aanwezig, niet altijd in positieve bewoordingen.
 
 
De PvdA is duidelijk voorstander van duurzame energie al noemt ze nauwelijks concrete punten. Er wordt ingezet op het in hoog tempo verduurzamen van de energievoorziening en het aanpassen van het consumptiepatroon. Het doel is om in 2020 in Nederland de duurzaamste energievoorziening van Europa te hebben. Overigens niet perse met subsidies.
 
Denkrichtingen zijn het vergroenen van het belastingstelsel, subsidies voor duurzaamheid en grote investeringen in duurzame energie.
 
Het enige concrete punt is een verplicht aandeel duurzame energie van 35% in 2020 in plaats van de subsidies. Het is onduidelijk of deze verplichting geldt voor producenten of leveranciers en of het gradueel ingevoerd wordt of niet.
 
Vanuit de PvdA zijn de afgelopen jaren regelmatig Kamervragen gesteld over windenergie; de partij was op het onderwerp zeer prominent aanwezig in de Tweede Kamer – meestal in positieve bewoordingen, met name ook ten aanzien van offshore wind. De PvdA is een van de zeven partijen waarvan de milieuwerkgroep heeft meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie.
 
 
De SP heeft een bondig verkiezingsprogramma. De belangrijkste punten zijn een zo sterk mogelijke vergroening van het belastingstelsel. Verder wil de SP een verplicht aandeel duurzame energie voor leveranciers, waarbij subsidie alleen nog maar bestemd is voor technieken die nog volop in ontwikkeling zijn (windenergie valt hier voor de SP niet onder). Wat betreft natuur pleit de SP voor instelling van beschermde gebieden op zee.
 
In de Tweede Kamer was de SP de afgelopen jaren duidelijk aanwezig in discussies over windenergie. Daarbij was de toonzetting ten aanzien van wind op land sterk kritisch. De milieugroep van de SP heeft niet meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie.
 
 
De VVD heeft in het algemeen een vrij helder programma, dat echter niet veel ambitie en maatregelen bevat ter stimulering van duurzame energie. Wel wil de VVD toe naar schone en hernieuwbare vormen van energie. Hierbij wordt er 450 miljoen geïnvesteerd in innovatie in schone en hernieuwbare energie. De VVD wil niet dat de overheid gaat voorschrijven hoe de doelstellingen bereikt moeten worden. Kernenergie is nodig vanuit het oogpunt van zelfvoorzienendheid en klimaatdoelstellingen, maar moet in de plaats komen van kolencentrales.
 
Concreet wil de VVD geen exploitatiesubsidies meer, maar moet innovatie gestimuleerd worden. Verder stelt de VVD een garantieregeling in voor (startende) duurzame ondernemers en een lagere belasting voor greentech. Ook pleit de VVD voor minder Nature2000-gebieden en minder belemmerende milieuregels.
 
In de Tweede Kamer hebben VVD-kamerleden de afgelopen jaren veelal als standpunt ingenomen dat zij geen verdere groei van windenergie nastreven. Een werkgroep van de VVD maakte deel uit van de zeven partijen die hebben meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie. Bij de deelname van de VVD daaraan worden binnen de partij echter ook vraagtekens geplaatst.
 
 
De milieuparagraaf van de PVV gaat vooral in op de zogenaamde hype van klimaatverandering. De hoofdboodschap is dat het prima gaat met het milieu en verbetering met name zit in de aanpak van zwerfvuil, illegale lozingen en de plasticsoep op zee.
 
Concreet kiest de PVV bij het energievraagstuk eenduidig voor kernenergie. Hierbij kan gerekend worden op financiële steun. Windenergie ontvangt geen ondersteuning meer. De PVV wil een schoner model kolencentrales.
 
In de Tweede Kamer was de inbreng van de PVV meestal zeer negatief ten aanzien van windenergie. De partij heeft niet meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie.
 
