Structuurvisie Zuid-Holland

ma, 18/01/2010 - 00:00

De Provincie Zuid-Holland spreekt zich in de nieuwe ontwerp-structuurvisie uit voor een duurzame energievoorziening in 2040 en merkt windenergie aan als zijnde van 'groot openbaar belang'. In een zienswijze op het ontwerp spreekt NWEA tevredenheid uit over die punten. De ambitie van de provincie mag echter wel hoger, vindt NWEA. Met de eerdere, in een convenant vastgelegde, afspraken voor het havengebied, is de korte termijn-doelstelling voor 2020 al bijna bereikt, zonder de realisatie van andere locaties.

De NWEA-zienswijze staat hieronder opgenomen en kan als pdf worden opgevraagd.

De 'Haven-convenant' is medio 2009 door NWEA medeondertekend. Kijk hier voor het bericht daarover.


Provincie Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
t.a.v. projectteam Structuurvisie, kamer A 071
Postbus 90602
2509 LP Den Haag                                                         
 
Plaats en datum Utrecht, 16 januari 2010               
Ons kenmerk Br-secr. 217N            
 
Onderwerp: Zienswijze Ontwerp structuurvisie, Visie op Zuid-Holland,
en de Ontwerp Verordening Ruimte en het PlanMER
 
 
Geacht College,
 
Met belangstelling heeft NWEA kennis genomen van de Ontwerp structuurvisie Zuid-Holland. De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) wil met dit schrijven haar zienswijze met betrekking tot het windenergiebeleid geven.
 
NWEA behartigt de belangen van windenergie. In NWEA werken de organisaties en bedrijven, die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie, samen.
 
NWEA onderschrijft uw streven naar een duurzame energievoorziening in 2040. Echter, ten aanzien van uw inzet van een opgesteld vermogen van 1.000 MW te behalen in 2040, pleit NWEA voor een hoger ambitieniveau. Immers met de huidige stand der techniek kan, om de doelstelling te halen, in de resterende 30 jaar worden volstaan met het plaatsen van slechts 4-5 windturbines per jaar (5-6,5 MW per windturbine). Daarbij kan worden opgemerkt dat de Maasvlakte en het Havengebied zeer goede kansen bieden voor zeer grote windmolens om zo een belangrijke bijdrage te leveren aan de doelstelling.
 
De Rijksoverheid streeft naar een opgesteld vermogen van minimaal 6.000 MW windenergie op land in 2020. Een gelijke verdeling over alle provincies zou een vermogen van 500 MW per provincie betekenen. Echter,  aangezien de Rijksoverheid windenergie voor een belangrijk deel op de meest kosteneffectieve manier zal willen realiseren, betekent dat in windrijke provincies zoals Zuid-Holland gemiddeld meer vermogen gerealiseerd zal moeten worden. Een tussendoelstelling van 350 MW in 2020 achten wij daarom voor uw provincie aan de lage kant.
 
Bovendien is onlangs voor de Maasvlakte al een convenant afgesloten voor de realisatie van tenminste 300 MW in 2020, hetgeen een verdubbeling van het bestaande vermogen van 150 MW betekent. De beoogde tussendoelstelling van 350 MW ligt, zonder de realisatie van andere locaties, zodoende al binnen handbereik. NWEA stelt voor om de doelstelling in 2020, inclusief Maasvlakte, te verdubbelen van 350 MW naar 700 MW. Binnen 5 jaar daarna zou een doelstelling van 1.000 MW haalbaar kunnen zijn.
 
Dit kan ingevuld worden door naast de Maasvlakte, maar ook het gehele havengebied rondom Rotterdam en de nieuwe aangewezen gebieden, ook de bestaande initiatieven voor een groot deel in te vullen. Ook stellen wij voor dat u het genoemde havenconvenant en de daarin opgenomen locaties overneemt in deze Structuurvisie.
 
NWEA heeft hierbij grote waardering voor het feit dat u windenergie aanmerkt als ‘groot openbaar belang’ en daarbij de mogelijkheid openhoudt om via het ‘nee, tenzij principe’ toch ontheffing voor windenergie(parken) te kunnen verlenen.
 
Het herstructureren, vernieuwen en opschalen van bestaande parken kan eveneens een belangrijke vermogensbijdrage leveren. Doel hierbij is dat bestaande locaties daar waar mogelijk geoptimaliseerd worden. In de Nota Wervel is hiervoor ook al een goede aanzet gegeven. NWEA deelt het standpunt van het College (PlanMER) dan ook niet dat het beleid voor windenergie en tegen verrommeling op gespannen voet met elkaar staan. Integendeel, het biedt juist kansen om eventuele verrommeling tegen te gaan. Deze aanpak sluit bovendien aan bij de landelijke trend van opschaling van bestaande windturbines waarbij vermogen en energieproductie sterk toenemen bij een gelijkblijvend aantal windturbines. In meerdere provincies wordt hier inmiddels uitvoering aan gegeven.
 
Wij vertrouwen erop dat u voldoende aanleiding ziet deze zienswijze te verwerken in de definitieve Structuurvisie.
 
Met vriendelijke groet,
Nederlandse Wind Energie Associatie
 
Jaap Warners, voorzitter
 

 

BijlageGrootte
Br secr 217N Structuurvisie Zuid-Holland januari 2010.pdf46.92 KB