NWEA pleit voor aanpassen basisbedragen 2010

di, 11/08/2009 - 13:18

In het conceptadvies basisbedragen 2010 voor wind op land wordt ten onrechte een aantal zaken niet of niet juist meegenomen, schrijft NWEA in een brief aan ECN en Kema. Zo worden de investeringskosten te laag ingeschat. NWEA herhaalt daarnaast het pleidooi voor differentiatie naar windaanbod.

ECN en Kema berekenen jaarlijks voor het Rijk de onrendabele top van de verschillende vormen met duurzame energieproductie. Zo ook voor wind op land. De instituten publiceren eerst een conceptadvies waarop gereageerd kan worden. De brief van NWEA is een reactie op dat conceptadvies. Overigens heeft NWEA al kort voor de publicatie van het conceptadvies met ECN, Kema en het Ministerie van Economische Zaken aan tafel gezeten over de berekeningswijze van de basisbedragen. De basisbedragen in het conceptadvies zijn evenwel nog berekend op basis van de oude uitgangspunten.
 
In januari 2009 is in opdracht van NWEA een onderzoek uitgevoerd door ECORYS, waaruit bleek dat de gemiddelde investeringskosten € 1.430 per kW en de gemiddelde operationele kosten € 52 per kW bedragen. ECN en Kema gaan echter van lagere bedragen uit (investeringskosten € 1.350 per kW en O&M-kosten € 50 per kW). ECORYS benutte voor het onderzoek concrete projectspecifieke gegevens, zoals contracten en aanbiedingen. NWEA vindt dat ECN en Kema de uitkomsten van ECORYS moeten overnemen. Nu wordt er bij de berekening van de basisgegevens uitgegaan van niet marktconforme gegevens en daarmee verliest het conceptadvies volgens NWEA aan realiteitswaarde.
 
NWEA herhaalt het pleidooi voor differentiatie binnen de stimuleringsregeling SDE naar windaanbod. Eerder is dat ook al met het Ministerie van Economische Zaken en ECN/Kema besproken en heeft NWEA voorstellen gedaan. Het uitgangspunt van het Ministerie van EZ is dat een windturbine minimaal 2.200 vollasturen per jaar moet kunnen halen. Om dat aantal uren te halen in gebieden waar het minder vaak of minder hard waait, moeten extra investeringen worden gedaan. Daarmee komen de investeringskosten voor windturbines op niet-kustlocaties in het algemeen boven het door ECN/Kema vastgestelde gemiddelde uit. Dit als gevolg van de extra masthoogte en een grotere rotordiameter bij gelijkblijvend nominaal vermogen.
 
De duurzaamheidsdoelstelling van de regering is dusdanig ambitieus, dat alle projectinitiatieven – ook die verder van de kust gelegen zijn - hard nodig zijn. Een project dat gebouwd wordt met een voor de niet-kustlocatie geoptimaliseerde windturbine, heeft per definitie hogere investeringskosten per megawatt. Overigens blijft ook dan windenergie de op dit moment meest voordelige vorm van duurzame elektriciteitsproductie.
 
Echter door te kiezen voor een ‘one size fits all’-benadering dreigt het gevaar dat veel potentiële locaties niet ontwikkeld worden. Met als risico dat de doelstelling niet wordt gerealiseerd. NWEA pleit dan ook nadrukkelijk voor het differentiëren van de stimuleringsregeling SDE voor wind op land. 
 
In de reactie van NWEA wordt daarnaast nog stilgestaan bij een aantal andere punten in het conceptadvies van ECN en Kema, zoals de investeringsaftrek EIA, de planontwikkelingskosten en de demontagekosten. Van de EIA wordt in het conceptadvies ten onrechte gedacht dat deze altijd volledig in het eerste jaar wordt benut. De planontwikkelingskosten worden ten onrechte niet in de berekeningen meegenomen. ECN en Kema gaan er in het conceptadvies vanuit dat deze kosten uit het rendement moeten worden terugverdiend. In dat geval, constateert NWEA, is echter het rendement waarmee gerekend wordt onvoldoende. 
 
Evenmin wordt rekening gehouden met demontage- en verwijderingskosten van de windturbines na afloop van de levensduur. De windturbines zijn gecertificeerd voor een periode van 20 jaar. Een exploitant is verplicht zijn windturbine daarna te demonteren. Ook bij de beoordeling van andere vormen van energie wordt rekening gehouden met de kosten van ontmanteling en verwijdering.
 
NWEA dringt er bij ECN en Kema op aan het conceptadvies aan te passen. Op basis van de basisbedragen zoals in het conceptadvies staan, zal de Nederlandse doelstelling voor wind op land in 2011 niet worden gehaald. In 2008 was sprake van sterke onderschrijding van het SDE-budget en ook in 2009 blijven de aanvragen vooralsnog uit. Bekend is dat er altijd lange vergunningsprocedures lopen. Maar veel kansrijke locaties worden volgens NWEA nu niet ontwikkeld door een te lage (concept)vergoeding.

De volledige reactie van NWEA op het conceptadvies basisbedragen 2010 kan hieronder als pdf worden opgevraagd. Het onderzoek van ECORYS is hier te vinden.

BijlageGrootte
Brief basisbedragen 2010 aan ECN-Kema 1 aug 2009 (brief 190N).pdf54.37 KB