Monitoring offshore: NWEA bepleit vast bedrag

wo, 03/02/2010 - 11:57

Tot 1 maart kunnen de vergunninghouders van offshore windparken hun aanvraag voor SDE-bijdrage indienen voor de lopende tender van ongeveer 950 MW offshore windenergie. Daarbij moeten ze onder andere aangeven wat volgens hen de uitvoering kost van het Monitorings- en EvaluatieProgramma offshore windparken (MEP).

Zowel NWEA als diverse initiatiefnemers afzonderlijk, hebben eerder gevraagd de kosten voor het MEP geen onderdeel te laten zijn van de huidige competitieve SDE-tender. Anders gaan alle initiatiefnemers het tótale MEP begroten, hetgeen ten koste kan gaan van het aantal aan te vragen MW. Bovendien zijn de eisen die aan het MEP gesteld worden nog niet duidelijk; dat maakt een zinvolle inschatting van de kosten moeilijk. Daarnaast heeft de overheid eerder aangegeven uiteindelijk zelf deels het MEP te willen (laten) uitvoeren.

NWEA pleit in een brief aan het ministerie van Economische Zaken ervoor dat het ministerie een voor ieder windpark gelijk vast bedrag vaststelt dat initiatiefnemers kunnen opnemen in hun berekening. Daarmee ontstaat volgens NWEA voor iedereen duidelijkheid.


 
Het ministerie van Economische Zaken
t.a.v. de heer E. Buddenbaum
Postbus 20101
2500 EC DEN HAAG
 
Plaats en datum Utrecht, 2 februari 2010
Ons kenmerk Br.secr. 214/N
 
Onderwerp:  Vast bedrag monitoring offshore windparken
 
Geachte heer Buddenbaum,                
 
Uiterlijk 1 maart van dit jaar dienen de vergunninghouders van offshore windparken hun SDE-bid in te dienen bij Agentschap NL. Een van de kostenposten bij het berekenen van de benodigde subsidie is het in de Wbr-vergunningen voorgeschreven Monitorings- en EvaluatieProgramma (MEP).
 
De overheid heeft reeds diverse malen gesteld dat zij uiteindelijk deels het MEP zelf wil (laten) uitvoeren en financieren en dat zij dit deels aan de initiatiefnemers zal overlaten. Inhoudelijk is het MEP zelf ook nog onderwerp van discussie en o.a. afhankelijk van de resultaten van de MEPs van Windpark Amalia en van het Offshore Windpark Egmond aan Zee. Er is nog veel onduidelijkheid over o.a. hoe de overheid het MEP precies wil gaan vormgeven, hoe de rolverdeling wordt tussen overheid en initiatiefnemers en wat de methodologie van de metingen dient te worden. Op dit moment is het daardoor praktisch onmogelijk een kostenraming te maken. Zowel NWEA als diverse initiatiefnemers afzonderlijk hebben reeds gevraagd de kosten voor het MEP geen onderdeel te laten zijn van de huidige competitieve SDE-tender. NWEA verzoekt u een voor ieder windpark gelijk vast bedrag vast te stellen dat initiatiefnemers kunnen opnemen in hun berekening. Dit teneinde te voorkomen dat alle initiatiefnemers het totale MEP (moeten) gaan begroten en dientengevolge rekening houden met te hoge en verschillende kosten, die tevens nog aan verandering onderhevig zullen zijn.
 
Indien de overheid nu een bedrag afgeeft dat de initiatiefnemers aan MEP-budget dienen te reserveren, kunnen zij dit bedrag in hun berekeningen meenemen. Dit voorkomt een prijsopdrijvend effect, drukt zo de kosten van wind op zee, en zorgt er uiteindelijk voor dat er meer kWh-en met SDE zijn te committeren.
 
Gegeven de deadline van 1 maart verzoeken wij u per omgaande te reageren op dit voorstel. NWEA is graag bereid haar standpunt desgewenst nader mondeling toe te lichten.
 
 Met vriendelijke groet,
Nederlandse Wind Energie Associatie NWEA
  
Jaap Warners, voorzitter
 
CC     
-Rijkswaterstaat Noordzee
-Agentschap NL

 

BijlageGrootte
Vast bedrag monitoring offshore (brief aan EZ, feb 2010).pdf39.79 KB