Offshore wind: uitgifte van concessiegebieden

do, 11/03/2010 - 12:08
Voor de groei naar 6.000 MW windenergie op de Noordzee, werkt Den Haag plannen uit hoe concessiegebieden vergeven kunnen worden aan initiatiefnemers. Deze kunnen vervolgens over een langere periode meerdere windparken bouwen binnen het concessiegebied. NWEA heeft het Ministerie van Economische Zaken een aantal randvoorwaarden en gedachtes meegegeven voor de organisatie en uitgifte van de concessiegebieden.
Zo is NWEA voorstander van een systeem dat lange termijn zekerheid biedt, onafhankelijk van het politieke krachtenveld van dat moment. Het systeem van uitgifte moet zodanig stabiel zijn, dat investeren in hardware, zoals haveninfrastructuur, installatieschepen en windturbines, ook daadwerkelijk plaats zal vinden. 
 
Op dit moment loopt een tender voor SDE voor ongeveer 950 MW offshore windenergie. Het gaat daarbij om locaties waarmee de initiatiefnemers zelf zijn gekomen. Voor de volgende ronde van uitgifte (de 'derde ronde') heeft Den Haag zoekgebieden aangewezen. Daarbinnen worden naar verwachting concessiegebieden aangewezen. De initiatiefnemer die zo'n gebied toegewezen krijgt, kan (afhankelijk van de grootte) over een langere periode meerdere windparken bouwen binnen het concessiegebied.
In de brief aan het Ministerie van Economische Zaken wijst NWEA op het voordeel voor de ontwikkeling en kostprijs van offshore windenergie dat ontstaat doordat grote concessies worden uitgegeven waarbinnen meerdere jaren achter elkaar gebouwd kan worden. Er kan zo een voordeel ontstaan bij de ontwikkeling van de 'supply chain'; ontwikkelaars kunnen meerjarig investeren en daar hun planning zo optimaal mogelijk op afstemmen.
NWEA vindt dan wel dat zoveel mogelijk zekerheid moet worden geboden met betrekking tot de vergunbaarheid van de concessie. Vermeden moet worden dat er een afbreukrisico bestaat bij elk volgend windpark dat binnen het concessiegebied gebouwd kan gaan worden. Dat kan bijvoorbeeld door duidelijke vergunningkaders (vergelijkbaar met een bestemmingsplan) vast te leggen of door uit te gaan van 'paraplu-vergunningen' voor de concessies. Zo kunnen de meeste bezwaren en beroepen vroegtijdig en voorafgaand aan de concessieverlening worden behandeld. De concessiehouder heeft vervolgens meer zekerheid dat hij door kan bouwen en kan daar zijn investeringen op afstemmen.
Offshore windenergie opereert op een internationaal speelveld. De uitgifte en het financiële stimuleringsysteem moeten dus ook kunnen concurreren met de plannen in de andere Noordwest-Europese landen. NWEA stelt ook voor de mogelijkheid te onderzoeken om Nederlandse windparken aan te sluiten op de netten van andere landen als dit leidt tot een kortere afstand tot de kust of tot een kabeltracé door minder kwetsbare gebieden.
De concessiegebieden zouden, onder meer afhankelijk van beschikbare ruimte, verschillend van grootte kunnen zijn. NWEA vindt dat de toekenning van de concessies moet geschieden op basis van heldere, objectieve en openbaar toetsbare gunningscriteria. Gelet op de jonge ontwikkelingsfase van offshore windenergie èn de lange doorlooptijd voor het ontwikkelen en realiseren van de totale invulling van de concessie, acht NWEA een tender alleen op prijs niet geschikt.
Een aantal vergunde windparken uit de huidige, 'tweede ronde' dreigen af te vallen omdat ze de tender niet hebben gewonnen. NWEA pleit ervoor dat voor deze vergunningen een goede oplossing gevonden wordt, om te zorgen dat de 'derde ronde' goed en snel uitgevoerd kan worden. Het gaat er uiteindelijk natuurlijk om dat in de uitgegeven concessiegebieden ook daadwerkelijk gebouwd wordt. NWEA pleit er voor dat concessiehouders die het laten afweten, hun rechten in het gebied kunnen verspelen, zodat anderen het stokje kunnen overnemen.
 
 
De volledige brief van NWEA kan hieronder gelezen worden of als pdf worden opgevraagd.


 
Ministerie van Economische Zaken,
t.a.v. de heer E. Buddenbaum
Postbus 20101
2500 EC Den Haag
 