 
GroenLinks is van mening dat vergroening van onze energie- en belastingpolitiek hernieuwbare energie rendabel maakt en dat een Europees netwerk van efficiënte hoogspanningskabels onze energievoorziening robuust maakt. Daarnaast geeft de partij vooral een opsomming van maatregelen.
 
Concreet wil GroenLinks een heffing voor kolencentrales zolang emissierechten te goedkoop zijn. De oprichting van een Groene Investeringsbank maakt het mogelijk om subsidies te vervangen door garanties en kredieten. Dit wordt gecombineerd met een jaarlijks toenemende verplichting voor duurzame energie voor energiebedrijven. GroenLinks zet in op 10.000 MW wind op zee in 2020 en wil in Europa wedijveren voor een onderzees net. De ministeries VROM, LNV en EZ worden samengevoegd tot een ministerie van Duurzaamheid en Ruimte. Dit voert vervolgens een Deltawet Nieuwe Energie in met de bestuurskracht om de Nederlandse doelen te halen.
 
GroenLinks is een van de zeven partijen waarvan de milieuwerkgroep heeft meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie. In de Tweede Kamer was de partij de afgelopen jaren positief over windenergie en bracht het onderwerp geregeld onder de aandacht, onder meer via Kamervragen.
 
 
De CU zet stevig en vastberaden in op een duurzame economie met oog voor de handelsbalans. Hierbij stelt de CU dat de huidige energieprijs de kosten van mogelijke toekomstige effecten afwentelt op de toekomst. Voor de CU is de aanname dat de aantrekkelijkheid van duurzame investeringen verhoogd wordt door zekerheid in teruglever-vergoedingen.
 
Concreet pleit de CU voor een oplopende inputheffing bij energiecentrales in combinatie met een dalend vastrecht. Als subsidie ziet de CU een systeem vergelijkbaar met feed-in met gemaximeerde productiekosten per productiesoort. Onmatige winst moet afgeroomd worden. Een vast en verplicht aandeel duurzame energie moet ingevoerd worden zodra duurzame energie concurrerend is met niet-duurzame energie. Dit wordt gedaan door schaarste te creëren van emissierechten en een verhoging van de energiebelasting. De CU wil een regenererend investeringsfonds voor duurzame energie. De CU pleit voor een net op zee wat deels betaald wordt door producenten. In 2020 zet de CU in op 6.000 MW wind op zee. Bij de Natura2000 gebieden wordt wat betreft de CU rekening gehouden met de belangen van de visserij.
 
De ChristenUnie is een van de zeven politieke partijen waarvan de milieuwerkgroep heeft meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie. In de Tweede Kamer was de partij de afgelopen jaren positief over windenergie, maar veelal volgend in de debatten.
 
 
D66 heeft een behoorlijk concreet programma over de hele linie. Duurzaamheid zit door het hele programma heen verweven. Als uitgangspunt neemt D66 een samenleving die in 2050 geheel zonder fossiele brandstoffen kan. D66 kiest voor een radicale omslag voor overgang naar een duurzame energiehuishouding. De overheid moet zich in de regel bescheiden opstellen, maar regie op dit punt is noodzakelijk door het stellen van scherpe eisen en strenge normen. Energie moet schoon, betrouwbaar, betaalbaar en toegankelijk zijn. Het principe de vervuiler betaald is op alle niveaus noodzakelijk: individu, bedrijven en overheden. Vergroening van het belastingstelsel komt in vele elementen van het programma terug.
 
Concreet is D66 voor een heffing op grijze stroom voor non-ETS sectoren. Ook pleit de partij voor een prijsvloer voor de emissierechten in combinatie met een CO2-belasting. D66 wil een feed-in tarief met open einde, betaald via een opslag op de elektriciteitsrekening. Bij de energiebelasting moeten de tarieven genivelleerd worden en gedifferentieerd op basis van CO2-uitstoot. Een supergrid moet in Europees verband aangelegd worden. In Nederland moet energie en klimaatbeleid bij één ministerie komen. Toezicht op de energiemarkt moet niet langer nationaal, maar regionaal (Noord-West Europees) en op termijn Europees. Voor vergunningen moet er één loket komen waarbij als er na drie maanden geen beslissing is de vergunning automatisch verleend wordt. Voor wind op zee wil D66 uitgifte van een geïntegreerde vergunning van locatie, vergunning en subsidie. Als laatste is D66 van mening dat de veiligheids- en milieuregels aan herijking toe zijn.
 