 
Plaats en datum Utrecht, 19 februari  2010
Ons kenmerk  Br-secr.223N 
 
Onderwerp:  Invulling 3e ronde windenergie op zee: het Wind Concessie Systeem
 
 
Geachte heer Buddenbaum,
 
In het overleg op 8 december 2009 en op 14 januari 2010 over de invulling van de 3e ronde windenergie op zee hebben individuele leden van de NWEA Commissie Offshore op uw verzoek al hun voorlopige reacties gegeven op uw schets van een concessie systematiek voor offshore wind. Met deze brief wil NWEA het gezamenlijke standpunt van de initiatiefnemers ook schriftelijk aan u aanbieden.
NWEA ziet een aantal randvoorwaarden voor een dergelijk Wind Concessie Systeem:
1.    We zijn voorstander van een systeem dat lange termijn zekerheid biedt, onafhankelijk van het politieke krachtenveld van dat moment (robuust en simpel). Het systeem moet zodanig stabiel zijn dat investeringen in hardware (haven infrastructuur, installatieschepen, turbines, O&M concepten) binnen de gehele offshore wind waardeketen gestimuleerd worden.
2.    Offshore windenergie opereert op een internationaal speelveld. Het Wind Concessie Systeem in samenhang met het financiële stimuleringsysteem dient concurrerend te zijn binnen het Noordwest Europese speelveld.
3.    NWEA benadrukt dat het Wind Concessie Systeem ook Europees houdbaar moet zijn, i.e. passen binnen de Europese ecologische monitoringsprogramma’s en binnen de plannen voor een Europees Grid.
4.    Bij de ontwikkeling van windparken op zee moeten de ervaringen en lessen die bij de bestaande windparken op zee zijn opgedaan, zo veel als mogelijk worden benut. Waar mogelijk dienen beschikbare monitoringsresultaten te worden gedeeld.
5.    Ter uitvoering van een Wind Concessie Systeem pleit NWEA voor één loket-met-beslisbevoegdheid, in plaats van één loket dat slechts als doorgeefluik of coördinatiepunt fungeert.
6.    NWEA stelt voor de mogelijkheden te onderzoeken om windparken op het Nederlandse continentale plat aan te sluiten op de netten van andere landen wanneer dit leidt tot een kortere afstand tot de kust of een kabeltracé door minder kwetsbare gebieden.
7.    De aansluiting op het hoogspanningsnetwerk wordt ter beschikking gesteld ter plaatse van de concessie.
Behalve de generieke randvoorwaarden stelt de NWEA navolgende systeemeisen aan een Wind Concessie Systeem:
8.    Het concept van uitgifte van grote concessies is erop gericht dat voordeel ontstaat bij de ontwikkeling van de supply chain. NWEA pleit voor een systematiek waar zo groot mogelijke zekerheid wordt geboden met betrekking tot de vergunbaarheid van de concessie. Dit kan bijvoorbeeld door het vastleggen van duidelijke vergunningkaders (vergelijkbaar met een bestemmingsplan), of door het verzorgen van “paraplu-vergunningen” voor de concessies. Op deze wijze, kunnen de meeste bezwaren en beroepen vroegtijdig en voorafgaand aan concessieverlening worden meegenomen. De daarna vergunde “effect-ruimte” biedt zo meer zekerheid wanneer de initiatiefnemer de parapluvergunning vervolgens flexibel nader wil invullen of wijzigen.
9.    Binnen deze “paraplu-vergunningen” moet het voor de initiatiefnemer mogelijk zijn de verleende wind concessie op te knippen in tranches, dit om flexibiliteit in technologie en aanpak gedurende de looptijd van de wind concessie te garanderen.
10. NWEA is voorstander van uitgifte van concessies met verschillende grootte in relatie tot de beschikbare ruimte en de te behalen schaalvoordelen.
11. NWEA dringt erop aan dat de toekenning van een wind concessie geschiedt op basis van heldere, objectieve en openbaar toetsbare gunningscriteria. Gelet op de jonge ontwikkelingsfase van offshore windenergie èn de lange doorlooptijd voor het ontwikkelen en realiseren van de totale invulling van de concessie, is een tender alleen op prijs niet geschikt.
12. NWEA is voorstander van PPS-constructies (publieke private samenwerking), waarbij de mate van “committment” die gevraagd wordt van zowel de ontwikkelaar als de Overheid onderling afgestemd wordt en waarbij de verdeling van risico’s tussen ontwikkelaar en Overheid helder beschreven wordt.
13. NWEA dringt erop aan de ervaringen met de tender van de 2e ronde en de NSW tender te gebruiken bij de verdere uitwerking van het Wind Concessie Systeem. De ervaringen van het tendersysteem voor de 2e ronde zijn namelijk al bekend voordat het wetsvoorstel betreffende het Wind Concessie Systeem naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd.
14. Om het Wind Concessie Systeem optimaal en voorspoedig te kunnen uitvoeren, dient er een goede oplossing te worden gevonden voor de vergunningen van de windparken die in de 2e ronde niet gerealiseerd worden.
15. NWEA begrijpt dat de overheid een methode zoekt om zeker te stellen dat een verleende wind concessie leidt tot een daadwerkelijk gerealiseerd windpark. We pleiten ervoor hierbij niet te werken met financiële sancties maar eerder het verlies van rechten op de verleende wind concessie te hanteren als sanctie bij het niet nakomen van de plicht tot bouw. Immers, wanneer het financiële stimuleringssysteem voldoende competitief is (zie punt 2), zullen andere investeerders graag deze rechten overnemen.
16. NWEA onderschrijft uw voorstel om de MSK-toets zoveel mogelijk voor toekenning van de wind concessie uit te laten voeren.
17. NWEA onderschrijft uw voorstel voor een vooraankondiging van open te stellen concessies. Enerzijds is hierdoor consortiumvorming beter mogelijk en anderzijds wordt vroegtijdig duidelijk welke belangen eventueel bezwaar maken tegen een concessie.
Overigens is NWEA zeer verheugd over uw voorstel dat de Rijksoverheid zelf en vooraf het bodemonderzoek wil uitvoeren en meetmasten wil plaatsen.
NWEA is graag bereid haar standpunt desgewenst nader mondeling toe te lichten.
 
Met vriendelijke groet,
Nederlandse Wind Energie Associatie NWEA
 
Jaap Warners, voorzitter
 
 

 

BijlageGrootte
Br-secr 223N NWEA standpunten mbt Wind Concessie Systeem.pdf50.06 KB