D66 behoort tot de initiatiefnemers van de oproep Nederland krijgt nieuwe energie van milieuwerkgroepen van zeven politieke partijen. In de Tweede Kamer was de partij de afgelopen jaren positief over windenergie, maar was veelal geen trekker in de discussie.
 
 
De PvdD zet in op een Nederlandse energievoorziening die per 2050 klimaatneutraal is. Hierbij moet de route hiernaartoe niet elke paar jaar ter discussie staan. Het principe de vervuiler betaald moet leidend zijn. Dit moet leiden tot het vervangen van fossiele brandstoffen door zon, wind en water. Voor windenergie zijn er kansen die nog onbenut blijven vanwege hoge ontwikkelingskosten en concurrentie met goedkopere vormen. Ook wordt opgemerkt dat op zee het leven opbloeit rond windmolenparken omdat er niet gevist mag worden. Wel mogen van de PvdD dieren geen hinder ondervinden van deze nieuwe technieken.
 
Concreet pleit de PvdD voor een jaarlijks oplopende verplichting voor de opwekking van duurzame energie voor leveranciers. Een feed-in tarief wordt ingevoerd naar Duits model om decentrale opwekking van energie te stimuleren. Binnen Nederland wil de PvdD een klimaatwet waarin bindende jaarlijkse reductiedoelen voor de industrie staan. De differentiatie in de energiebelasting wordt afgeschaft. Het ministerie van LNV wordt afgeschaft. Energie verhuist van Economische Zaken naar VROM die vervolgens gaat over duurzame ontwikkeling, ruimte, energie en dierenwelzijn, en beleid van andere ministeries mag toetsen op duurzaamheid. Duurzame energie moet voorrang op het net krijgen. De PvdD wil ook herinvoering van de vergunningplicht voor (economische) activiteiten in de buurt van beschermde gebieden. De PvdD wil snel zeereservaten instellen.
 
In de Tweede Kamer was de Partij voor de Dieren veelal bij discussies rond (wind)energie afwezig. De partij heeft niet meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie.
 
 
De verantwoordelijkheid, ook op milieu- en natuurgebied, begint volgens de SGP bij burgers en berdijfsleven, níet bij de overheid. Bij verduurzaming is sturing overigens toch mogelijk.
 
Concreet wil de SGP een effectiever CO2-emissiehandelssysteem en verplichting voor energieleveranciers om een oplopend percentage duurzame energie te leveren om op die manier de marktprijs te doen stijgen. Financiering van alles wat met energie te maken heeft geschiedt uit een Nationaal Energiefonds.
 
De SGP is een van de zeven politieke partijen waarvan de milieuwerkgroep heeft meegewerkt aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie.
 
 
TON heeft op het gebied van energie en milieu een korte paragraaf van één zin: Trots op Nederland is voorstander van de bouw van een kerncentrale. Het programma gaat met name uit van een kleinere overheid die zich zo min mogelijk bemoeit met waar anderen goed in zijn. Verduurzaming en klimaatverandering, maar bijvoorbeeld ook de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de energievoorziening komen niet aan bod.
 
In de Tweede Kamer was (wind)energie de afgelopen jaren voor TON geen onderwerp om veel aandacht aan te besteden. De partij heeft niet meegedaan aan de oproep Nederland krijgt nieuwe energie.


Opvragen artikel WindNieuws

BijlageGrootte
Windnieuws - vergelijking verkiezingsprogramma's juli 2010), spread.pdf923.16 KB
Windnieuws - vergelijking verkiezingsprogramma's juli 2010), onder elkaar.pdf911.2 KB